© Burp Photography

Romige pastinaaksoep met gekonfijte citroen en amandelschaafsel

Deze elegante soep is in kleine glaasjes een perfect aperitiefhapje. Verdubbel de portie als je wat extra soep wilt voor de dag na het feest. Voor wie hier zin in heeft, is een stukje gerookte forel een lekkere toevoeging aan deze soep.

Voor 4 personen

1 ui, fijn gesnipperd

1 pastinaak, geschild en in blokjes gesneden

1 stengel bleekselderij, in blokjes gesneden

2 el boter

500 ml groentebouillon

1 blaadje laurier

2 takjes tijm

Peper en zout

2 el room

oe gekonfijte citroen

2 el amandelschilfers

1 el olijfolie

Stoof de ui, pastinaak en selder aan in boter. Laat de groenten zacht worden, maar niet kleuren, zodat je een mooie witte soep hebt. Voeg de groentebouillon, tijm en laurier toe en laat sudderen tot de groenten gaar zijn. Mix met de staafmixer tot een gladde soep. Voeg de room toe en kruid af. Laat de amandelen kleuren in een hete pan zonder vetstof. Laat ze op een bord afkoelen. Snijd het vruchtvlees uit de gekonfijte citroen, zodat je alleen de schil overhoudt. Snijd de schil in kleine blokjes. Serveer de soep in glaasjes, werk af met de citroen, amandelen en een drupje olijfolie.

© Burp Photography

Salade van geroosterde pompoen, met witloof, geitenkaas en gebrande pecannoten

Een salade als voorgerecht is de perfecte manier om alvast een hele lading groenten in je feestmenu te verwerken. Deze salade is door de geroosterde pompoen helemaal aangepast aan de koude temperaturen. De pecannoten zorgen voor een aangename crunch en een diepe smaak. Wie de vleeseters graag tevredenstelt kan hier een stukje krokant gebakken spek of schijfjes zwarte pens bij serveren.

Voor 4 personen

Voor de salade

1 kleine pompoen, gehalveerd en leeggehaald

4 tenen look, gepeld en gehalveerd

2 el olijfolie

Peper en zout

125 g pecannoten

1 peer

2 stronkjes witloof

100 g harde, gerijpte geitenkaas

Voor de dressing

Sap van 1 citroen

Sap van oe sinaasappel

1 el mosterd

1 el esdoornsiroop

125 ml goede olijfolie

Peper en zout

Eventueel een snuifje gerookt paprikapoeder

Voor de afwerking

Zeste van 1 sinaasappel

Handvol kervel

Verwarm de oven voor op 180°C. Snijd de pompoen in plakjes. Leg ze in een ovenschaal, besprenkel met de olijfolie, voeg de look erbij en hussel even door elkaar zodat alle stukjes pompoen en look bedekt zijn met olie. Kruid met peper en zout. Rooster 20 à 25 minuten tot de pompoen zacht is en bruine randjes krijgt.

Wanneer de pompoen uit de oven komt, mogen de pecannoten erin. Leg ze op een bakplaat en rooster ze 5 à 10 minuten tot ze iets donkerder worden en beginnen te geuren. Laat afkoelen.

Halveer het witloof in de lengte, snijd eventueel de harde kern eruit en snijd elke helft in de lengte fijn. Snijd de peer in vieren, snijd het klokhuis eruit en snijd in de lengte in fijne plakjes. Schaaf de harde kaas in fijne plakjes. Hak de pecannoten grof.

Maak de dressing door het citrussap te mengen met de mosterd en de esdoornsiroop. Voeg er al kloppend de olie aan toe zodat je een gebonden vinaigrette krijgt. Breng op smaak met peper en zout. Voeg eventueel een snuifje gerookt paprikapoeder toe als je dat lekker vindt. Overdrijf niet, want deze smaak kan al snel overheersen.

Stel de salade samen door de pompoen op een schaal te schikken en hierover het witloof, de peer, de kaas en de pecannoten te verdelen. Besprenkel met de dressing en werk af met de zeste en de kervel.

© Burp Photography

Jagersschotel met bospaddenstoelen, knolselder, ei en parmezaansaus

Deze ovenschotel is lekker hartig door de rokerige, krachtige smaak van de paddenstoelen. Je kunt dit gerecht ook maken met gewone champignons, maar voor een feestelijke versie is een mix van boschampignons aan te raden. Voor de vleeseters kan makkelijk een aparte ovenschotel worden bereid die wordt aangevuld met wat goede beenham.

