Hij die Duitslands grootste dichter heet, noemde zijn geboortestad ein Nest. Dat is geen belediging : Johann Wolfgang Goethe is in het ouderlijke huis Zu den drei Leiern met warmte in een grootburgerlijke familie opgegroeid. Hij geniet privéonderricht, schrijft zijn eerste gedichten en wandelt over de Römerberg, het stadhuisplein van Frankfurt. Dan vliegt hij uit zoals alle vogels, met omwegen naar Weimar, waar hij uitgroeit tot de Klassieker van de Duitse letteren. "Al in Frankfurt schreef hij Die Leiden des jungen Werthers en de Urfaust, hij ging zwemmen in de Main en begon aan de glorierijke verdichting van zijn leven", zegt Stefanie Reimann.
...

Hij die Duitslands grootste dichter heet, noemde zijn geboortestad ein Nest. Dat is geen belediging : Johann Wolfgang Goethe is in het ouderlijke huis Zu den drei Leiern met warmte in een grootburgerlijke familie opgegroeid. Hij geniet privéonderricht, schrijft zijn eerste gedichten en wandelt over de Römerberg, het stadhuisplein van Frankfurt. Dan vliegt hij uit zoals alle vogels, met omwegen naar Weimar, waar hij uitgroeit tot de Klassieker van de Duitse letteren. "Al in Frankfurt schreef hij Die Leiden des jungen Werthers en de Urfaust, hij ging zwemmen in de Main en begon aan de glorierijke verdichting van zijn leven", zegt Stefanie Reimann. Het geboortehuis en museum met heropgebouwde trapgevel herbergt meubelen, de wundersame Uhr die de stand van zon en maan aangeeft, een bibliotheek, de geboorteoorkonde uit 1749, " mittags mit dem Glockenschlag zwölf". "Hier voel je de ambivalentie van de stad", zegt mijn gidse : "Frankfurt is getekend door bankiers, niet door Goethe voor wie de stad tenslotte te eng was. Dat heeft men hem lang niet vergeven, maar vandaag zijn we trots op zijn erfenis. We hebben wel een Goethe Universiteit, maar ook de meest exclusieve winkelstraat is naar hem genoemd." Met een skyline van glas en geld is dat de januskop van de metropool : een culturele rijkdom die op het eerste gezicht moet wijken voor de belangen van financiën en business. Ik kijk door het raam zoals de jonge knaap destijds, gelukkig en weemoedig, maar kan niet meer zien waar hij zo van genoot : een zonsondergang boven de stadsmuren, die plaats hebben gemaakt voor een torenhoog Finanzzentrum. "Regenweer is museumweer", zegt de hotelportier die een taxi wil roepen. Liever niet, de museumkaai ligt op loopafstand. Bovendien heb ik met de Frankfurt Card toegang tot het openbaar vervoer. Waar de Schaumainkai begint, staat bij de Friedensbrücke over de Main tot mijn blijde verwondering een proletariër, de handen trots op de heupen en een kap over het hoofd : de havenarbeider van Constantin Meunier, aan het begin van een kilometerslange kade waar deze zaterdagochtend rommelmarktkramen en musea elkaar afwisselen : sculpturen, architectuur, film, toegepaste kunsten, wereldculturen, schilderwerk uit Duitslands glorierijke eeuwen, alles verzameld in huizen die de tijd tussen neorenaissance en modernisme overspannen. Wereldoorlog II heeft de zuidoever gespaard, zodat de Museumsufer tegengewicht vormt voor de overkant, waar boven de herbouwde huizen van de Altstadt het financiële hart van Europa de skyline in pacht heeft. Op de rivier dobberen knobbelzwanen, roeiers duwen zich stroomopwaarts terwijl ik binnen naar schilderijen van Holbein kijk, naar een filmfragment met Liz Taylor of een stoel uit de sixties, naar Griekse beeldjes en barokinterieurs. Terwijl Turkse Frankfurters tweedehandse fietsen slijten, steek ik de groene, ijzeren Alte Brücke over, naar de noordkant, naar de oude stad met haar stegen, de wolkenkrabbers van Mainhattan en