"Niemand maakt films als Fien Troch en Fien Troch maakt films als niemand", luidde de motivatie van de jury die haar onlangs de Vlaamse Cultuurprijs voor film toekende. Zo jong al tot een genre op zich uitgeroepen worden, het kan tellen. Wat de bekroning des te opmerkelijker maakt, is dat Unspoken de grenzen van de Vlaamse film overschrijdt. In deze Franstalige prent, geselecteerd voor de festivals van Toronto, San Sebastian en Gent en gelauwerd op het festival van Torino, spelen Emmanuelle Devos en Bruno Todeschini een paar dat als het ware verlamd is door het verdriet om de mysterieuze verdwijning van hun tienerdochter vier jaar eerder. Als een vriend van het meisje opduikt, stijgt de spanning tussen beiden ten top : hij blijft hopen op Lisa's terugkeer, zij wil de draad van hun leven weer opnemen. Maar praten over hun verlies kunnen ze niet. Unspoken is een beklemmende film : de camera zit de protagonisten dicht op de huid, als kijker leef je intens mee. Bijna een jaar na het einde van de opnamen loopt de prent eindelijk in de zalen. Fien Troch : "Op de duur werd hij zoiets als het best bewaarde geheim. Er worden nu zoveel Belgische films uitgebracht, je wil niet in elkaars vaarwater zitten. Maar nu werd het echt tijd. Natuurlijk zie je je film nog altijd graag, maar je zou bijna de kracht vergeten die je voelde om dat verhaal te vertellen."
...

"Niemand maakt films als Fien Troch en Fien Troch maakt films als niemand", luidde de motivatie van de jury die haar onlangs de Vlaamse Cultuurprijs voor film toekende. Zo jong al tot een genre op zich uitgeroepen worden, het kan tellen. Wat de bekroning des te opmerkelijker maakt, is dat Unspoken de grenzen van de Vlaamse film overschrijdt. In deze Franstalige prent, geselecteerd voor de festivals van Toronto, San Sebastian en Gent en gelauwerd op het festival van Torino, spelen Emmanuelle Devos en Bruno Todeschini een paar dat als het ware verlamd is door het verdriet om de mysterieuze verdwijning van hun tienerdochter vier jaar eerder. Als een vriend van het meisje opduikt, stijgt de spanning tussen beiden ten top : hij blijft hopen op Lisa's terugkeer, zij wil de draad van hun leven weer opnemen. Maar praten over hun verlies kunnen ze niet. Unspoken is een beklemmende film : de camera zit de protagonisten dicht op de huid, als kijker leef je intens mee. Bijna een jaar na het einde van de opnamen loopt de prent eindelijk in de zalen. Fien Troch : "Op de duur werd hij zoiets als het best bewaarde geheim. Er worden nu zoveel Belgische films uitgebracht, je wil niet in elkaars vaarwater zitten. Maar nu werd het echt tijd. Natuurlijk zie je je film nog altijd graag, maar je zou bijna de kracht vergeten die je voelde om dat verhaal te vertellen." Aan kracht zal het Fien niet snel ontbreken : ze geeft les, schrijft aan een nieuw scenario en zorgt voor haar zoontje Joaquin. En ja, ook voor een modeshoot voor Weekend Knack vond ze nog tijd. Fien Troch : Eerlijk gezegd, tien jaar geleden zou ik zoiets fantastisch gevonden hebben, nu heb ik me toch afgevraagd of ik het wel zou doen. Maar de dag zelf was heel leuk, het team was professioneel en tegelijk heel 'gewoon', ik voelde mij meteen op mijn gemak. Wat ik ook prettig vond, was met mijn zoontje op de foto gaan. Dat gaf me iets te doen, ik moest daar niet in mijn eentje staan koekeloeren. Joaquin vond het superleuk, hij lachte de hele tijd, alsof hij besefte wat er gebeurde. En ja, zo'n fotoshoot is toch een ervaring die je meeneemt, je leert er altijd iets uit. Dat ik er een