Wat de Linkeroever is voor Antwerpen is de Bijlmermeer voor Amsterdam : een naoorlogse wijk met moderne hoogbouw en een strak stratenplan, ontworpen door nuchtere stedenbouwkundigen. Wordt zo'n buurt door heel keurige mensen bewoond, dan is het er behoorlijk saai, maar met een kleurrijke bevolking zit er meer pit in.
...

Wat de Linkeroever is voor Antwerpen is de Bijlmermeer voor Amsterdam : een naoorlogse wijk met moderne hoogbouw en een strak stratenplan, ontworpen door nuchtere stedenbouwkundigen. Wordt zo'n buurt door heel keurige mensen bewoond, dan is het er behoorlijk saai, maar met een kleurrijke bevolking zit er meer pit in. Nu zijn dergelijke wijken overal aan herwaardering toe. Maar toen Martijn van Nieuwenhuyzen en Jan van Adrichem hier 25 jaar geleden hun anker uitwierpen nog niet. Ze studeerden samen kunstgeschiedenis en apprecieerden het karakter van de buurt. "We vonden hier de ideeën van de moderne urbanisatie à la Corbusier terug in een wijk vol groen en ruimte, die wat hoogbouw heeft en ook verkeersarm en heel goedkoop is. We bewoonden een flat van honderd vierkante meter : voor studenten een ongekende luxe, onvindbaar in het oude centrum. Het idee om een beetje 'buiten' te wonen, vlak bij een natuurgebied, vonden we erg leuk. Maar niet iedereen begreep de verhuizing, want destijds was dit een moeilijke wijk." "Nu is er wel heel veel veranderd", legt Martijn uit. "Nu wordt het zelfs een populaire wijk bij kunstenaars en intellectuelen. Mensen ontdekken dat het goedkoop wonen is in deze kleurrijke wijk met honderd nationaliteiten, ooit ontworpen voor de Amsterdamse middenklasse, maar die heeft er nooit gewoond. Destijds heeft het stadsbestuur de wijk benut om de mensen die uit Suriname en de Antillen kwamen te huisvesten. Je hoort trendwatchers weleens zeggen dat er van hier dwars naar het centrum van Amsterdam een liberale as loopt, met als bewoners veel homo's en etnische minderheden." De Bijlmermeer kwam tot stand in de jaren zeventig, met onder meer een aantal flatgebouwen met een honingraatstructuur. Daarvan werden er enkele afgebroken en andere opgekalefaterd. Ook deze flat onderging een gedaanteverwisseling. Oorspronkelijk was het een vijfkamerflat, waarvan de binnenwanden werden gesloopt. Interieurarchitect Wim De Vos herschikte de ruimte met als rode draad een wandkast bekleed met irokofineer. Het meubel leidt van de keuken naar het bureau en herbergt deuren en muurkasten. Deze wand wordt geflankeerd door de grote woonruimte met een bibliotheek en interessant meubilair. Jan en Martijn verzamelen kunst en design zonder het interieur vol te stouwen. Hun verzameling is ongetwijfeld gelinkt aan hun beroep, want als kunsthistoricus zijn ze allebei verbonden aan het Stedelijk Museum van Amsterdam. Martijn van Nieuwenhuyzen is een van de tentoonstellingsmakers van het museum, die over de hele wereld op zoek gaat naar jonge kunstenaars met wie hij projecten initieert voor tentoonstellingen. Terwijl Martijn naar de toekomst van de kunst kijkt, verdiept Jan van Adrichem zich in de geschiedenis, want hij ontfermt zich onder meer over het museumarchief. Hun woning is een intellectuele werkschuit vol boeken, kunst en documenten. Veel van de meubelen werden door Jan bijeengebracht. "Toen ik in de jaren zeventig in Amsterdam kwam wonen, had ik enkel een klein tafeltje en een stoel die ik in een oude flat vond. Toen viel mijn oog op buismeubelen die je nog gemakkelijk kon kopen. Daarna vond ik weer wat van Eames en leerde later ook Joep van Lieshout kennen. En vond ik mijn Berlagemeubelen van rond de eeuwwisseling", vertelt Jan. Architect Hendrik Petrus Berlage was rond 1900 de Frank Lloyd Wright van Nederland, die de moderne bouwkunst bij onze noorderburen introduceerde. Hij tekende nogal wat meubelen in een stijl die het midden houdt tussen een strakke art nouveau en het historisme. De eiken meubelen in deze flat zijn daarvan een puik voorbeeld. Het zijn museumstukken die oorspronkelijk thuishoorden in een echte salon, maar die ook hier, in deze nonchalante werkruimte, perfect passen. Hier zorgen precies de ongewone contrasten voor een extra sfeer die eigen is aan woningen van verzamelaars. Maar overdreven vol staat het niet. "We kopen ook minder dan vroeger", zegt Jan, "maar vooral de boeken bedreigen ons, want ze nemen steeds meer plaats in." Jan en Martijn vallen als kunsthistorici voor de originele ontwerpen en houden niet zo van de vele remakes die tegenwoordig de markt overspoelen. Dat heeft te maken met de oorsprong van hun discipline zelf, de kunstgeschiedenis die ooit ontstond uit de archeologie, de oudheidkunde, waar originele bouwstenen heilig zijn. Door Piet Swimberghe I Foto's Jan Verlinde