Contact maken in een café of in discotheek lukt me niet. Ik blijf stilletjes in een hoek zitten en ga alleen naar huis. Ik word wel snel verliefd, maar ben nogal timide en niet echt sociaal. Vroeger, als puber, durfde ik de meisjes niet aan te spreken. Maar ik verlangde wel naar seks. Prostituees kon ik niet betalen, dus koos ik de voor mij gemakkelijkste weg : het Citadelpark in Gent. Ik ontdekte de mannenliefde uit noodzaak.
...

Contact maken in een café of in discotheek lukt me niet. Ik blijf stilletjes in een hoek zitten en ga alleen naar huis. Ik word wel snel verliefd, maar ben nogal timide en niet echt sociaal. Vroeger, als puber, durfde ik de meisjes niet aan te spreken. Maar ik verlangde wel naar seks. Prostituees kon ik niet betalen, dus koos ik de voor mij gemakkelijkste weg : het Citadelpark in Gent. Ik ontdekte de mannenliefde uit noodzaak. Later ben ik met een vrouw getrouwd, maar het huwelijk liep op de klippen. Nadien vrijde ik nog weleens met een vrouw, maar nooit met volle overtuiging. Verliefd werd ik wel nog. Op mannen. Ik leerde ze kennen via het internet. Elke keer geloofde ik dat het eeuwig zou duren, maar ik hield het niet langer dan zes maanden vol, een uitzonderlijke keer één jaar. Tussendoor fladderde ik van de ene naar de andere minnaar. Die vond ik via datingsites. Mijn profiel beloofde veel. Citaten van Shakespeare en klassieke filosofen, flatterende en uitdagende foto's. Voor het eerst in mijn leven voelde ik me niet geheel onknap. Ik, die al levenslang met een minderwaardigheidscomplex kamp. Als kind werd ik op school uitgelachen. De bizarre hoogbegaafde, de zonderling. Ik oefen een topjob uit en krijg een navenant loon, maar ik vind mezelf niet mooi. Op mijn 25 werd ik ook nog grijs, en daarna al heel snel kaal. De verbloemende foto's gaven mij het nodige zelfvertrouwen om te daten. Zes maanden lang ontmoette ik mannen uit de hele wereld. Ik vloog naar Kopenhagen voor een afspraak met een Zweed, naar Frankfurt om een Rus te ontmoeten. Op een dag kwam ik op een buitengewoon profiel terecht, anders dan alle andere. 't Was op een zondag. Een dag die kleurloos begon, maar die mijn leven een nieuwe wending zou geven. Gay Romeo, luidde de profielnaam. Hij vertelde weinig over zichzelf, bij de eerste oogopslag leek hij niet bijzonder interessant. Maar een van zijn foto's intrigeerde mij. Hij hield zijn hoofd schuin in een kader en glimlachte. Zijn glimlach trof me als authentiek en mysterieus. Ik stuurde Gay Romeo een mailtje, waarop hij kort en verveeld antwoordde. Hij bleek geenszins onder de indruk van mijn hoogdravende profiel. Maar ik was betoverd. Ik wilde hem zien ; hij wimpelde me af. Ik nodigde hem uit op een etentje ; hij ging er niet op in. Maar mijn vastberadenheid haalde hem uiteindelijk toch over de streep. We spraken af, 's anderendaags na het werk, om zes uur in het metrostation Rogier in Brussel. En daar stond hij. Hij draaide zich om. Hij keek naar me. De hele wereld leek plots stil te staan. Het geharrewar van het metrostation bevroor, de reizigers losten op in het niets. Ik zag alleen nog hém. Een god. Zoals hij daar stond, een stijlicoon. Zijn eenvoudige witte hemd en zwarte broek droeg hij als een mannequin. Eén en al elegantie, één en al betovering. Tot op mijn sterfbed zal ik me dat beeld herinneren. We gingen eerst nog even bij me thuis langs, waar ik mij wou omkleden. Hij zei niet veel. Ik vrees dat hij mij een opschepper vond, die indruk wilde maken met zijn geweldige herenhuis. Ook op restaurant kwam het gesprek moeizaam op gang. Ik bestelde een caiperinha ; hij weigerde alcohol. Ik frequenteer intellectuele en gegoede middens ; hij bleek een jongen van simpele komaf. Raakvlakken lagen niet voor het