paar mooie foto's met mijn zoon aan overhoud, is ook meegenomen natuurlijk. Een kind dat sterft en een kind dat verdwijnt, ik weet echt niet waarom ik daar films over maak. Misschien omdat een kind zo fundamenteel is in je leven. Niet dat een bestaan zonder kinderen ondenkbaar zou zijn, maar als je eenmaal een kind hebt, is dat zo fundamenteel dat de emoties heel extreem zijn als er iets mee gebeurt. En extreme emoties, daar is het in mijn scenario's om te doen, ook al beeld ik ze niet altijd extreem uit. Wat zeker ook een rol speelt, is dat ik zeer ontvankelijk ben voor het verdriet van anderen, als een spons die alles opzuigt. Als ik een droevig boek lees, kan ik dagen ongelukkig rondlopen. En mijn hart kraakt bij beelden uit de Gaza of ander wereldleed. Tegenwoordig kan ik dat al gemakkelijker van mij afzetten, maar toch blijft het ergens hangen, veronderstel ik. En als ik schrijf, komen de dingen die mij het hardst geraakt hebben naar boven. Nu, ik moet ook niet heiliger dan de paus willen zijn. Als ik schrijft, geef ik mezelf de vrijheid om me af te vragen : wat is echt hard, wat is het verschrikkelijkste dat mensen kan overkomen ? Op die manier wordt inlevingsvermogen een hulpmiddel bij het schrijven. Daarom begint de film ook als de dochter al vier jaar weg is. Het begin van een rouwproces is de hel, maar tegelijk het gemakkelijkst om mee om te gaan. Want iedereen beseft hoe erg je eraan toe bent, je hebt het recht om te huilen, om over je verlies te praten, om eender wat te doen eigenlijk. Maar dat blijft niet duren, de buitenwereld verwacht dat je je verdriet overwint, weer aan de slag gaat. En ook als getroffene krijg je het gevoel : mijn mond loopt er nog van over, maar alles is al gezegd, wat kan ik er in godsnaam nog aan toevoegen ? Dat is de dubbele betekenis van Unspoken : het gaat niet alleen over niet met elkaar kunnen praten, maar je ook afvragen : wat valt er nog te zeggen, alles is zo banaal. Buitenstaanders die zeggen : "Je moet erover praten" kunnen ook op de zenuwen werken. Want praten lucht niet altijd op, soms voel je je achteraf nog ellendiger. En ja, soms bekruipt je zelfs een schuldgevoel als je je verdriet even vergeet. Een zeer complexe gemoedstoestand, maar herkenbaar voor al wie een verlies doorgemaakt heeft, zij het niet noodzakelijk in zo'n extreme situatie. Het voordeel was dat ik heel erg verwend werd op de set. Maar helemaal gerust was ik er niet op. Voor hetzelfde geld was na een week het verdict gevallen : je bent te hevig bezig, je moet rusten. Maar ik heb het goed volgehouden en de baby ook. Ik had het geluk dat de draaiperiode midden in mijn zwangerschap viel, in de fase dat ik heel veel energie had. Naar het einde toe begon het wel te wegen, maar een dag na de opnamen ben ik al les beginnen te geven en tegelijkertijd heb ik mijn film afgewerkt. "Hoe heb ik dat in hemelsnaam voor elkaar gekregen ?" vraag ik me nu wel eens af. Maar ik sta ongelooflijk graag op een set, dat heeft zeker een rol gespeeld. Als ik met dezelfde intensiteit een job had gedaan die ik haatte, dan zou ik gegarandeerd problemen hebben gekregen. Ik was altijd bang om aan kinderen te beginnen omdat het een filmproject in het gedrang kon brengen. Toevallig vielen die twee dingen samen. En voilà, het klinkt misschien bot, maar ik heb nu een kleine én een film gemaakt, zonder tijd te verliezen. Er is nog zoveel dat ik wil doen. Ik ben nog altijd even passioneel, zeg maar obsessief met film bezig, het maakt me nog altijd even gelukkig en ongelukkig als voorheen. Alleen