Ik ben een voyeur. In 1978 stond ik niet mee op de barricaden met de krakers in Amsterdam, maar ik volgde alles wel van nabij. Nachtenlang ging ik uit, maar ik bleef een workaholic. Al die uitgedoste mensen inspireerden me.
...

Ik ben een voyeur. In 1978 stond ik niet mee op de barricaden met de krakers in Amsterdam, maar ik volgde alles wel van nabij. Nachtenlang ging ik uit, maar ik bleef een workaholic. Al die uitgedoste mensen inspireerden me. Mijn jeugdjaren waren gespleten. Zo beschermd en liefdevol het leven thuis was in Hoevelaken, met mijn twee broers, zo gemeen was de buitenwereld. De boerse machojongens op school moesten niets weten van een nicht als ik. Tot ik op de middelbare school ging roken en plotseling bij de juiste club zat. Maar iedereen heeft zijn portie leed nodig in het leven, zeker kunstenaars. Instant geluk bestaat niet, hoe graag we dat tegenwoordig ook willen geloven. Op mijn achttiende ging ik journalistiek studeren in Utrecht. Ik had interesse in maatschappelijke ontwikkelingen, nieuws en politiek, alleen kon ik mijn stukken nooit afronden. Ik bleef maar schaven. Nu zit ik wel eens in talkshows en debatten, als het over de vrije meningsuiting gaat bijvoorbeeld, maar ik blijf een jongen van de straat.Als politicus zou ik een Italiaanse of Zuid-Koreaanse parlementariër lijken. Ik heb nooit bewust geprovoceerd. Maar in de beeldende kunsten drukt naakt vaak iets anders uit dan seks. Op de kunstacademie en in mijn besloten wereldje in de Amsterdamse binnenstad waren foto's met een penis of een vagina ook niet zo bijzonder. Maar voor je het weet staan die in een tijdschrift of op een poster en gaat er één door het lint. Daar kan een kunstenaar zich toch niet aan aanpassen ? Ik mis je oude werk, zeggen mensen me soms. Nochtans schuilt in thema's als verdriet of sereniteit óók erotiek. Maar die expliciete seks, de rauwe humor en dat schreeuwerige van vroeger - dat voel ik niet meer. Ik verdedig nog dezelfde principes, maar dat ook mollige vrouwen en blinden aantrekkelijk zijn en supermodellen niet het alleenrecht hebben op het schoonheidsideaal, dat punt heb ik al gemaakt. Als homo behoor ik tot de top of the wave-generatie. Ik was veertien toen David Bowie en de glamrock op tv verschenen, en als jonge fotograaf kon ik aansluiten bij mensen als Robert Mapplethorpe die opeens als kunst gezien werd. Maar van zulke labels hoop ik nu verlost te zijn. Eerst was ik een homofotograaf, daarna de dikkevrouwen- en mongolenfotograaf, nu wil ik gewoon Erwin Olaf zijn. Ik vond ouder worden al vervelend op mijn twintigste. Veertien jaar geleden bleek ik longemfyseem te hebben, en nu ik bijna vijftig ben, wordt mijn borsthaar grijs, moet ik vroeger naar bed. Er is ook de melancholie, na een relatie van 23 jaar en tentoonstellingen in binnen- en buitenland. Zelfs wat seks en vrienden betreft, heb ik een erg compleet gevoel over mijn leven. Alsof ik nu al klaar ben. Tijd om me weer op te laden dus, want ik moet nog even. Ik erger me aan de vertrutting en verburgerlijking. Nederland is zo aangeharkt dejongste jaren : een keurig voortuintje, met een netjes geknipte haag. De geschiedenis heeft ook al bewezen dat vrijheid je altijd ontnomen kan worden. Daarom moet je ook je waffel opentrekken tegen nieuwe vormen van fascisme. Al staat in mijn hoofd wel een koffertje klaar. Wie weet komt het nog van pas. Ik hou van geënsceneerd fotograferen. Digitale technieken hebben de fotografie ook dichterbij de schilderkunst gebracht. Ik kan de jaren zestig nu in beeld zetten zoals ik ze me herinner : altijd vrolijk, altijd zomers. Een leugen, maar dat boeit me meer dan een 2009-meisje tegen een 2009-muurtje met een 2009-portemonnee. Erwin Olaf (49) is van 7 februari tot 7 juni te gast in het FotoMuseum in Antwerpen, dat terugblikt op zijn dertigjarige carrière. Info : www.erwinolaf.com, www.fotomuseum.be Door Wim Denolf / Foto Charlie De Keersmaeker