:: 'Aan de bak' wordt aangeboden in de gevangenis van Merksplas,
...

:: 'Aan de bak' wordt aangeboden in de gevangenis van Merksplas, Wortel, Hoogstraten, Brugge, Dendermonde, Leuven-Centraal, Leuven-Hulp en Antwerpen-Arresthuis. Info : www.vdab.be. De methodiek Begeleide Intrede is ontwikkeld door het Subregionaal Tewerkstellingscomité Turnhout, 014 44 51 73, www.stcturnhout.be. Deze methodiek verschijnt in december in boekvorm bij uitgeverij Garant, 03 231 29 00, www.garant.be.Er was eens een jongetje dat zeer rijke ouders had en daarom door boze mannen ontvoerd werd. De ouders betaalden een klein miljoen euro losgeld en kregen hun zoontje bang maar heel terug. De boze mannen verdwenen achter de tralies, waar ze levenslang onder dwang moesten werken. Maar ze mochten opnieuw naar buiten, weliswaar onder voorwaarden en met een elektronisch enkelbandje, maar toch vrij. Het duurde niet lang of hun enkelalarm trad in werking. Ze hadden elkaar gezien, en dat mocht niet. We wilden samen een excuusbrief schrijven, zeiden ze. Jullie wilden het nooit teruggevonden losgeld verdelen, zegden anderen. De kranten zochten naar alle mogelijke cijfers. Het aantal ex-gedetineerden dat voorwaardelijk vrij was, het aantal dat het afgelopen jaar de bijbehorende voorwaarden verbrak, het aantal dat wegens strafbare feiten opnieuw naar de gevangenis moest afdruipen. En zo was dat oeroude 'eens dief altijd dief' weer eens bevestigd, en bleef goed nieuws uit de gevangeniswereld als niet spannend en dus oninteressant achter de tralies. Nochtans is er wel goed nieuws, daar werkt onder andere de VDAB aan. Sinds september 2001 hebben zij een project lopen dat officieel arbeidstoeleiding voor gedetineerden heet, maar kortweg aan de bak wordt genoemd, en dat het vinden van een nieuwe job resoluut aanduidt als een noodzakelijke stap tot reïntegratie. Vier voltijdse en vier halftijdse detentieconsulenten bogen zich de eerste twee jaar van het project over meer dan twaalfhonderd gedetineerden. Vandaag begeleiden zij samen nog eens bijna zevenhonderd vijftig gevangenen. Nadat de Vlaamse Gemeenschap een strategisch plan voor hulpverlening aan gedetineerden ontworpen had, was het toenmalig Vlaams minister van Werkgelegenheid Landuyt die de nodige concrete impulsen gaf. In negen van de zeventien Vlaamse gevangenissen startte het project als een brug tussen gedetineerden en de arbeidsmarkt. De consulenten hanteren een zeer concrete aanpak. Met een reeks denk- en doeopdrachten proberen ze een beeld te krijgen van de vaardigheden van de gedetineerde. Pas dan zijn de gesprekken gericht op oriëntatie. Wat kan je goed ? Wat zou je graag doen ? Wat zijn de mogelijkheden op de arbeidsmarkt ? Welke vaardigheden moet je nog bijsturen ? Een opleiding sociale en communicatieve vaardigheden is een volgende stap, net als een computer- en een sollicitatietraining. Nadien kunnen de deelnemers zich inschrijven voor beroepsopleidingen buiten de gevangenis. Een derde kiest voor een cursus in de bouwsector, maar ook metaalbewerking, logistieke banen en meer en meer ook opleidingen tot bediende zijn in trek. De twee gevangenissen van Leuven experimenteren met een Wis-terminal, zodat de gedetineerden zelf de vacatures kunnen raadplegen die werkgevers via de VDAB bekendmaken. Ook positief nieuws heeft cijfers. Meer dan een derde van de gedetineerden probeert vanuit de gevangenis te solliciteren. In augustus 2004 hadden bijna driehonderd gedetineerden de cyclus aan de bak doorlopen. Iets minder dan de helft van hen was na zes maanden niet meer werkzoekend. Nochtans gaat het om een groep die niet goed in de markt ligt. Een enquête binnen het project hielp de gemiddelde deelnemer schetsen. Het gaat overwegend over mannen die laaggeschoold zijn en van wie meer dan de helft jonger is dan vijfendertig. Een vierde bleek onervaren op de arbeidsmarkt, veel te vaak ging het om recidivisten met een weinig hoopvolle sociale situatie. "Denk niet dat het gemakkelijk werken is", zegt detentieconsulent Franky Van