heb ik nu iets wat mij voor honderd procent van mijn werk kan afleiden. Als ik vroeger tot vijf, zes uur aan een scenario zat te werken, dan bleef dat de rest van de avond in mijn hoofd malen. Vlotte het niet zo best, dan was ik ongenietbaar en moest iedereen in mijn omgeving het ontgelden. Nu ben ik om vijf uur blij dat ik Joaquin kan gaan halen. Niet dat ik dan totaal niet meer aan mijn scenario denk, maar ik kan nu voor mijn kind kiezen, een echte verademing. Wat nog lang niet betekent dat ik nu meer relaxed in het leven sta. Na de bevalling ben ik ziek geweest en de basis van mijn nieuwe scenario heb ik in het ziekenhuis geschreven. Ik vind het heel moeilijk om mijzelf rust toe te staan. De aard van het beestje zeker, die drive om altijd maar verder te gaan. Werken is dan ook geen opdracht voor mij, maar iets waarin ik volledig kan opgaan. Door te schrijven laat ik dingen los in mijn hoofd. Als dat niet zou kunnen, zou ik pas echt gestrest zijn. Maar er is beterschap : ik ga al eens met vakantie tegenwoordig. Dan neem ik boeken mee die interessant zijn voor het onderwerp van mijn volgende film en het spreekt vanzelf dat er een cinema in de buurt moet zijn. In zekere zin wel. Maar die film had dan ook een grote toegankelijkheidsfactor, er zat zoveel zonneschijn in. Anderzijds, waarom iets al dan niet aanslaat, is heel complex, je kunt drie soortgelijke films maken waarmee helemaal niets gebeurt. Natuurlijk ben ik realistisch, ik maak geen Loft. Maar ik maak ook geen bewust moeilijke films, vanuit het standpunt : het kan me niet schelen of er iemand komt kijken. Als een groots opgezette film, die dus ook veel geld moet opbrengen, geen volk trekt, is hij mislukt. Terwijl Unspoken nu al geslaagd is omdat ik de film gemaakt heb die ik wilde, er de emotie in gelegd heb die ik voor ogen had en hij bovendien op een paar festivals in de prijzen viel. Als er nu ook nog veel mensen zouden gaan naar kijken, was dat een niet te versmaden bonus. Maar ik maak geen films om er veel geld aan te verdienen, dan zou ik nu al mijn valiezen kunnen pakken. Van nature ben ik eerder pessimistisch, maar hoewel ik harder werk dan ooit, voel ik mij rustig. Vroeger was ik heel bang dat een kind mij zou beperken in mijn creativiteit, vandaar dat ik in het ziekenhuis als een gek ben beginnen te schrijven. Nu weet ik dat een kind veel energie vraagt, maar ook veel energie geeft. De combinatie van overdag te kunnen schrijven en 's avonds van Joaquin en van het leven te kunnen genieten, is het beste van twee werelden. Vroeger leefde ik vooral in het besef : al het geluk dat ik nu heb, kan van het ene moment op het andere als een zeepbel uit elkaar spatten. Ik was bang dat een kindje mij alleen maar kwetsbaarder zou maken. "Als hier iets mee gebeurt, is mijn hele leven om zeep." Maar het is waar wat iedereen mij altijd al duidelijk probeerde te maken. Je kunt onheil niet voorkomen en je er al evenmin op voorbereiden. Vandaar dat ik nu zoveel mogelijk probeer te genieten, zodat ik me achteraf niet hoef af te vragen : wat voor zin had dat nu, al dat gepieker ? Niet dat ik daaraan gewerkt heb, het is me gewoon overkomen. Het enige voordeel aan ouder worden is dat je je gemoedstoestanden herkent en ze beter kunt plaatsen. Als ik vroeger in de put zat, dacht ik dat ik er nooit meer uit zou raken. Nu weet ik dat ik mijzelf kan verplichten weer overeind te krabbelen en vooruit te gaan. Ja, de sterren staan gunstig voor mij ( lacht). Door Linda Asselbergs Productie Chaja Birdsong Foto's Maria Dawlat