Als u mij zou vragen naar het toppunt van luxe, dan is het antwoord simpel : enkele dagen helder licht, warmte en zon tijdens onze grijze en koude winters. Een guilty pleasure ondertussen, want voor zonzekerheid in de winterperiode is een vliegreis een vereiste.
...

Als u mij zou vragen naar het toppunt van luxe, dan is het antwoord simpel : enkele dagen helder licht, warmte en zon tijdens onze grijze en koude winters. Een guilty pleasure ondertussen, want voor zonzekerheid in de winterperiode is een vliegreis een vereiste. Mauritius, een klein eilandje in de Indische Oceaan, is wat ze in toeristische brochures een 'hele jaar door'-bestemming noemen. Het van oorsprong vulkanische eiland ligt in het zuidelijk halfrond, waardoor de seizoenen er tegengesteld zijn aan de onze, maar zelfs in de Mauritiuswinter zijn de temperaturen dan misschien niet tropisch, wel zacht. Zonnebril op, anorak uit. Aanschuivend bij de douane op de internationale luchthaven van het eiland valt meteen het heldere licht op, en de klamme warmte. Mijn reisgezelschap bestaat uit doorgewinterde reizigers, want in laagjes aangekleed en zo in een mum aangepast aan de zomer, na een vlucht vanuit een ondergesneeuwd Parijs elf uur eerder. Een rolkraagpull was niet zo'n goed idee, maar dat weet ik dan voor de volgende keer. We zijn geland in het zuiden, het hotel voor de volgende dagen ligt in het noorden. Van noord naar zuid is het niet meer dan 65 kilometer, en er ligt een autosnelweg. Onze jonge gids Usha neemt ons in een felgekleurd hippiebusje op sleeptouw langs allerlei kronkelende wegen in het binnenland. "Tijdens de ochtendspits sta je lang in de file op de snelweg", verklaart ze de omweg. Ai, ai, hier ook al ! Momenteel komen er jaarlijks een miljoen toeristen naar Mauri-tius. De overheid heeft voor 2015 het cijfer van twee miljoen vooropgezet. Er wordt nu volop gediscussieerd of er een ringweg rond het eiland moet komen. Want als de plek zich als Paradise Island wil blijven voorstellen, zullen er stevige afwegingen moeten worden gemaakt tussen economie en ecologie. We rijden langs gehuchten, groene moestuinen, suikerrietvelden en op de achtergrond een afgeknot gebergte dat voor indrukwekkende vergezichten zorgt. Aangekomen in Grand Baie, het chique noorden van Mauritius, stappen we door een grote houten koetspoort hotel 20° Sud binnen. De poort, zo vernemen we later, moet uit onze contreien komen, want ze werd aangekocht in de antiekzaak Medussa in Heist-op-den-Berg. 20° Sud heeft dan ook een Belgische link : de eige-naars Michel en Anne Bourgeois komen uit ons land, al heeft Anne sinds kort ook de Mauritiaanse nationaliteit. Het is een aparte plek, omdat het een klein hotel betreft met dik dertig kamers. Mauritius telt heel wat knappe sterrenhotels, maar het gaat steeds om vrij grote resorts. Het intimistische 20° Sud, helemaal ingericht met Flamantmeubilair, vormt de uitzondering op de regel. Languit in een ligzetel op het strand zou een mens zich een tijd zoet kunnen houden, maar er valt nog meer te ontdekken. Na het ontbijt ligt de catamaran van het hotel klaar om ons naar Ile Plate te brengen, op anderhalf uur varen van Grand Baie. Voor het vertrek checkt Anne voor de zekerheid of iedereen wel zonnecrème bij zich heeft. De gastvrouw straalt niets dan rust uit, maar houdt ondertussen alles in de gaten. Stevig ingesmeerd varen we op een kalme en diepblauwe zee naar Ile Plate, ook Governor's Island genoemd. Twee eeuwen geleden was het een quarantaine-eiland : buitenlanders die naar Mauritius kwamen, moesten er veertig dagen blijven om te kunnen vaststellen dat ze niet ziek waren. Het huis van de gouverneur is nu een ruïne zonder dak, maar werd door de mensen van 20° Sud ingericht als restaurant. Het hotel kreeg een concessie om dit eilandje uit te baten, maar met sterke restricties. Zo mochten er geen bomen gekapt worden en moet alles in 48 uur weer afgebroken kunnen worden. Zonnepanelen leveren de elektriciteit. De daguitstap naar Ile Plate moet de hotelgasten de ultieme 'alleen op een onbewoond eiland'-ervaring bezorgen, maar dan met een discrete vijfsterrenservice. Er worden ook ecolodges gepland, zodat je er binnenkort kunt overnachten. Een grijze dag, het valt ook voor op Mauritius. In de gietende regen vertrekken we uit Grand Baie richting zuiden. De hevige regen is snel voorbij, maar het zal nog tot kort na de middag miezeren. Ideaal weer om landinwaarts een en ander te bezoeken. Het grote landgoed Chateau de Labourdonnais is na vier jaar restauratie sinds enkele maanden open voor het publiek. Het biedt een boeiende kijk op het leven op een Mauritiaans landbouwdomein honderdvijftig jaar geleden. Het kasteel werd halfweg de negentiende eeuw gebouwd door de Deense zakenman Christian Wiehe, die getrouwd was