Stel dat dít feestje toch zou kunnen doorgaan: dat Hillary Rodham Clinton sinds 7 november goed en wel vertrokken is voor een race naar het Witte Huis en dat ze daar over vier of acht jaar binnenstapt met aan haar zijde de eerste First Man uit de Amerikaanse geschiedenis. Alle vrouwen van de wereld die ooit bedrogen werden - en welke is dat niét? - zouden die dag een reden hebben om het glas (én het hoofd) te heffen. Dat wordt pas een internationale vrouwendag.

Ooit, toen de hele wereld zat te grinniken met het esbattement van haar echtgenoot, moet Hillary gedacht hebben: "Mijn wraak zal zoet zijn." Het kan niet anders of haar overwinning in New York moet nu al haar papillen strelen als honing. Want met het in de wacht slepen van die senaatszetel heeft ze haar eerste slag al gehaald. Wie had destijds gedacht dat ze na zo'n publieke vernedering nog glunderend terug zou kunnen slaan?

Helaas dreigt alles wat ze doet vanuit die smeuïge voorgeschiedenis geïnterpreteerd te worden, terwijl al bij de eerste verkiezingscampagne van Bill Clinton geopperd werd dat zij over meer politieke talenten beschikte dan haar man. Ook al zou de factor- Lewinsky bij deze presidentsverkiezingen nauwelijks een rol hebben gespeeld, toch moeten er bij de stembusslag in New York andere dan politieke overwegingen hebben meegespeeld. Laten we het met een groot woord vrouwensolidariteit noemen. Ook in commentaren achteraf werd Hillary warm omhelsd als een ware zuster. Uiteraard is het verleidelijk om te gaan dwepen met iemand die blijk geeft van zoveel strijdbaarheid en feestelijk bedankt voor de slachtofferrol.

Maar hoorde het in de politiek niet over programma's te gaan? De thema's waar Hillary zich over buigt, lijken zich te beperken tot de traditioneel vrouwelijke winkel: onderwijs, gezondheidszorg. Ze is voorstander van het recht op abortus, maar volgens het weekblad Vrij Nederland houdt ze in haar boek It takes a Village (1996) in die mate een "godvruchtig pleidooi voor het gezin als hoeksteen" dat haar discours alleen in de smaak kan vallen bij conservatieve christenen. Nu lijkt het weinig waarschijnlijk dat Hillary een nieuwe Iron Lady wordt, maar enthousiaste fans zouden er misschien toch goed aan doen verder te kijken dan haar mediatieke optredens.

Beter dan wie ook beseft de First Lady dat de media die haar op de hielen zaten toen ze door het diepste dal moest dezelfde zijn die haar naar de hoogste top kunnen brengen. Zoals Johan Anthierens ooit schreef: " Elke keerzijde van een medaille heeft ook een keerzijde."

Bijgevolg sluiten politieke commentatoren niet uit dat wat nu alleen de wilde droom van veel vrouwen lijkt, mettertijd bewaarheid wordt. Hillary zou uiteraard niet de eerste zou zijn die de Senaat gebruikt als springplank naar het Witte Huis: John F. Kennedy en Richard Nixon deden het haar voor. Bovendien kan ze terugvallen op een pak ervaring die ze tijdens haar verblijf in het Witte Huis heeft opgestoken. In die periode ontving ze ook tal van celibrities die te gepasten tijde wel tot een wederdienst bereid zullen zijn.

En last but not least: zou het voor Clinton zelf ook niet een mooie revenge zijn als hij iedereen die hem ooit het Witte Huis uit wilde, op die manier van antwoord zou kunnen dienen met een onverwachte rentree? Als de twee samenblijven, wat om politieke redenen wenselijk is, kan hij een nuttige adviseur worden.

Tenzij hij een andere rol verkiest als First Man, een schortje voorbindt en koekjes gaat bakken.

JOHANNA BLOMMAERT