U houdt niet van Franse cinema, het Franse chanson kan u gestolen worden ? Laten we even pervers wezen : wat had u gedacht van een uitstekende Franse film die ook nog een bijzonder originele hommage inhoudt aan de Franse populaire muziek door de jaren heen ?

De nieuwste film van Alain Resnais, ?On connait la chanson?, is inderdaad een (half) gezongen vaudeville, maar niet zoals in de pastelkleurige operettefilms van Jacques Demy (?Les parapluies de Cherbourg?, ?Une chambre en ville?), waar je toch willekeurig aan moet denken.

Sabine Azéma, André Dussollier, Jean-Pierre Bacri, Lambert Wilson en Pierre Arditi beginnen plotseling, zonder dat daar enige aanleiding toe is, flarden te zingen uit allerlei beroemde liedjes, niet met hun eigen stem, maar met de stemmen van Dalida, France Gall, Johnny Hallyday en Sheila. Alleen Jane Birkin hoeft niet te playbacken maar mag met haar eigen stem zingen een triest liedje van Gainsbourg uiteraard. Het enige wat telt is dat de uit zijn verband gerukte tekst net op dit dramatische moment de gevoelens, gedachten of verlangens van de personages vertolkt. Resnais zet hier een procédé naar zijn hand dat het handelsmerk was van de Britse toneelmaker Dennis Potter.

Wie zijn nu deze occasioneel kwelende Fransen ? Een doorsnede van de gegoede Parijzenaar. Kinderloos en overwegend van middelbare leeftijd. Op zoek naar een nieuw appartement, ontgoocheld in de liefde of in het werk, in 't geniep verliefd of onderhevig aan depressies. Worstelend met de dingen des levens en proberend om de dagelijkse sleur te doorbreken. En dat is meteen de keerzijde van de medaille : om van dit luchtig experiment te genieten, moet u er wel bijnemen dat de prent wordt bevolkt door allerlei saaie, kleurloze individuen in wier gezelschap je niet echt wil toeven. Allemaal hebben ze iets te verbergen, van kleine leugentjes om bestwil tot schaamteloze oplichterij.

?On connait la chanson? bewijst in ieder geval dat Alain Resnais zelfs op 75-jarige leeftijd de jongste Franse cineast blijft tenminste als jeugd hier staat voor vernieuwing, frisheid en lef.

De altijd moeilijk te klasseren Resnais (chronologisch hoort hij tot de nouvelle vague, maar hij was altijd de einzelgänger in deze beweging) is inmiddels een monument, maar dan wel een dat blijft verrassen en verbazen. Zijn grote faam in cinefiele kringen dankt hij aan zijn films uit de jaren zestig : ?Hiroshima mon amour?, ?L'année dernière à Marienbad? en ?Muriel?. Memorabele labyrinten over tijd en geheugen die nu als iconen gelden van het modernisme in de Europese film.

Vanaf ?Mon oncle d'Amérique? (1980) begint een tweede en lichtere periode bij Resnais. De regisseur-puzzelaar ontdekt de ironisch intellectuele vaudeville. Films die altijd volgens een of ander streng (zichtbaar of bedekt) principe zijn opgebouwd, die flirten met het theater, om uiteindelijk ijzersterk cinematografisch te zijn. Films die ook heel wat blootleggen over de gevoelens, verlangens en idealen van (klein)burgerlijk Frankrijk. ?On connait la chanson? lijkt de bekroning van deze tweede epoque : oude thema's in een nieuw kleedje, vertrouwde deuntjes verwerkt tot een nieuwe melodie waarin Resnais brandhout maakt van de conventies van komedie, tragedie en musical.

?On connait la chanson?van Alain Resnais, met Pierre Arditi, Sabine Azéma, Jean-Pierre Bacri, André Dussollier, Agnès Jaoui, Lambert Wilson.

On connait la chanson : occasioneel kwelende Fransen.