met een vooraanstaande Mauritiaanse. Wiehe baatte een suikerfabriek uit - ook vandaag wordt er nog volop suikerriet geteeld en verwerkt op Mauritius - maar hij diversifieerde meteen : Le Chateau de Labourdonnais kreeg een enorme boomgaard en er werden nieuwe fruitvariëteiten gekweekt. De restauratie van het kasteel was echt een huzarenstukje : Mauritiaanse - en dat wil marketingverantwoordelijke Diane Leclézio graag benadrukken - ambachtslui stripten het en herstelden het in de oorspronkelijke grandeur. "Alleen voor de restauratie van het met de hand geschilderde panoramische behangpapier uit het Franse atelier van Jean Zuber hadden we externe hulp nodig." Leclézio stapt enthousiast door 'haar' kasteel en strooit kwistig met anekdotes. Zo vertelt ze het verhaal dat Christian Wiehe altijd een glas water had staan op zijn bureau. Door de werken in de suikerfabriek een 150 meter verderop, trilde het water in dat glas. Als er geen rimpeling meer te zien was, wist Wiehe dat de productie stillag. Het signaal om uit zijn bureau te komen en in de fabriek te gaan checken wat er misliep. Chateau de Labourdonnais is vandaag nog altijd een werkend landbouwbedrijf en onlangs werd een rumstokerij in gebruik genomen. Aan het eind van het bezoek kunnen talloze variëteiten van rum geproefd worden. Diane Leclézio is er wat fier op dat al heel wat Mauritianen het domein bezochten en het beschouwen als hun erfgoed. In verschillende dorpen waar we door reden, heeft Usha er ons al op gewezen : een tempel, een moskee, een kerk. Op Mauritius leven verschillende godsdiensten en etnische groepen zonder al te veel problemen samen. De eerste bewoners waren eind zestiende eeuw Nederlandse zeelui, die het eiland vernoemden naar prins Maurits van Oranje. In de achttiende eeuw werd het gekoloniseerd door de Fransen, daarna door de Engelsen. Ook Chinezen en vooral Indiërs bepaalden mee het culturele patrimonium. Ondertussen is Mauritius een onafhankelijke republiek. Er wordt wel links gereden, maar Frans is er nog zeer dominant. Usha, net zoals iets meer dan de helft van de bevolking, is een hindoe. Op school leerde ze Engels, de officiële taal, en ook Frans. Met de vrienden spreekt ze creools, thuis Hindi. Via zelfstudie probeert ze zich nu het Duits eigen te maken. "Misschien kunnen ze daar in België nog wat van leren", zucht iemand van het reisgezelschap, die op zijn iPhone het nieuws van onze kabbelende regeringsvorming probeert te volgen. We doorkruisen het noordwesten van het eiland, op weg naar het hindoeheiligdom van Grand Bassin. Het lage wolkendek en de bosrijke omgeving roepen een zeker Ardennengevoel op. In de buurt zijn er verschillende natuurparken en wandelwegen. De omgeving van het kratermeer van Grand Bassin groeide uit tot een pelgrimsoord met grote beelden van hindoegoden en tempels. Aan de rand van het water offeren vrouwen in kleurrijke sari's etenswaren. Wanneer ik van op een afstand de rituelen in de tempel gadesla, nodigt een man mij uit om te komen kijken. Foto's maken mag ook. Ik krijg een typische rode stip - uit een rode pasta gemaakt en vakkundig midden op het voorhoofd aangebracht - en voor ik weer vertrek nog wensen voor een voorspoedig en verlicht leven. Na de middag staat er alweer een postkaartblauwe hemel. In het zuidelijk gelegen Telfair Golf en Spa Resort bestendigt een lunch met zicht op het witte zandstrand en een kalme zee waarop enkele plezierbootjes heen weer wiegen het tropische droomcliché. Hoewel het hotel geen tien jaar oud is, moeten de koloniale architectuur en de grootse tuinen de gasten de sfeer laten proeven van de grote plantages van weleer. Het hotel beschikt zelfs over een privénatuurpark met herten en everzwijnen, waar geleidelijk weer woud aangeplant wordt dat door de suikerrietteelt verdrongen was. Aangezien dit een honeymoon-bestemming is, kan een spabehandeling niet op het programma ontbreken. In het Telfair Resort ligt de spa als een discreet heiligdom in de tuin verborgen. Het huislabel Seven Colours werkt met essentiële oliën uit Madagaskar die in Frankrijk verwerkt worden. Maar nog belangrijker dan de gebruikte producten, is een goede in huis getrainde staf. Op het menu staan verschillende mogelijkheden voor koppels om samen in de watten gelegd te worden. Voor we de volgende ochtend ontiegelijk vroeg terugvliegen, koop ik van een standventer nog een kleurrijke rieten tas, een cadeautje voor thuis. Ik volg het spektakel van de in zee verdwijnende avondzon en besef hoe aangenaam sommige vakantieclichés wel niet zijn. DOOR TRUI MOERKERKE - FOTO'S KAT DE BAERDEMAKERILE PLATE MOET DE HOTELGASTEN DE ULTIEME 'ALLEEN OP EEN ONBEWOOND EILAND'-ERVARING BEZORGEN.VERSCHILLENDE RELIGIES EN ETNISCHE GROEPEN LEVEN HIER SAMEN, IETS MEER DAN DE HELFT VAN DE BEVOLKING IS HINDOE.