HONGAREN EN ROEMENEN
...

HONGAREN EN ROEMENENHongaarse schilderkunst in Gent, Roemeense schilderkunst in Antwerpen : twee grote tentoonstellingen met opvallende gelijkenissen, ook al vertrokken ze van een totaal verschillende aanpak. De expo Hongaarse Schilderkunst 1860-1910 in het Gentse Museum voor Schone Kunsten werd vakkundig samengesteld door een Belgische, Hongaarse en Nederlandse konservator (de tentoonstelling liep eerder al in Den Haag). Voor Roemeense Schilderkunst 1800-1940, te zien in het Antwerpse Hessenhuis, trokken de initiatiefnemers zonder voorkennis en dus 'onbevooroordeeld' naar Roemenië, waar ze een eigen selektie uit de voorhanden zijnde musea mochten maken. Achteraf bleek de Antwerpse keuze vrij goed samen te vallen met de Roemeense artistieke normen. Toch is de Roemeense tentoonstelling heel onevenwichtig. Op het gelijkvloers van het Hessenhuis zie je hoe de Roemeense schilderkunst begin 19de eeuw onder de Byzantijnse ikonografische sfeer uitkwam en zich liet beïnvloeden door de grote kunststeden München, Wenen of Parijs. Schilders als Theodor Aman en Nicolae Grigorescu maakten hun eigen versies van het lumineuze realisme en de aanzet tot het impressionisme (beiden verbleven overigens in Parijs). Maar op de eerste verdieping, waar de overgang van de 19de naar de 20ste eeuw te zien is, overheerst de middelmatigheid. Alleen het werk van Petrasçcu en dat van Theodor Pallady (die nog schouderklopjes meekreeg van Matisse) kan bekoren. De avant-garde op de tweede verdieping is ook al erg hybride. De grootste Roemeen, Brancusi, ontbreekt natuurlijk, het werk van de betere kunstenaars als de surrealist Victor Brauner en van Hans Mattis-Teutsch, die bij de Duitse expressionisten aanleunde, moet ook hier de meubelen redden. Eén Hessenhuis-etage met de betere kunstenaars en hun werken ware voldoende geweest. In Gent is de kwaliteit gelijker, al kan je er niet omheen dat alleen al pakweg de Belgische schilderkunst uit dezelfde periode boeiender is. Of heeft dat met de herkenbaarheidsfaktor te maken ? Mihály Munkáczy zat nog in de uitlopers van het romantisme, de jonggestorven Lászlo Paál schilderde echt in het Franse kunstenaarsdorpje Barbizon, bij Pál Szinyei Merse maakte donker realisme plaats voor het plein airisme. Ook Hongarije had zijn kunstenaarsdorp, dat Szolnok heette en waar onder meer Lászlo Mednyánszky schilderde die vooral met zijn latere werk in deze tentoonstelling opvalt. Uit de kunstenaarskolonie Nagybánya zou Károly Ferenczy zich opwerken tot de meest talentvolle schilder. Het overzicht van de Hongaarse modernen is mooi, maar het is opvallend hoe sterk in die tijd een "Europese stijl" heerste (zie ook de Roemenen), die vooral vanuit Parijs gedikteerd werd. Ook de Belgische avant-garde werd toen epigonisme verweten : pas recent leggen kunsthistorici meer en meer de nadruk op de Belgische eigenheid. Misschien moeten we dat met de Hongaren en de Roemenen ook maar doen. - "Hongaarse Schilderkunst 1860-1910" in het Museum voor Schone Kunsten, Citadelpark in Gent, tot 15 oktober. tel. (09) 222.17.03. "Roemeense schilderkunst 1800-1940" in het Hessenhuis, Falconrui in Antwerpen, tot 17 september. tel. (03) 232.84.28. HOLLANDS DESIGNWie veel door Nederland reist, kan er niet naast kijken : het openbare leven gaat er uitgebreid door keurige design-handen. Een postbus, een telefooncel, een geldbriefje, een treinstation, de verkeersinfrastruktuur, het straatmeubilair, het is allemaal getekend door de Hollandse nuchterheid, helderheid en overzichtelijkheid, een 'design-identiteit' die voor een groot stuk gevormd is door de calvinistische traditie, maar ook door de evolutie op artistiek gebied, met De Stijl en Gerrit Rietveld als bekendste voorbeelden. De Nederlandse staat heeft altijd veel belang gehecht aan 'publieke vormgeving' en is dan ook veruit de belangrijkste opdrachtgever voor dit soort design. Een boeiend overzicht van al dat Made in Holland is te zien in het Gentse Museum voor Sierkunst. Niet alleen het openbare leven wordt op een efficiënte en prettige manier vormgegeven, ook de grafische en industriële vormgeving komen aan bod. Qua woningdesign wordt het Nederlandse adagium 'Minder is Meer' waargemaakt via onder meer een stoel van Wim van den Bergh, gemaakt uit één metalen buis en een stuk leer. Als extraatje worden de avant-gardejuwelen van ontwerpster Emmy van Leersum getoond, die in de jaren zestig en zeventig een ware revolutie in dit genre ontketende. De tentoonstelling "Made in Holland" is beperkt in omvang, maar efficiënt genoeg opgevat om te beseffen dat België op het vlak van openbare design-kultuur een apeland is. - "Made in Holland Vormgeving uit Nederland" in het Museum voor Sierkunst, Jan Breydelstraat 5 in Gent, tot 17 september. tel. (09) 225.66.76. LAATSTE LEIE-SCHILDERVorig jaar overleed op 82-jarige leeftijd Vic Dooms, de laatste van de Latemse Leie-schilders. Vic Dooms werkte bij leven bij de Post : hij had er meestal nachtdienst, zodat hij overdag kon schilderen. Pas op latere leeftijd kreeg hij enige erkenning voor zijn werk. Het Brusselse Postmuseum organizeert nu een mooie tentoonstelling rond deze verdienstelijke kunstenaar, die in het boek "Vier uit Sint-Martens-Latem" van prof. Pierre Kluyskens omschreven wordt als "de Guido Gezelle van de schilderkunst". Vic Dooms was een intimistisch en anti-revolutionair schilder, die zich graag in zijn atelier terugtrok om er Leie-landschappen, interieurs en stillevens te schilderen. Daarbij primeerden de pikturaliteit en vooral het gevoel voor kleur. Ter vergelijking met het Dooms-werk biedt het Postmuseum ook werk van andere Leie-schilders als Hubert Malfait, Maurice Schelck en Leon De Smet, afkomstig uit het Museum Dhondt-Dhaenens in Deurle. De Dooms-tentoonstelling is opgezet in de vernieuwde expo-zaal van het Postmuseum, dat ook in de toekomst dergelijke extra-initiatieven wil uitwerken. - Tot 15 september in het Postmuseum aan de Grote Zavel 40 in Brussel, open van dinsdag tot zaterdag van 10 tot 16 uur, op zondag tot 12 u.30. Toegang gratis. MARC RUYTERS"Tuiniers" (1891) van Károly Ferenczy : Hongaarse modernen in Gent.