Belleghem. Hij zit al tien jaar in het vak en begeleidt nu het project aan de bak in de gevangenis van Brugge. Dat betekent dat hij doorlopend werkt met honderd vijftig gegadigden. "Ik houd me niet enkel bezig met het afwerken van het programma. Mijn grootste taak ligt in het motiveren. Natuurlijk willen de meeste gevangenen hier zo snel mogelijk buiten, en schrijven ze zich vlot in voor een cursus die dat versnellen kan. Ik probeer hen warm te krijgen voor de juiste redenen : de wil tot werken, en een goede beroepsopleiding." Als hij daarin lukt en zijn cursisten werk vinden, dan voelt hij zich tevreden. "Mijn grootste voldoening is hen niet meer terug te zien", lacht hij. "Maar daar kruipt veel energie in. Wat me het meeste inspanning kost, is het vinden van de juiste proportie begrip. Ik wil begrip opbrengen voor hun situatie, maar wil tegelijk ook respect blijven tonen voor hun slachtoffers." Begrip is in deze materie een sleutelwoord. Dat zegt ook Rudy Ravers (36), gedetineerde in voorwaardelijke invrijheidsstelling. Wie hem voorzichtig vraagt naar zijn verleden, krijgt kordaat te horen : "Je mag alles vragen. Ik heb niets meer te verbergen. Ik wil dat je weet waar je met mij aan toe bent." Gediplomeerd elektricien Rudy ontspoorde toen hij zesentwintig was, nadat de vriendin met wie hij al tien jaar samen was met zijn beste vriend in zee ging. "Hoewel ik altijd hard gewerkt had en nooit veel uitging, werd ik plots een fuifbeest. Ik was al snel verloren. Je kent het : discotheken, veel drinken, feesten van donderdagavond tot dinsdagmiddag en na een tijd ook drugs om dat vol te houden. Ik dealde om dat te kunnen betalen. Ik was twee jaar van de wereld." Dat dit voor zijn gezondheid onhoudbaar werd, besefte hij op de dag dat hij aan het stuur in slaap dommelde. Hij stopte met drugsgebruik, doorworstelde twee weken ontwenning, maar bleef daarna dealen. Koffers vol cocaïne kocht hij in Venezuela en Ecuador. Tot een transport onderschept werd, en de politie het spoor tot bij Rudy volgde. "Na een dik jaar in de gevangenis van Turnhout, was ik ronduit verbitterd. Ik kwam buiten en had niets meer. Ik was één brok wraak. Twee weken later pleegde ik een gewapende overval op een supermarkt. Gelukkig werd ik een week daarna opgepakt." Gelukkig, zegt Rudy Ravers, omdat hij nu beseft welk mechanisme er aan het werk was. "Ik ben iemand die zich tweehonderd procent voor iets inzet, alleen had ik de verkeerde weg gekozen. Dat wist ik al toen ik de angst zag in de ogen van mijn slachtoffers. Ik zat nog eens zes jaar, in Turnhout en in Brugge. Daar zag ik meer dan ooit wat drugs met mensen doen. Ik wil hier niets meer mee te maken hebben, dacht ik."Hij werd diender - wc's en douches onderhouden, eten uitdelen enzovoorts - en later hoofddiender. Als voorbereiding op een voorwaardelijke invrijheidsstelling schreef hij zich in voor de cursus aan de bak. Toen hij begon te solliciteren stond hij op de meest open eerlijkheid. "Ik wil vertellen hoe het begonnen is, hoe het van kwaad naar erger ging en hoe ik ermee gekapt heb. Ik heb spijt van wat ik deed en voel me schuldig om wat ik mijn familie aandeed. Ik heb ondertussen ook al gepraat met iemand die mijn overval meemaakte. Ik maak daar geen geheim van." Rudy Ravers legde dit alles ook op tafel bij zijn sollicitatiegesprekken. Al bij een tweede poging kreeg hij een baan als elektricien, na een gesprek van meer dan twee uur. De VDAB voorzag een IBO-statuut, waarbij de dienst zelf voor een opleiding en een deel van het loon zorgde. Ravers bleef 's avonds naar de gevangenis gaan, verhuisde dan naar een opvanghuis en woont ondertussen alleen. Ook tegenover zijn collega's koos hij voor openheid. "Ik wil niet eerst aan een vertrouwensband werken en dan met mijn verhaal komen. Dat zou niet sympathiek zijn. Ze wisten alles en toch hebben ze me kansen gegeven. Ik ben er nu al tweeënhalf jaar." Hayo De Vries is zaakvoerder van het stukadoorbedrijf De Vries en heeft ervaring met de tewerkstelling van ex-gedetineerden. Daar