Een quiz om mee te beginnen: één beeld bij dit artikel is echt. Al de rest zijn renderings: fake gebouwen of fake interieurs dus, 100% met 3D-computersoftware gegenereerd. U moet twee keer kijken? U heeft moeite om de realiteit van fictie te onderscheiden? U bent niet alleen. Net zoals we op sociale media overspoeld worden met fake news, is valse (interieur)architectuur alomtegenwoordig. En die ziet er vaak griezelig levensecht uit.
...

Een quiz om mee te beginnen: één beeld bij dit artikel is echt. Al de rest zijn renderings: fake gebouwen of fake interieurs dus, 100% met 3D-computersoftware gegenereerd. U moet twee keer kijken? U heeft moeite om de realiteit van fictie te onderscheiden? U bent niet alleen. Net zoals we op sociale media overspoeld worden met fake news, is valse (interieur)architectuur alomtegenwoordig. En die ziet er vaak griezelig levensecht uit. Hoewel, zo griezelig is dat nu ook weer niet: projectontwikkelaars gebruiken graag superrealistische renderings om hun nog-te-bouwen projecten aan de man te brengen. Ze laten klanten wegdromen bij (bewegende) beelden van compleet ingerichte appartementen, terwijl de realiteit soms nog niet eens een ruwbouw is. Nieuw is de praktijk niet: in 2004 al begon Ikea met 3D-visualisaties te experimenteren. En nu zijn hun catalogusbeelden bijna allemaal renderings. Eerlijk gezegd: je merkt het verschil niet. Is dat dan bedrog? Wel als de rendering niet beantwoordt aan de werkelijkheid. "In een beeld voor een projectontwikkelaar durven we al eens een muurtje net iets verder achteruit te zetten om een ruimte wat groter te maken. Een render is en blijft een droombeeld. Dat het een 'artistieke impressie' is staat er ook altijd bij vermeld. In een autoreclame zijn wagens toch ook altijd full-option?" zegt Dietrich De Blander, CEO van het Roeselaarse renderingsbedrijf Nanopixel. "Je zult zien: op 3D-visualisaties voor vastgoedklanten - zowel stilstaande als bewegende - is het vaak net golden hour: het avondzonnetje valt perfect binnen en doet alles in een warme gloed baden. Dat is natuurlijk ook niet realistisch. Voor een ontwikkelaar is een rendering altijd de beste versie van de realiteit, want dat verkoopt nu eenmaal." Dietrich startte Nanopixel 15 jaar geleden. De software en rekenkracht voor 3D-visualisaties stond toen nog in de kinderschoenen. Inmiddels werkt er 55 man en gebruikt men geavanceerde CGI-technieken en realtime engines, die - zoals in computergames - live beelden kunnen renderen. Nanopixel is marktleider in België: qua high-end 3D-visualisaties moeten ze niet onderdoen voor hun internationale concurrenten. "We hebben twee divisies in ons bedrijf: met Nanopixel maken we de commerciële, superrealistische beelden voor de vastgoedmarkt. Met Nanostudio werken we in opdracht van architecten en interieurarchitecten. Die willen vaak renderings die er wat artistieker en suggestiever uitzien." Renderings zijn de laatste 10 jaar alomtegenwoordig geworden in de architectuurwereld en op de vastgoedprojectmarkt. En de kwaliteit neemt steeds meer toe. "Eigenlijk hebben renderaars nu hetzelfde arsenaal aan technieken als in de filmindustrie. Door film, reclame en tv-series zijn we extreem visueel ingesteld geraakt. We zijn die hoge kwaliteit van beelden gewoon. Een architect die nu nog iets op een 2D-plan aan een klant presenteert, leeft nog in de oertijd. Trouwens: veel mensen kunnen geen plannen meer lezen", zegt De Blander. Maar kunnen renderings wel echt plannen vervangen? Net omdat ze zo 'expliciet' zijn, krijgen ze ook veel kritiek: ze maken een project al bijna definitief, nog voor het gerealiseerd is. 