Amerikanen omhelzen alles en iedereen, dus ook twee Europese fotografen met een Elvis-obsessie. Stephan Vanfleteren, uit België en vooral bekend geworden door zijn documentaireachtige persfoto's in De Morgen en Humo, en vakgenoot Robert Huber, uit Zwitserland, kenden elkaar drie jaar geleden nog niet. Maar in de late lente van 1999 trokken ze samen door de Verenigde Staten, als een identieke tweeling, broeders met een missie.
...

Amerikanen omhelzen alles en iedereen, dus ook twee Europese fotografen met een Elvis-obsessie. Stephan Vanfleteren, uit België en vooral bekend geworden door zijn documentaireachtige persfoto's in De Morgen en Humo, en vakgenoot Robert Huber, uit Zwitserland, kenden elkaar drie jaar geleden nog niet. Maar in de late lente van 1999 trokken ze samen door de Verenigde Staten, als een identieke tweeling, broeders met een missie. Ze delen een passie voor The King én de wens eens niet noodzakelijk in zijn huid dan wel in zijn kostuums te duiken. Aldus hullen ze zich in aan de late periode van Elvis refererende witte pakken met brede pijpen en bezet met glimstenen. Ze plakken zwarte bakkebaarden op, snoeren met koper beslagen lederen riemen om en verbergen hun ogen achter donkergetinte pilotenbrillen. Ze dopen zichzelf Elvis en Presley, hoewel het niet duidelijk is wie wie speelt (zelfs een mythe is splitsbaar). De vermomming gaat nooit af, ook niet als ze een duik nemen in een zwembad palend aan een motel ergens langs Route 66. Hun belangrijkste accessoire is hun beider fototoestel, om elkaar en vooral de reacties van omstaanders te schieten. Met uitgestreken gezichten kuieren ze door de straten van New York, Memphis, Holly Springs, Cleveland, Las Vegas, op puntige boots in slangenleder.Tweeëntwintig dagen duurt hun tournee door Amerika. Overal waar ze verschijnen, veroorzaken ze tumult, of toch ten minste wat verwondering (en hier en daar hoongelach). Ze worden aangeklampt, nagewezen en omhelsd.Een straatpredikant in New York, zo tekent het duo op in hun achteraan in het boek afgedrukte dagboek, roept hen na dat Elvis een duivels sujet was en geeft hen de raad Jezus Christus, een andere godenzoon, te imiteren. Sommige passanten juichen om hun act en vragen hen waar ze die avond optreden. Ze moeten nergens in de rij staan, want een tweeledige Elvis valt op, zelfs al ziet hij er verdacht jong uit. Alleen als ze proberen te liften, op weg naar Memphis, blijken ze niet zo populair. Niemand vertrouwt twee om een rit smekende Presleys. Wie Elvis probeert na te doen, zorgt beter voor waarheidsgetrouw en dus eigen en protserig vervoer. En eenmaal binnen het heiligdom Graceland kunnen ze ook al niet concurreren met hun idool zelve. Want Elvis, de echte, deed niets voor de grap. Elvis & Presley, het kijkboek dat dienst doet als souvenir van hun zwerftocht, gaat over het icoon Elvis Presley en over zijn nog steeds geldend enigma, maar ook over Amerika zelf. Amerika is het meest dankbare decor voor anders ogende beelden, want alles is er drukker, groter en glimmender dan elders, toch voor wie druk, groot en glimmend het liefst in de kant-en-klare versie ziet. Vanfleteren en Huber zoeken dan ook de meest herkenbare trekpleisters van het continent op, van the Statue of Liberty tot de erosielandschappen van de Grand Canyon, enerzijds om hun afwezigheid van het thuisfront te legitimeren, anderzijds om een bewuste opeenstapeling van clichés te bekomen. Elvis heroïsch op het dak van het Carlton Hotel in New York, Elvis grinnikend in de subway (omringd door NYPD-leden), Elvis fronsend achter een kop koffie in een diner, Elvis peinzend aan een pompstation, ondertiteld met het logo van Texaco, Elvis afwezig op de achterbank van een Greyhound-bus, Elvis voldaan poserend voor een realistisch nageschilderde afbeelding van Graceland, Elvis dollend als een losgeslagen hond door Death Valley. De foto's rijgen zich aan elkaar als een persiflage op allang uitgeholde beelden, niet in de laatste plaats door het als rode draad volgehouden Elvis-thema. Een imitatie van een wereldbekend popcultureel symbool droogweg contrasteren met nep lijkende versies van de werkelijkheid: het is om dubbele bodems smeken. De foto's in Elvis & Presley, om de beurt genomen door Vanfleteren (zwart-wit) en Huber (kleur), pogen slimmer te zijn dan ze op het eerste gezicht ogen. Ze zijn bedoeld om er kwajongensachtige humor in te tonen, en tegelijk ook in sommige kringen nog steeds als gedurfd beschouwde, ironiserende kritiek op het spiegelpaleis van Amerika. Er moet oprechte fascinatie maar ook een beetje dédain voor zoveel plastiek en kitsch uit spreken. Elvis in de ondergoedafdeling van een supermarkt, Elvis in een sightseeingbus vol toeristen, Elvis in een wasserette, stilzwijgend converserend met een modale, van banale smaak overlopende huisvrouw. In de foto's van Vanfleteren en Huber is elk detail een met zorg gekozen rekwisiet, in dienst van het verhaal. Een indruk die weliswaar verwart, maar niet tenietgedaan wordt doordat het tweetal nadrukkelijk met zichzelf de draak steekt. Het duo heeft een kinderdroom annex toogweddenschap te vervullen, maar er is ook die verborgen agenda die veel fotografen eigen is: de spreekwoordelijk geworden andere kant van de werkelijkheid laten zien, het liefst niet al te subtiel. En van die taak kwijten Vanfleteren en Huber zich dan ook volgaarne, hoewel zelfs zij ergens onderweg moeten beseft hebben dat het door elkaar klutsen van Presley, Americana en postmoderne zelfspot een beetje open deuren intrappen is.Een groot deel van hun foto's kan dan ook zo het draairekje met ludiek bedoelde, op toeristen gerichte ansichtkaarten in, want al dan niet valselijk dwepen met deze of gene trashcultuur is niet iedereen gegeven (zeker niet in deze tijden, nu het de zelfgenoegzame norm is geworden).De relatieve anonimiteit van Vanfleteren en Huber onderscheidt de opzet van het Elvis & Presley-project van een studentikoze Rob Vanoudenhove-opdracht, of van een enkel door hemzelf als lumineus onthaald Luk Alloo-idee, maar veel schelen doet het niet. Toch overstijgt een aantal beelden de dwingende/vermoeiende context, en dat is vooral te danken aan de vingervlugheid van Vanfleteren, die hier en daar enkele achteloos lijkende snapshots in het boek mag achterlaten. Een mensentrein op een trottoir op het spitsuur, met een Elvis ergens daartussenin. Of een foto van een bij nachte liftende Presley, oplichtend als een spook. Of een reeks binnen een pool hall, met meisjes die poseren met de binnengevallen imitator, alsof het hun nieuwste verovering is. Weg is dan alle hihi haha, en weg is dan alle scoutshumor. Die (schaarse) momentopnames zijn bijna echt, wat geen sinecure is binnen een intellectuele playbackshow. Elvis & Presley, Hamburg, Kruse Verlag, 2000, ISBN 3-934923-06-02.Peter De Potter / Foto's Stephan Vanfleteren (zwart-wit) en Robert Huber (kleur)