Champagne voor bij een fijne visschotel

Champagne groeit niet in de wijngaard, maar is meer dan welke appellationwijn ook een creatie van de mens. Via een indrukwekkende reeks van ingrepen zoals bijsuikeren, hergisten, mengen van percelen, jaren en druivensoorten (ingrepen die in een gewone wijnappellation als fraude gebrandmerkt zouden worden), wordt champagne opgebouwd. De initiële magere en zure, schrale witte streekwijn krijgt zo een nieuwe identiteit. Als alles goed gaat, ontstaat een drank met een brede én een diepe smaakbasis, en van grote eenheid en versmoltenheid. De smaakbasis krijgt haar breedte uit de gemengde samenstelling, haar diepte uit het gehalte oudere wijn, de eenheid komt door de gezamenlijke hergisting en door de lange fleslagering op de gistrest. Als diepte, of breedte, of eenheid ontbreekt, zou men eigenlijk niet mogen spreken van champagne. Daarom zijn ruim twee derde van alle flessen die als champagne op de markt komen de naam niet waardig. Vooral veel kleine familiebedrijven hebben een te smalle perceelbasis en een te kleine reserve van oudere wijnen, ze lageren bovendien het product gedurende een veel te korte tijd : het wettelijk verplichte minimum is achttien maanden, maar dat is onvoldoende voor enige complexiteit.
...