Hij staart me recht in de ogen. Hij heeft een zorgvuldig geknipt baardje en kort haar, behalve in de nek, waar het in lange slierten hangt. Hij draagt een wit T-shirt en een camouflagebroek. Op zijn rechterheup zit een baby'tje van een maand of zes. In zijn linkerhand houdt hij een glanzend pistool. De loop wijst recht naar het open mondje van het kind. Wat verder kijkt een man me zelfverzekerd aan, geflankeerd door zijn zonen, de ene elf en de andere twaalf jaar oud. Pa legt uit dat zijn jongens elk drie geweren hebben terwijl hij er zelf vijftig heeft. "Het echte probleem zijn de niet-blanken die wapens hebben; zij veroorzaken de problemen", verklaart hij, terwijl zijn jongste zoontje, blond en met een perzikhuidje, met ervaren blik een geweer uittest.
...

Hij staart me recht in de ogen. Hij heeft een zorgvuldig geknipt baardje en kort haar, behalve in de nek, waar het in lange slierten hangt. Hij draagt een wit T-shirt en een camouflagebroek. Op zijn rechterheup zit een baby'tje van een maand of zes. In zijn linkerhand houdt hij een glanzend pistool. De loop wijst recht naar het open mondje van het kind. Wat verder kijkt een man me zelfverzekerd aan, geflankeerd door zijn zonen, de ene elf en de andere twaalf jaar oud. Pa legt uit dat zijn jongens elk drie geweren hebben terwijl hij er zelf vijftig heeft. "Het echte probleem zijn de niet-blanken die wapens hebben; zij veroorzaken de problemen", verklaart hij, terwijl zijn jongste zoontje, blond en met een perzikhuidje, met ervaren blik een geweer uittest.Die mensen heb ik gelukkig niet persoonlijk ontmoet. Hun foto's worden momenteel tentoongesteld in de Newseum-galerie in Manhattan. Ze hangen er in het gezelschap van tientallen andere wapenfanaten die de Britse fotograaf Zed Nelson is tegengekomen op een tocht van twee jaar door Amerika. Het is een griezelige collectie: mannen, vrouwen en kinderen, verenigd door dezelfde fascinatie, trots en machtswellust. "Ik heb een .410 geweer gekregen van de kerstman", zegt het onderschrift bij de foto van de tienjarige Sarah Read, die pril verleidelijk over de toog leunt van haar vaders wapenwinkel met een dreigende rij van 15 geweren achter haar. "Genoeg van die waanzin!" wil ik schreeuwen. Maar ik weet dat er geen ontkomen aan is. Diezelfde dag schiet de New Yorkse politie in de buurt van Wall Street 35 kogels naar een bankovervaller die probeert te ontsnappen in de massa die uit de wolkenkrabbers is gestroomd tijdens de lunchpauze. Een verdwaalde kogel treft een voorbijgangster in haar bil. "Dat had mijn bil kunnen zijn," denk ik, "ik heb al zo vaak in die straat gelopen." Die futiele gedachte duikt telkens even op als het onheil heeft toegeslagen op een plaats die ik ken. Maar ze waait altijd weer snel over. Gelukkig, anders was ik het hier al lang afgetrapt. De misdaad mag dan wel afgenomen zijn in de VS, er blijven dagelijks slachtoffers vallen. Gefrustreerde scholieren in Colorado, een jaloerse minaar in Atlanta, een panikerende beursspeculant in dezelfde stad, vandaag een nog onbekende gek die een kleuterschool in Los Angeles onder vuur nam: slechts enkele van de ziekelijke breinen die dit jaar elk heel even het wereldnieuws haalden. Na twee decennia in dit land schrik ik allang niet meer van die slachtpartijen. Ik verwacht ze zelfs. Elke dag zijn er Amerikanen die zich nieuwe wapens aanschaffen en elke dag zijn er die zichzelf en anderen doodschieten. Zolang dit enorm arsenaal er is, zal het gebruikt worden. Dat er de laatste jaren minder mensen door kogels werden geveld, lijkt me geen reden tot optimisme. Zolang dat arsenaal blijft groeien, kan de eb weer vloed worden. Aan studies over geweld ontbreekt het niet in dit land. Een groep economen maakte deze week nog een rijtje bloedstollende cijfers bekend in The Journal of the American Medical Association. Verwondingen door vuurwapens kosten het land jaarlijks 2,3 miljard dollar aan medische verzorging, zo berekenden ze, en bijna de helft daarvan wordt betaald door de belastingbetaler. De totale prijs is nog hoger, want de onderzoekers hielden geen rekening met andere kosten zoals de psychische opvang van slachtoffers of het arbeidsverlies. "Veel mensen denken dat geweld met vuurwapens andermans probleem is", zegt dokter Cook van het researchteam. "Maar de belastingbetaler draait er voor op, dus is het ieders probleem." De beruchte wapenlobby NRA gaf zijn eigen draai aan de studie. "Je moet dat cijfer in perspectief zien", zei hun woordvoerder. "Het is tenslotte maar 0,25% van de 950 miljard dollar die Amerika jaarlijks uitgeeft aan medische verzorging." Dat is een magere troost voor mensen zoals Yolanda Rivera uit Milwaukee. Haar 16-jarige zoon Eddie hoort bij de 2 procent van de door kogels verwonden die blijvend verlamd zijn. "Slechts 2 procent", zou de NRA zeggen, maar die 2 procent kost bijna zoveel als de verzorging van alle andere kogelverwondingen samen. De automatische pistolen waarmee Eddie en zijn beste vriend Efrain speelden, leken niet geladen. Ze gingen eens kijken wie er het snelst was. "Eddie, are you ready?" hoorde Efrains vriendin hem nog roepen. En dan een dubbele knal. Efrain is nu dood en de verlamde Eddie wordt in zijn rolstoel naar de rechtbank gevoerd, waar hij terechtstaat wegens doodslag. "Een mensenleven werd uitgedoofd," zei de procureur streng, "dat moet gestraft worden." "Het is gemakkelijk om een kind de schuld te geven", repliceerde Eddies advocaat. "Zo hoeven we niet onder ogen te zien wat de wapenindustrie Amerika aandoet." Jacqueline Goossens