Abel Ferrara ziet er niet alleen uit als een zwerver, hij loopt er kennelijk voortdurend gedrogeerd bij en praat meestal wartaal. Bijna niet te geloven dat deze man ook in staat is om films te regisseren - wat hij in bijzonder hoog tempo doet. Heel intense, sombere en on-Hollywoodse films, dat spreekt vanzelf. Maar ook films die ondanks de brutale provocaties, de psychische chaos en ontreddering die ze bijna tastbaar maken, toch maar het resultaat zijn van een grote cinematografische beheersing. Zoals onder Ferrara's nihilisme een sterk katholicisme schuilgaat en het in beeld brengen van de driftige, koortsachtige actie een grote discipline verraadt.

Elf van zijn films - nagenoeg zijn volledig oeuvre - zijn tussen 20 en 30 april te bewonderen in het Filmmuseum van Brussel. Geboren in 1951 in de Bronx begon Ferrara als tiener al Super-8-films te maken. Met zijn eerste speelfilm "The Driller Killer" uit 1979 (die helaas in dit overzicht ontbreekt) was het meteen prijs: dit portret van een psychotische schilder, die 's nachts gewapend met een drilboor de straten van New York onveilig maakt, zorgde voor controverse en cult-status. De cineast speelde zelf de titelrol en beeldde ook de eerste verkrachter uit, in de feministische wraakfantasie "Angel of Vengeance". Zijn meest "normale" en tegelijk meest gestileerde film blijft "China Girl", een "West Side Story"-achtig verhaaltje (niet gezongen weliswaar), waarin gangs uit Chinatown en Little Italy, New York in een slagveld veranderen. Zijn extreemste en schokkendste karakterstudie is "Bad Lieutenant", waarin Harvey Keitel als een aan heroïne en crack verslaafde, verdorven politieman de rauwe vertolking van zijn leven brengt. Dat Ferrara ook tot meer ingetogen werk in staat is, bewees hij met "The Funeral", het elegische portret van een in rouw gedompelde maffia-familie.

De vertoning in het Filmmuseum is een buitenkans. Een redelijk aantal van Ferrara's films blijft immers onuitgebracht in onze bioscopen: daartoe horen de stijlvolle Elmore Leonard-verfilming "Cat Chaser"; het misdaadverhaal "King of New York" over een gangster ( Christopher Walken) met een dubbele missie: al zijn rivalen uitschakelen en een kinderziekenhuis redden; de zwart-witfilm "The Addiction", een aids-allegorie over vampirisme in hedendaags New York.

Een buitenbeentje in zijn werk is "Body Snatchers", de derde versie van een klassiek paranoïde SF-verhaal over peulmensen. Ferrara maakte ook twee films over het filmproces: "Snake Eyes", een psychodrama met Madonna, en zijn laatste prent "The Blackout", met Matthew Modine als de verslaafde filmster met geheugenverlies, die zijn misschien verdwenen Franse vriendin heeft vermoord.

In veel opzichten lijkt Ferrara een extreme versie van Martin Scorsese: de obsessie voor de New Yorkse onderwereld en bezeten misdadigers met een roeping; de thematiek van zonde, loutering en genade; de mise-en-scène van het rituele geweld en de dramatiek van het paroxisme; de taferelen van verlossend geweld. Anders dan Scorsese is hij echter geen maverick in Hollywood, maar ronduit een outlaw.

Abel Ferrara, van 20 tot 30 april in het Filmmuseum, Brussel. Info: Tel. (02) 507.88.70.

Patrick Duynslaegher