Hoezo, het gaat niet goed in de textielsector ? We hebben het vooral over de synthetische materialen - lees : die op petroleumbasis - die het moeilijk hebben. Wegens de gestegen olieprijzen. Katoen- en wolschaarste zorgden in de Tweede Wereldoorlog voor een boom aan synthetische vervangproducten. Nu staan wetenschappers voor een verse uitdaging : nieuwe materialen zoeken, zonder petroleum, die milieuvriendelijker én functioneler zijn.
...

Hoezo, het gaat niet goed in de textielsector ? We hebben het vooral over de synthetische materialen - lees : die op petroleumbasis - die het moeilijk hebben. Wegens de gestegen olieprijzen. Katoen- en wolschaarste zorgden in de Tweede Wereldoorlog voor een boom aan synthetische vervangproducten. Nu staan wetenschappers voor een verse uitdaging : nieuwe materialen zoeken, zonder petroleum, die milieuvriendelijker én functioneler zijn. Neem nu bioplastic. Dat is plastic geproduceerd uit natuurlijke stoffen als zetmeel, maïs, koolzaad, suikerriet, aardappelen en soja. Twee grote voordelen ten opzichte van reguliere plasticsoorten : er komt geen olie aan te pas én het is composteerbaar. "Voorlopig zit het meeste onderzoek naar deze biopolymeren nog in de experimentele fase", zegt Bob Vander Beke van Centexbel, een toonaangevend onderzoekscentrum voor textiel. "Ik verwacht dergelijke materialen pas over tien jaar in de confectie." Of bioplastic op de catwalk een even grote revolutie zal teweegbrengen als plastic in de spacy collecties van Pierre Cardin in de jaren zestig, is zeer de vraag. Het nieuwe materiaal lijkt intussen wel al de designsector binnen te sijpelen. Met zijn Eco Wareservies in bioplastic en bamboe was Tom Dixon - wie anders ? - een van de eerste ontwerpers die het materiaal gebruikte. Deze zomer experimenteerde Jerszy Seymour in opdracht van het Vitra Design Museum met bioplastic in zijn meubelcollectie. En ook industriële ontwerpers lijken stilaan gewonnen voor het nieuwe materiaal : Fujitsu gebruikt het al sinds 2005 in laptoponderdelen, en ook Toyota, HP, Goodyear en Sony werken er gretig mee. Op gespecialiseerde textielbeurzen als Avantex, Texworld en Expofil duikt de laatste jaren nog een andere interessante categorie materialen op : biomimics. Simpel gesteld is dat textiel dat natuurlijke materialen imiteert. Raf Simons geeft het goede voorbeeld : voor Eastpak ontwierp hij een rugzak in lamsleer dat aanvoelt en eruitziet als papier. Wellicht een folietje van Simons, maar in andere voorbeelden van 'biomimicri' is er wel degelijk een ecoreflex : prestigieuze natuurlijke materialen zoals krokodillenleder of bont worden nagebootst, zonder daarvoor zeldzame dieren te moeten vermoorden. Bijkomend ecologisch voordeel : een lap natuurlijk leder is onregelmatig qua vorm, terwijl er aan een rol nagebootst leder veel minder verlies is. "Vooral in het Verre Oosten doet men erg veel onderzoek naar biomimics", aldus Bob Vander Beke. "Niet toevallig, want de textiel- en confectiesector wordt daar economisch steeds belangrijker." Dé overkoepelende trend in het recente materiaalonderzoek is de drang naar functionaliteit. Materialen worden niet meer verwerkt in kledij omdat ze nieuw zijn (zoals Pierre Cardin deed), maar omdat ze specifieke eigenschappen vertonen die andere niet hebben. "Ontwerpers en confectiebonzen zijn geen vragende partij voor onderzoek naar nieuwe hoogtechnologische materialen", zegt Vander Beke. "Modeontwerpers weten niet altijd goed wat allemaal mogelijk is met hightechtextiel. Soms moeten we ze bijscholen of aansporen om te experimenteren met nieuwigheden." Het