rapen. Toen kwam de caiperinha. Op een cocktailprikker stak een prachtige donkerrode kers. Hij wou ze, die kers. Ik bood ze hem aan, op de cocktailprikker. En toen stond de wereld nog eens stil. Hoe hij die kers tussen zijn volle lippen nam. Zo uitdagend, zo adembenemend sensueel. Ik beleefde, eerlijk, het meest erotische moment van mijn leven. We aten lekker. Toen we buiten kwamen, regende het hard. Ik haalde de auto op en reed hem voor, zodat Gay Romeo warm en droog in het restaurant kon wachten. Hij vond dat heel bijzonder. Terug thuis wou hij douchen. Ik hoorde het klaterende water, en uit de speakers klonk Céline Dion. En plots stond daar voor mij een poedelnaakte jongen. Hij danste op de muziek van Dion. Het duizelde me voor de ogen. 's Anderendaags moest hij heel vroeg weg. Toen hij het huis uit stapte, wist ik : „Dit is het." Ik wou hem absoluut terugzien, maar hij hield de boot af. Toen ben ik naar zijn huis gereden, een eenvoudig rijhuis dat hij deelde met zijn moeder. We praatten lang en intens, maar hij was niet te vermurwen. Twee weken lang deed hij alle moeite van de wereld om mij af te schudden. Maar ik heb doorgezet en uiteindelijk de strijd gewonnen. Gay Romeo is alles wat ik niet ben. Ongenadig knap, dromerig, innemend. Waar hij komt, verovert hij harten. Hij is warm en geëngageerd. Ooit liep hij stage bij gehoorgestoorden en vroeg ze om hun emoties uit te drukken in een kader. Hij deed hetzelfde en postte die foto op de datingsite. Zo begon ons verhaal. Ik ben intens verliefd op hem, ik kijk naar hem op. Bij hem vergeleken, ben ik maar een lompe boer, vrees ik. Mijn behoefte aan zelfbevestiging nam niet af. Ik bleef chatten om mijn aantrekkelijkheid te checken. Na zes maanden heb ik hem bedrogen. Toen hij erachter kwam, was zijn ontgoocheling onpeilbaar. Zijn verdriet ging zo diep, dat ik er zelf ziek van werd. Het heeft mij tot inkeer gebracht. Ik mag vandaag zeggen dat ik een ander mens ben. Geen internet meer, geen scheve schaatsen. Ondertussen delen Gay Romeo en ik een project. We wonen nu in een prachtig huis dat we samen hebben ingericht. We koken voor vrienden, we werken aan een mooie tuin. Misschien gaat nu eindelijk een oude droom in vervulling. Ik wil namelijk iets doorgeven, net als mijn grootmoeder zaliger destijds. Toen ik zeven was, nam zij een koekendoos van de plank en haalde er een Mariabeeldje uit. „Dit is van je overgrootmoeder", zei ze. „Toen ze wist dat ze zou sterven, vroeg ze mij om ervoor te zorgen. Jij was toen één jaar oud. Dit Mariabeeldje bewaar ik tot aan mijn dood. Maar nu vraag ik je : wil jij ervoor zorgen als ik er niet meer ben ?" Ik groeide grotendeels op bij mijn grootmoeder. Bijna drie decennia nadat ze de koekendoos van de plank had gehaald, vertrouwde ze mij het beeldje toe. Onze familie is atheïstisch tot in de kist, maar dit beeldje wordt al vier generaties lang gekoesterd. De overlevering van de ene op de andere generatie vind ik mooi. Het ontroert me dat de dingen niet verloren gaan. Als homo frustreert het me dat er geen nageslacht komt. Misschien trekken net daarom vooral jonge mannen mij aan. Minnaars die me waarschijnlijk overleven, en voor wie ik iets kan achterlaten. Tegelijk wil ik door hen begeerd en aanbeden worden. Dat windt me op. Gay Romeo is tien jaar jonger dan ik. Ik deel mijn ervaring met hem. Ik deel mijn materiële welvaart. Ik kook voor hem, zorg voor hem, koester hem. Ik ben zo blij dat ik kan geven. We zijn nu al enkele jaren samen. Kinderen krijgen we niet. Mijn genen zal ik niet doorgeven. Maar de man die zich Gay Romeo noemde, is wel mijn Romeo forever. DOOR ANN LEPÈRE„Hoe hij die kers tussen zijn volle lippen nam. Zo sensueel. Ik beleefde het meest erotische moment van mijn leven"