Peter De Bock is de piloot van dienst. Hij rolt de ballon uit over de weide, in de richting van de wind. De mand wordt vastgemaakt en een ventilator jaagt lucht in de ballon, die geleidelijk aan opbolt. Peter weet wat hij doet, want ondanks zijn jeugdige leeftijd heeft hij er al ruim tachtig vluchten opzitten. Peter was elf jaar oud toen hij zijn eerste ballonvaart maakte en vanaf dat moment wist hij dat hij ballonvaarder zou worden. Hij studeerde luchtvaartreglementen, navigatie, meteorologie en aërostatica, legde examens af en is nu een gediplomeerd aëronaut in dienst van Hot Air Promotions, het bedrijf van ballonvaarder Wim Verstraeten.
...

Peter De Bock is de piloot van dienst. Hij rolt de ballon uit over de weide, in de richting van de wind. De mand wordt vastgemaakt en een ventilator jaagt lucht in de ballon, die geleidelijk aan opbolt. Peter weet wat hij doet, want ondanks zijn jeugdige leeftijd heeft hij er al ruim tachtig vluchten opzitten. Peter was elf jaar oud toen hij zijn eerste ballonvaart maakte en vanaf dat moment wist hij dat hij ballonvaarder zou worden. Hij studeerde luchtvaartreglementen, navigatie, meteorologie en aërostatica, legde examens af en is nu een gediplomeerd aëronaut in dienst van Hot Air Promotions, het bedrijf van ballonvaarder Wim Verstraeten. Vandaag gaat een van de kleinere ballonnen de lucht in voor een pleziertochtje met bijbehorende picknick in de natuur. De vier passagiers zijn: Stef, Cloë, Els en Filip. Het is voor hen de eerste keer en het viertal kijkt met de nodige spanning uit naar het vertrek. Peter steekt de gasbranders aan, die brullend warme lucht in de opening van de op het gras liggende ballon stuwen. De ballon wordt door de warme lucht opgetild en komt als een kathedraal zo groot boven de mand te hangen. De passagiers klimmen aan boord, de touwen worden losgelaten, de mand gaat van de grond en glijdt zacht de hemel tegemoet. Daar boven in de mand wordt de weide kleiner en kleiner, maar het uitzicht groeit en wordt weidser en weidser. Hoog in de lucht heerst totale rust. Nauwelijks wind en stilte alom. Die vredigheid wordt slechts verstoord door het verre, vage geluid van een claxonnerende auto en een blaffende hond en, om de zoveel tijd, door het gebrul van de branders die met hun vlammen warme lucht in de ballon blazen. De kleurschakeringen van de voorbijschuivende akkers en het rimpelloze water van een meertje waarin de onderkant van de ballon reflecteert, maken de passagiers stil van bewondering. Peter De Bock bestudeert de kaart en de windrichtingen. Hij stuurt de ballon door te stijgen of te dalen. Zo komt hij in andere luchtlagen en kan hij in beperkte mate van richting veranderen. De vlucht duurt één tot anderhalf uur en niemand weet op voorhand waar er geland zal worden. Het wordt uiteindelijk een weide bij Etikhove, te midden van het glooiende landschap van de Vlaamse Ardennen. Wanneer de passagiers uit de mand klauteren en in de weide springen, heerst er een uitgelaten stemming. Allemaal glunderende gezichten en dat is normaal: er is nog nooit iemand teleurgesteld uit een ballon gestapt. Peter De Bock laat de ballon zakken op het gras en vraagt of de passagiers op de knieën voor de ballon willen gaan zitten. De aëronaut vertelt het verhaal van het ontstaan van de ballonvaart en de eerste vlucht in 1783 door de gebroeders Montgolfier, de uitvinders van de heteluchtballon. In Frankrijk is het allemaal begonnen. Daar werden de eerste ballonvaarders zelfs beloond met adellijke titels die verbonden zijn aan de naam van de plaats waar de ballon neerkwam. Later koesterden rijke heren de gewoonte om met een gelegenheidsdame vanuit het Bois de Boulogne op te stijgen. De dames moesten drie flessen champagne meenemen. Na de landing werd een postduif losgelaten met een boodschap voor de koetsier, die zo wist waar hij zijn meester moest ophalen. Na drie dagen van plezier was de champagne op en stond de postkoets klaar om de heer en zijn gezelschap terug naar de grote stad te brengen. Ook nu nog zijn ballonvluchten en champagne met elkaar verbonden: na een eerste vlucht schenkt men de glazen vol en volgt de doop. Aan Stef, Cloë, Els en Filip wordt gevraagd om op de knieën gezeten en met de handen op de rug, de glazen te legen. Wanneer de glaasjes met de mond vanuit het gras naar boven worden getild, giet Peter onverwacht een scheutje champagne over de hoofden en is iedereen ingewijd en gedoopt. Nu is het eindelijk tijd voor de picknick. In de weide komen klaptafeltjes waarop een landelijk buffet wordt uitgestald. Stef, Cloë, Els en Filip vleien zich in het gras. Eerst zijn er hapjes: gemarineerde scampi's en soesjes gevuld met kruidenkaas. Daarbij komt een fris glaasje Château de la Jaubertie '97 uit Bergerac. Pieter van Doveren / Foto's Tony Le Duc