'Digitale waanvoorstellingen' noemde architectuurcriticus Mark Minkjan zulke 3D-visualisaties op zijn website Failed Architecture. "Zo'n render verhult de lelijke kanten van architectuur en stedelijke ontwikkeling. En de media trappen erin", schrijft hij. Renderings worden inderdaad gebruikt als communicatietool voor premature projecten of bij voorontwerpdossiers. Veel mensen gaan ervan uit dat het aperitiefjes zijn voor een reëel gebouw. Maar soms zijn het maar loze beloften van een project dat er in realiteit een pak minder spectaculair zal uitzien. Heel soms zijn het zelfs pure leugens. Als journalist maakten we het al een paar keer mee dat prachtige projecten op websites van (interieur)architecten bij navraag eigenlijk voorontwerpen bleken van projecten die eigenlijk niet bestaan. Zo'n fake it 'till you make it-blufpoker is aantrekkelijk voor beginnende bureaus om hun portfolio op te spicen. Maar het kan ernstige gevolgen hebben: een klant die niet merkt dat het om renderings gaat, denkt dat je zoiets kunt realiseren, terwijl je praktijkervaring mist. "Een rendering is relatief snel gemaakt. En klanten zijn er ongetwijfeld makkelijker mee te overtuigen. Maar hoe haalbaar zijn veel van die digitale beelden in de praktijk? Eerlijk gebruikt is een render een magnifieke ontwerp- en presentatietool, maar ik vraag mij heel vaak af hoe bepaalde architecten het er in de realiteit en op de werf soms van afbrengen", zegt Kristof Goossens, architect bij het ervaren kantoor anversa. Op het internet circuleren veel renderings die puur fantasiecreaties zijn van 3D-artiesten (zie ook p. xx, 'Dreamscapes'). Die zijn niet in opdracht gemaakt van een (interieur)architect of vastgoedontwikkelaar. En ook niet gemaakt om een architectuurportfolio leugenachtig mee op te smukken. Maar soms zijn die beelden zo realistisch dat ze via internet en sociale media een eigen leven gaan leiden. Voor je het weet, krijgen compleet fictieve gebouwen onlinecomments genre ' could live here' of 'dit is mijn droomkeuken'. De Berlijnse 3D-artiest Julius Hahmann - die zijn carrière als architect startte - vindt het totaal geen probleem als zijn renderwerk als foto of realiteit wordt beschouwd. "Ik ben zelfs erg geflatteerd als dat gebeurt. Missie geslaagd", zegt hij. Als soloproject maakte hij een 3D-visualisatie van de povere inkomhal van zijn appartement in Prenzlauer Berg. Het overschilderde behang, de afbladderende verf op de trap, de blutsen in de brievenbussen, de barsten in de tegelvloer: het is waanzinnig hoe levensecht zijn beelden zijn. "We zitten op een moment dat realiteit en fictie vermengd raken", zegt hij. Zelfs in magazines worden - soms onbewust - renderings en echte foto's door elkaar gebruikt. Plan Magazine, een Belgisch architectuurblad, zette recent nog een render op hun cover: Sigma House van Office O Architects in Rupelmonde. Het huis is zo futuristisch dat het als voorontwerp al genomineerd werd voor architectuurprijzen. De Gentse interieurarchitect Pieterjan pleit daarom ook voor renderhygiëne in de media. Zodra hij op sociale media een rendering spot die niet as such wordt vermeld, dan triggert hem dat. "Een render maken is niet moeilijk. Alles kan, details maken niet uit. Je kunt er de kleuren en materialen op gooien die je wilt. Jammer dat iedereen renders post als 'echte' interieurs", reageerde hij op een Instagrampost van Elle Decoration NL, waarop een keukenrendering te zien was. "Voor mensen die niet dagelijks met interieur bezig zijn, is het moeilijk om het verschil te zien. Wie zo'n rendering maakt, is puur uit op eye candy. Die kent de technische aspecten van materialen en aansluitingen niet, waar je bij de uitvoering rekening mee moet houden. De 3D-artiest creëert dus een vals verwachtingspatroon, zeker als media niet duidelijk vermelden dat het beeld fake is. Je moet weten dat klanten met zulke beelden bij interieurarchitecten aankloppen ter referentie. Tuurlijk kan zo'n rendering inspirerend zijn qua kleur of materialencombinaties, maar vermeld dan gewoon dat het beeld geen echte realisatie is." Pieterjan krijgt regelmatig mails van buitenlandse renderbureaus die hun diensten aanbieden voor relatief weinig geld. "Soms sta ik paf van de kwaliteit. Hun beelden zijn soms zo levensecht dat je nauwelijks kunt zien dat ze getrukeerd zijn. Op sociale media kijken we maar een paar seconden naar een beeld. Dus bijna iedereen trapt erin." Check de Instagramaccount van Yaroslav Priadka eens: de Oekraïense 3D-artiest maakt aantrekkelijke interieurbeelden die haast niet van een foto te onderscheiden zijn. Zelfs op populaire architectuurwebsites als Dezeen, ArchDaily of Designboom zie je weleens renderings als echte (interieur)architectuur besproken worden. Eerlijk is eerlijk: we waren zelf haast in de luren gelegd. Researchend voor een boek