Voor 4 personen

1 knolselder, 2 el olijfolie

45 g boter, 45 g bloem

1 l melk, 1 el mosterd

75 g parmezaan

Zeste van 1 citroen

Sap van oe citroen

Peper en zout

Nootmuskaat

400 g gemengde bospaddenstoelen

2 el boter, tijm

6 eitjes, hardgekookt

Voor de afwerking

50 g broodkruim

50 g parmezaan

2 tenen look

4 stukjes boter van ongeveer 1 cm

Verwarm de oven voor op 180°C. Schil de knolselder en snijd de knol in plakken van 0,5 cm. Bestrijk een bakplaat met olijfolie, schik de plakken erop en besprenkel met de rest van de olijfolie, peper en zout. Maak de bechamelsaus door een roux te maken van de boter en de bloem. Laat al roerend even uitbakken tot de roux begint te geuren en lichtbruin kleurt. Voeg de melk beetje per beetje toe terwijl je blijft roeren tot je een mooi gebonden saus krijgt. Kruid met peper, zout en nootmuskaat. Voeg de mosterd, kaas en citroensap en -zeste toe. Proef en kruid bij indien nodig.

Bak de boschampignons in boter in verschillende keren. Als je te veel paddenstoelen samen in de pan legt, zullen ze niet mooi aanbakken. Kruid met peper, zout en tijm. Pel de hardgekookte eitjes en snijd ze in schijfjes.

Schik in een ovenschaal een laag knolselder, eitjes en paddenstoelen. Overgiet met de bechamelsaus. Herhaal dit tot je ovenschaal vol is. Eindig steeds met een laag bechamelsaus. Mix in een blender het broodkruim met de look en de kaas tot kruimels. Verdeel dit over de ovenschotel en werk af met een paar stukjes boter. Plaats de schotel in de oven en bak tot de bovenkant mooi bruin is en de saus bubbelt.

© Burp Photography

Chocolademousse met kardemomshortbread

De chocolademousse is eenvoudig te maken en klaar in een handomdraai. Dat geeft jou de tijd om uit te pakken met zelfgebakken shortbread. Dit heerlijke boterige koekje kun je op smaak brengen zoals je zelf wilt. De citrussmaken van de kardemom breken mooi met de diepe intensiteit van de chocolademousse.

Voor 4 personen

Voor de chocomousse

180 ml volle slagroom

4 eidooiers

50 ml espresso of sterk gezette koffie

Een snuif zeezout

45 g suiker

175 g donkere chocolade (hoe hoger het cacaopercentage, hoe minder zoet het eindresultaat)

2 eiwitten

Voor de shortbread

375 g bloem

250 g boter

125 g suiker

1 tl gemalen kardemom

1 snuif zeezout

Klop de room op tot hij pieken vormt. Dek af en bewaar in de koelkast. Meng de eidooiers, koffie, zout en 30 g van de suiker in een hittebestendige kom. Warm op au bain-marie (let op dat de kom het water niet raakt, de warmte komt van de stoom) terwijl je klopt met een garde. Blijf kloppen tot het mengsel in volume is verdubbeld en licht is van kleur - dit duurt ongeveer een minuut. Haal de kom van de kookpot en meng de chocolade onder het mengsel tot hij is opgelost. Laat afkoelen tot kamertemperatuur, roer af en toe door.

Klop de eiwitten op met een mixer. Voeg tijdens het kloppen de rest van de suiker toe. Meng het opgeklopte eiwit in kleine delen voorzichtig onder het afgekoelde chocolademengsel, doe vervolgens hetzelfde met de opgeklopte room. Roer zo weinig mogelijk zodat de lucht niet uit de mousse gaat. Verdeel over potjes, dek af en laat minstens twee uur opstijven in de ijskast.

Verwarm de oven voor op 170°C. Snijd de boter in kleine blokjes. Stort alle ingrediënten in een mengkom en wrijf met je handen de boter in de bloem en suiker tot je een kruimelig deeg krijgt. Stort dit deeg in een met bakpapier beklede lage bakvorm en duw zachtjes aan (je hoeft dit niet helemaal plat te duwen, de kruimeltjes zullen door de warmte samensmelten en door niet te hard aan te drukken, houd je een lichte textuur). Bak in de oven gedurende 12 à 15 minuten tot het heel licht kleurt. Snijd de warme koek in porties, til de koekjes voorzichtig uit de bakvorm en laat ze afkoelen op een rooster.

© Burp Photography
© Burp Photography
© Burp Photography
© Burp Photography