initiatief voor materiaalonderzoek komt dus niet uit de modewereld, maar uit militaire hoek, de beveiligingssector, de ruimtevaart, sport of de medische branche. De toepassingen die daar worden ontwikkeld, sijpelen in commerciëlere en betaalbare vorm door naar de confectie. Hoeft het dan te verwonderen dat hoogtechnologische sportmerken als O'Neill, Decathlon, Nike, Quiksilver, Peak Performance en Helly Hansen meestal de eerste zijn om nieuwe materialen op te pikken ? Biomimics en biotextiel worden voornamelijk nog in laboratoria geperfectioneerd. Wat wél al commerciële toepassingen heeft, zijn 'slimme materialen' : stoffen die reageren op een bepaalde prikkel. Druk, temperatuur, licht, vocht, vuur, trillingen, elektriciteit : de externe prikkel kan om het even wat zijn. Het bekendste 'slimme materiaal' is gore-tex, dat omwille van zijn ademende membranen in schoeisel en kledij wordt gebruikt. Leuk is ook forforhoudend textiel, bijvoorbeeld lingerie, dat licht geeft in het donker. Iets geavanceerder zijn de materialen die reageren op impact. Er bestaan bijvoorbeeld kledij en mutsen voor motorrijders, schaatsers en bergbeklimmers die meteen keihard worden bij een valpartij. En in de skiwereld zijn warmtehoudende jassen al goed ingeburgerd : tijdens het skiën slaan ze de lichaamsenergie op die ze achteraf weer afgeven. Op die manier vat je bezwete lichaam geen koud tijdens het après-skiën. "Slimme materialen zijn natuurlijk niet echt 'slim'. Ze kunnen niks onthouden", verduidelijkt Vander Beke. "Maar intussen is het onderzoek al zo ver gevorderd dat we vezels kunnen koppelen aan elektronica." Inderdaad, er bestaan al jassen of pulls waar een toetsenbord is verwerkt in de stof. Enkele toepassingen ? Mensen met een handicap kunnen zo gemakkelijker communiceren, hartpatiënten kunnen snel hulp oproepen. En gewone stervelingen kunnen er hun iPod mee bedienen. Ermenegildo Zegna en Levi's hadden bijvoorbeeld al een dergelijk iPodkledingstuk. Op de jongste Living Tomorrowbeurs was er een vergelijkbare designtoepassing te zien met een 'slim' tapijt dat reageert op druk : als je erop stapt, schiet de verlichting in de ruimte aan. En als je erop valt, gaat automatisch een alarm af. Nog vooruitstrevender zijn slimme vezels met ingewerkte microcapsules. De onzichtbare minibuisjes kunnen bijvoorbeeld cosmetica bevatten, zoals essentiële oliën of parfum, die kledij of lakens een frisse geur geven. En er bestaan ook capsules met paraffine in, die bijvoorbeeld jeans fris doen aanvoelen in de zomer en warm in de winter. In slimme materialen ziet Vander Beke een grote toekomst, maar een ander veelbelovend onderzoeksterrein is dat van de nanomaterialen. Partikels van een metaal met specifieke eigenschappen kunnen zo klein gemaakt worden dat ze onzichtbaar in stof verwerkt kunnen worden. Nanozilverpartikeltjes werken bijvoorbeeld antiseptisch : ze doden bacteriën. Dat kan van pas komen in sokken, om vervelende schimmelgroei tegen te gaan. Ook in de productdesignsector komt nanozilver goed van pas : Saeco verwerkte het materiaal in het melkreservoir van hun lijn espressoapparaten, zodat de melk niet zuur wordt. Nanosiliciumoxidepartikels hebben een zelfreinigend effect (concreet : vuil dringt niet in het materiaal) en nanotitaan-dioxidedeeltjes breken kwalijke geuren af (concreet : je uitgaanskledij of gordijnen stinken niet meer naar sigaretten). Een belangrijk aandachtspunt bij nanotechnologie : men weet nog niet hoe het menselijk lichaam reageert als huidporiën de ultrakleine deeltjes opnemen. Info : www.centexbel.be. Door Thijs Demeulemeester