begon hij niet zonder reserves aan. "Ik vroeg me vooral af of ik die persoon wel kon vertrouwen. Mijn stukadoors werken vaak in bewoonde gebouwen, en soms moeten ze een klus alleen afhandelen." Dat hij bereid is met ex-gedetineerden te werken komt volgens hem niet alleen voort uit zijn sociale betrokkenheid. "Er zijn te weinig bekwame arbeidskrachten op de markt. Als er zich iemand met kwaliteiten aanbiedt, wil ik niet vallen over zijn verleden. Ik ga ervan uit dat hij kan werken zoals mijn andere werknemers, die overigens niet alles hoeven te weten. Wel ben ik bereid die persoon extra aandacht te geven, een beetje zoals een bezorgde vader." Niet alle werkgevers denken er zo over. Xavier Eelen, projectontwikkelaar van het Subregionaal Tewerkstellingscomité (STC) van Turnhout verwoordt hun bezwaren. "Ze zeggen dat hun personeel laaggeschoold is en daarom minder openheid heeft voor wie 'anders' is. Ze willen niet als de pastoor bekeken worden, als diegene die probleemgevallen binnenhaalt, dus. Sommigen vragen of er subsidies aan vastzitten. Of ze gaan ervan uit dat ex-gedetineerden geen arbeidsattituden hebben of ze vrezen dat ze in een ongestructureerd leven zullen hervallen." Het STC organiseert vernieuwende projecten om 'kansengroepen' bij de arbeidsmarkt te betrekken. Kansengroepen is een mooi en positief woord voor al wie meer kansen nodig heeft dan hij in de schoot geworpen kreeg. Soms gaat het over vrouwen, soms ex-verslaafden, vaak over allochtonen, vluchtelingen en laaggeschoolden. Ook ex-gedetineerden kunnen een extra impuls gebruiken. Werk is voor hen een wettelijke manier om geld te verdienen, maar ook een nieuw netwerk, een nieuwe kans tot integratie, een streep onder het verleden. Maar dan moeten werkgevers wel meewillen, natuurlijk. Met het project Begeleide Intrede zoekt het STC nu ook naar mogelijkheden om werkgevers meer bereid te maken vacatures voor ex-gedetineerden open te stellen. Het was de Commissie voor Voorwaardelijk Invrijheidsstelling die op de lacune had gewezen : een gedetineerde komt meestal pas voorwaardelijk vrij als hij een arbeidscontract kan voorleggen, en daar wringt het schoentje vaak. Het STC Turnhout kwam in actie en ontwikkelde in twee jaar tijd een methodiekenmap die werkgevers moet begeleiden bij het tewerkstellen van ex-gedetineerden. Daarin lezen geïnteresseerden onder andere hoe ze de reactie van hun werknemers kunnen inschatten, hoe ze de ex-gedetineerde werknemer naar eigen noden kunnen begeleiden en evalueren. Er is ook een checklist voor wie als leidinggevende met de ex-gevangene werkt en bereid is zijn houding te evalueren. De werkfiches zijn gebruiksklaar. De map voorziet ook in voldoende informatie over het attest van goed zedelijk gedrag en de verschillende tewerkstellingsmaatregelen voor ex-gedetineerden. Xavier Eelen heeft goede hoop voor deze methodiek. "Het is een dubbel antwoord. Enerzijds was er de commissie die aangaf dat er te weinig gedetineerden kansen kregen op de arbeidsmarkt. Anderzijds was er de arbeidsmarkt die bleef roepen om arbeidskrachten. De cursus aan de bak deed al veel om gedetineerden aan werk te helpen, maar te vaak vallen ze nog in een gat op het moment dat de deur van de gevangenis achter hen dichtgaat. Dat gat kan nu gevuld worden." Via colloquia stelt het STC de methodiek Begeleide Intrede nu voor in de regio's Geel, Leuven en Dendermonde. Linda Cuylaerts van STC Turnhout gooit een visje uit naar bedrijven. "Als je al mensvriendelijk werkt en je inzet voor een milieuvriendelijke productie, moet je dan ook hier niet voor openstaan ?" Tekst Gretel Van den BroekEen werkgever : "Als er zich iemand met kwaliteiten aanbiedt, wil ik niet vallen over zijn verleden. Wel ben ik bereid die persoon extra aandacht te geven, een beetje zoals een bezorgde vader."Een ex-gevangene : "Ik heb geen geheimen voor mijn baas en collega's. Ik wil niet eerst aan een vertrouwensband met hen werken en dan met mijn verhaal komen. Ze wisten alles en toch hebben ze me kansen gegeven."