de plantsoenen waar ooit middeleeuwse omwallingen stonden, en de nieuwe wijken die zich in de parken verliezen. Een rivier in de stad biedt je het voordeel van bruggen en open ruimten. Een slentergang langs de kade, zo leert de filosoof, is even aanlokkelijk als wat mijn medestadsgenoten doen aan de groene oever van het stoere Frankfurt : joggen, picknicken, een ritje met de stoomtrein of een boottocht maken om de stad nog imposanter te zien dan ze al is. Op die noordoever, met de toepasselijke naam Schöne Aussicht, had de filosoof Schopenhauer vanuit zijn woning uitzicht over bomen en de rivier. In de dagelijkse routine van zijn comfortabele bestaan (eindelijk had hij op zijn oude dag roem gekregen), trok hij naar de Englischer Hof, voor lectuur van The Times en zijn reguliere maaltijd, altijd in het gezelschap van zijn poedel. Zo zwartgallig zijn filosofie, zo genoeglijk zijn beslommeringen in een mensenleven, dat hij voor de rest absoluut zinloos vond. Met bakkebaarden en grijze kop staart hij me in een nabij parkje illusieloos aan : het is de paradox van een denker die, al vond hij het mensenleven niet meer dan een schimmel op de korst van moeder aarde, telkens weer de genietingen van dit ondermaanse wist te savoureren. Omdat alles verdwenen is, behalve zijn zwarte grafsteen in de stille Engelse landschapstuin van het Hauptfriedhof, trek ik de binnenstad in. Langs de opera met zijn terrassen, door de chique Goethestrasse vol exquise boetieks, door winkelstraat Zeil met haar naoorlogse betonblokken en naar de Konstablerwache die is volgestouwd met eetkramen. Een Frankfurter Würstchen met mosterd kan ik niet weerstaan, al is dé specialiteit Handkäs mit Musik, brood met kaas en ajuinsaus. "Vork verboden", lacht een tafelgenoot. Ondanks Schopenhauer verbroeder ik met stadsbewoners, we drinken een bier en vertellen uitgelaten een hoop lokale onzin. Nog te doen : een bezoek aan het Jüdisches Museum en het postmoderne bouwwerk van Hans Hollein, waarin het Museum voor Moderne Kunst onderdak heeft gevonden. Ik kijk in het karmelietenklooster naar muurschilderingen en stap binnen in een paar kerken. Maar als er één historische plaats is, dan de baksteenrode Paulskirche, waar na de Maartse Opstanden op 18 mei 1848 het allereerste Duitse parlement bijeenkwam, een democratisch experiment dat zou mislukken. Ik kijk rond in het halfrond met zuilen en zwart-rood-gouden vlaggen waar die vertegenwoordigers verzamelden, discussieerden en hoopten op hun natie, en waar jaarlijks de Friedenspreis van de Duitse boekhandel wordt uitgereikt. Vandaag, bij de viering van Duitslands twintigjarige hereniging, is het woord aan een buitenlandse gast : de laatste Sovjetpresident Michael Gorbatsjov houdt een toespraak over de toekomst van Europa. Er hangt een vruchtbare spanning in de kerk : wieg van de Duitse natie, de gruwel van de oorlog, Frankfurt als niet verkozen hoofdstad van de Bondsrepubliek (ten voordele van Bonn), een bejaarde man uit een land dat voor de prijs van miljoenen doden het naziregime mee heeft verpletterd en het feest van de Wiedervereinigung. De kerk als kruispunt van geschiedenis, van conflict en vrede. Burgemeester en Russische gast lopen omstuwd door nieuwsgierigen naar de Römerberg, waar ook alle toeristen uiteindelijk naartoe trekken. Het centrale marktplein met de heropgebouwde vakwerkhuizen uit middeleeuwse tijden, de trapgevels, de intimistische Nikolai Kirche, de bron van vrouwe Justitia en de torenspits van de Kaiserdom, alles baadt in rode steen, met terrassen en vlaggen, met gekroonde keizers op de stadhuisgevel, die trots toont dat Frankfurt na Aken kroningsstad