rond architectuur en classic cars, stootten we online op een reeks spectaculaire beelden van brutalistische huizen. Met knappe auto's voor de deur geparkeerd. De huizen waren ons onbekend, maar voelden op een vreemde manier vertrouwd. En vooral: ze werden gretig gedeeld op platforms zoals Tumblr en Pinterest. Maar evengoed op architectuurwebsites. Bij navraag bleken ze too good to be true, want de 'architect' bleek de Pool Adam Spycha?a. Hij werkt naar eigen zeggen bij een middle-of-the-road architectenbureau in Polen, maar onder de naam HOODzieletz maakt hij indrukwekkende 3D-visualisaties van de huizen die hij in zijn dromen zou willen bouwen. Zijn 'betonarchitectuur' bestaat enkel in pixelvorm, losjes gesampled uit het oeuvre van Juliaan Lampens, Le Corbusier en Claude Parent. De bekendste architect van de digitale avant-garde is Mark Foster Gage, de voormalige assistent van Frank Gehry. Behalve enkele kleine projecten, zoals (winkel)interieurs voor Nicola Formichetti en outfits voor Lady Gaga, blijft zijn extravagante architectuur voorlopig in het renderstadium. Logisch, want in zijn extreem gedecoreerde ontwerpen verwerkt hij de geschiftste vormen, die hij random van internet plukt: van speelgoed tot dildo's. Anno 2020 lijkt het ondenkbaar dat hij ooit zo'n experimenteel flatgebouw in New York zal mogen bouwen. Maar wellicht is Gage gewoon de 21ste-eeuwse Zaha Hadid: een architect die z'n tijd zo ver vooruit is dat de eerste decennia van zijn carrière al zijn grote ontwerpen 'op papier' blijven. Bij de Rus Alex Nerovnya raakt de digitale en fysieke architectuur nog meer verweven. Hij is architect, maar zijn studio is vooral bekend voor z'n high-end conceptwoningen. Die zien er glossy en futuristisch uit, maar zijn altijd mooi geïntegreerd in het landschap. Zijn Sol House en York House zijn zo picture perfect dat ze viraal gingen. Alleen: ze bestaan niet. 240.000 volgers heeft Nerovyna op Instagram. "In ons bureau in Moskou werkt er 6 man, plus nog 3 man extern", mailt hij. "De projecten die we op Instagram posten, zijn puur conceptueel. Ze zijn niet ontworpen om gebouwd te worden. Maar op basis van die ideeën zijn er klanten die ons vroegen om echte privévilla's of showrooms te ontwerpen in Rusland, Europa en het Midden-Oosten." Hij speelde zichzelf in de kijker toen hij een voorstel indiende om een glazen dak te maken boven het schip van de uitgebrande Notre-Dame in Parijs. De kritiek was niet mals, maar zijn render ging wel de wereld rond. "Alle meesterwerken braken ooit met de historische traditie. De Notre-Dame verdient hetzelfde. Durven we de geschiedenis uitdagen?" klonk hij toen nogal hoogdravend. Ergens heeft Nerovnya wel een punt: renderings kunnen de geschiedenis wel degelijk een dienst bewijzen. Ze kunnen namelijk historische architectuur tot leven brengen. David Romero, een Spaanse architect en 3D-artiest, doet dat met Frank Lloyd Wright. Hij maakt renderings van afgebroken of niet-gerealiseerde projecten van de Amerikaanse architect, in samenwerking met de Frank Lloyd Wright Foundation. Bij zijn dood in 1959 - vlak voor de opening van zijn Guggenheim New York - liet Wright een zeshonderdtal onuitgevoerde plannen na. Romero 'bouwde' enkele iconische projecten na met 3D-software, op basis van de originele plannen. De Gordon Strong Automobile Objective uit 1925 bijvoorbeeld: een spiraalvormig entertainmentcomplex rond een planetarium, met een autopiste die als een slakkenhuis naar boven cirkelt. De opdrachtgever, Gordon Strong, ketste het idee helaas af, omdat het "te veel op de toren van Babel leek". Maar Wright recycleerde het idee - weliswaar op zijn kop - voor zijn Guggenheim. "Toen ik dit project startte, had ik veel negatieve reacties verwacht op mijn virtuele Frank Lloyd Wright-modellen," zegt Romero, "maar ik hoorde niks dan positiefs. Nu beeldtechnologie en virtual reality steeds geavanceerder worden, kunnen digitale maquettes van historische gebouwen een handig alternatief zijn." Zouden renderings ons verlossen van al die ellendige maquettetentoonstellingen? Hopelijk is dat geen fake news. Het antwoord op de quiz: enkel het project van Productora - een witbetegeld huis met een blauwe VW Kever eronder geparkeerd - is echt.