van de Duitse keizers was. Een glas witte wijn in een stad als voorstelling, evengoed verbeelding als illusie, want zo echt alles is, zo weggemaaid door de bommen is dit hart van de historische stad. Opgewekt viert een jazzconcert twintig jaar Duitse eenheid. Een hectische stad verlangt naar een stille oase. Over de Vredesbrug, in een laan die een Amerikaanse president erkentelijk wil zijn, ligt Villa Kennedy. Oprijpad, statige hotelgevel, overweldigende entree uit 1904 en discrete lounge, binnenhof met Canadese eik en op de muren wisselend licht in de avonduren, kunst aan de muren en cocktails in de bar, voortreffelijk restaurant, discrete charme, zeer behaaglijke kamers (voor niet weinig geld) en een voorbeeldige service : een huis in harmonie met de status van de stad. "Het huis behoorde tot 1933 toe aan een joodse bankiersfamilie, later vond het Max Planck Instituut hier onderdak. Nu is het een modern hotel, waarin met alle historische details rekening is gehouden. Overal vind je lokale en internationale kunstinstallaties. In de Villa heeft alles zijn plaats om te ademen, van de comfortabele kamers tot de presidentiële suite, in de spa en het zwembad", zegt Siria Jonna Nielsen. Hier op de zuidoever, weg van de financiële drukte, is de wijk Sachsenhausen synoniem met levensvreugde : in voorname straten of kleine stegen lokken Kneipen en Apfelweinlokale achter vakwerkgevels en op stille binnenpleinen. Gemoedelijkheid troef. Ebbelwoi is de inheemse variant van cider, geschonken uit de stenen kruik Bembel en gedronken uit een Schoppe, een geribbeld glas. Duitse Gemütlichkeit op haar best. Of 's avonds op restaurant : " Ein Volk das seinen Wirt nicht ernähren kann, ist es nicht wert, dass es lebt." Het is een aforisme van de levensontkenner, dat boven de toog geschreven staat in het oudste van Frankfurts eethuizen. Ik bestel Tafelspitz mit grüner Sauce, gekookt rundvlees met groene kruidensaus. Stube Wertheym is een half millennium oud en door de bommenregen gespaard. Het warmhouten eethuis is volgepropt met citatenbordjes, etsen en schilderijen, bierkruiken in steen en tin, met lantaarns en goedlachse burgers uit de stad aan de Main. Hij was er tot in de donkerste uithoeken van zijn gedachten van overtuigd dat de samenleving verloren was : " das Ganze ist das Unwahre", schreef Adorno in zijn moeilijke boeken. Vandaag heeft de filosoof, allicht tegen zijn goeddunken, een paar sporen nagelaten : de nieuwbouw van het Institut für Sozialforschung, de denkschool van de zogeheten Frankfurter Schule, zijn grafsteen en op de Adorno-Platz, in de wijk Westend, een origineel gedenkmonument met een schrijftafel en boeken achter glas. Anders dan hij had gehoopt, is Frankfurt een nieuwe stad : metropool van de euro, uithangbord van kapitalistisch Europa, met wolkenkrabbers van Deutsche Bank en de Eurotower van de ECB, Commerzbank, Gallileo en Japan Center, met in het park aan hun fundamenten, tussen standbeelden van Heine en Gutenberg, ook een grote blauwe euro met geel blinkende sterren, het onrustig kloppende hart van financieel Europa. Op de 52ste verdieping van de Main Tower, met bar en restaurant, heb ik uitzicht over al die eeuwen geschiedenis. Het is wel wat : Goethe om de hoek, op het kerkhof twee van Duitslands grote filosofen, een stad met een rijke jodenerfenis, ruïne en wedergeboorte, Gorbi met een toespraak, tussen het lover en de gevels uit andere tijdvakken een bloeiend centrum van geld en vrije markt. Frankfurt am Main als Finanz- wunder, als herboren stad, als genoeglijke ontmoeting en rijke museumoever, als moeder van een Duitse natie. TEKST EN FOTO'S MARK GIELEN