Onpretentieus maar gesofisticeerd. Ingetogen in zijn extravagantie. Een luxueus bachelor pad waar een uit de kluiten gewassen kunstcollectie niet eens te veel aandacht opeist. Zo laat dit appartement in downtown Manhattan zich nog het best omschrijven. De Belgische eigenaar, Jean-Edouard van Praet, is medeoprichter van een online financieel dienstverleningsbedrijf in New York, waar hij al sinds 1987 woont. Hij kocht de flat in 2002 en werkte een jaar om hem in orde te krijgen. De binnenhuisarchitect die alles in goede banen leidde, was Francis D'Haene, een Belg die in New York het designbureau D'apostrophe leidt.
...

Onpretentieus maar gesofisticeerd. Ingetogen in zijn extravagantie. Een luxueus bachelor pad waar een uit de kluiten gewassen kunstcollectie niet eens te veel aandacht opeist. Zo laat dit appartement in downtown Manhattan zich nog het best omschrijven. De Belgische eigenaar, Jean-Edouard van Praet, is medeoprichter van een online financieel dienstverleningsbedrijf in New York, waar hij al sinds 1987 woont. Hij kocht de flat in 2002 en werkte een jaar om hem in orde te krijgen. De binnenhuisarchitect die alles in goede banen leidde, was Francis D'Haene, een Belg die in New York het designbureau D'apostrophe leidt. Van Praet woonde voorheen aan Central Park. Ook in zijn nieuwe onderkomen wilde hij eerst en vooral een uitzicht. En daar ontbreekt het niet aan. De woonkamer van het hoekappartement heeft vier manshoge boogramen die zeeën van licht binnenlaten en van twee hoog een blik op het stadhuis van New York en het bijbehorende City Hall Park gunnen. Het gevoel van perspectief en ruimte wordt nog versterkt door een royaal uitgemeten open vloerplan. Woonkamer, kantoor en keuken bevinden zich in één ruimte, onder een hoog plafond. Een stalen steunkolom is naakt gelaten. Dat zou vandaag de dag niet meer mogen, omdat de bouwreglementen in New York veranderd zijn, maar Van Praet is blij dat het nog net kon toen hij het appartement inrichtte. Jean-Edouard van Praet woont op een steenworp van Wall Street, aan de rand van het financiële district van Manhattan. Ground Zero bevindt zich op wandelafstand. Na 9/11 kreeg de buurt klappen. Veel inwoners en bedrijven zochten andere oorden op. Ondertussen zit de wijk opnieuw in de lift. Jonge mensen willen er weer wonen. Recentelijk openden luxemerken als Hermès, Tiffany's en BMW er zaken. Iets verderop is Armani een gebouw aan het neerzetten. Maar het pièce de résistance wordt de Beekman Tower, een 75 verdiepingen hoge wolkenkrabber van Frank Gehry. De in aanbouw zijnde kolos wordt wat het Guggenheim in Bilbao zou zijn als het een toren was : een schijnbaar vederlichte compositie in golvend glas en staal die zich, de zwaartekracht tartend, ten hemel heft. Maar de buurt is niet perfect, zegt Van Praet. Het bruist er niet echt. Restaurants en nachtclubs zijn er niet ten overvloede. Daartegenover staat dan weer dat je makkelijk naar Soho of TriBeCa kan wandelen, waar ze zulke dingen wel hebben. En vlak voor City Hall is er een metrohalte die de wijk met de hele stad verbindt. In Van Praets appartement deert dat allemaal niet. Dat is een eiland van stijl in de drukte van de metropool. Van Praet heeft er een deel van zijn kunstcollectie hangen. Zijn voorkeur gaat uit naar werken op papier uit de twintigste eeuw. Dat wil zeggen : vooral fotografie en tekeningen. De collectie komt uit diverse stijlen en stromingen, met kunstenaars uit verschillende landen en decennia. Niet de hele collectie hangt hier. Van Praet houdt een deel in opslag en leent regelmatig werken uit aan musea en galeries. De werken die hij thuis heeft, wisselt hij met regelmaat af, zodat het appartement er om de paar maanden net een tikje anders uitziet. Ook het meubilair is modern eclectisch. Een eettafel van B&B Italia wordt gecombineerd met stoelen uit de jaren twintig en een hangende lamp van Ingo Maurer. De sofa, eveneens van B&B Italia, wordt geflankeerd door twee Deense lederen stoelen uit de fifties. Een Italiaanse lamp uit de sixties zorgt voor verlichting in de zithoek. Iets verderop treffen we twee zwarte kastjes uit de jaren vijftig aan van de naar New York uitgeweken Duitse designer Tommi Parzinger. Het geheel straalt een opmerkelijke eenheid uit. Geen wonder, want Jean-Edouard van Praet kijkt steeds uit naar nieuwe stukken, die hij met zorg uitkiest. Daarbij laat hij zich bijstaan door de bekende Brusselse antiquair Philippe Denis. Ook hier weer richt hij zijn blik vooral op de twintigste eeuw. Té nieuw design dreigt snel gedateerd te geraken, zegt hij, maar met oudere stukken is het net zo goed uitkijken : het mag natuurlijk ook niet belegen overkomen. Het resultaat mag er zijn, en dat vindt niet alleen Weekend Knack. Ongeveer één keer per maand dient het appartement als locatie voor film- en fotoshoots. Natalie Portman poseerde er, Woody Allen nam er scènes op voor zijn nieuwe film die komende zomer in de zalen komt en in februari neemt ook Disney er scènes voor een nieuwe film op. L'Oréal, Bloomingdale's en een reeks andere merken die Van Praet zich niet eens meer voor de vuist kan herinneren, filmden er reclamespots. En dan zijn er de kunstwerken. Een Keith Haring uit 1981 staat in de keukenhoek naast een foto van Robert Mapplethorpe. Een andere Haring bevindt zich in de korte gang. Blikvangers zijn een aantal werken van Vik Muniz, een in New York wonende Braziliaanse kunstenaar waarmee Van Praet goed bevriend is. Van zijn hand tref je hier in inkt en chocolade uitgevoerde en vervolgens gefotografeerde en op groot formaat afgedrukte reproducties aan van een Andy Warhol en een Jackson Pollock. Een ander belangrijk stuk is de statige, haast manshoge foto van de Trinity College Library van Candida Höfer, een Duitse die bekend is om dit soort beelden van monumentale publieke ruimtes. Maar er is veel meer. In de kantoorhoek vinden we tekeningen van onder andere de Amerikanen Kara Walker en Sol LeWitt en de Japanse Yayoi Kusama. In de slaapkamer hangen werken van performance-artieste en visuele kunstenares Vanessa Beecroft en een typische roosterstructuur van de Duitser Frank Thiel. Tot in de badkamer toe hangt hier kunst. Maar het wordt nooit opzichtig of patserig. Integendeel, het is allemaal haast nonchalant en met gulheid uitgestald. Een lust voor het oog, zonder dat je ogen er moe van worden, zeg maar. En dat is de absolute verdienste van dit tijdloos moderne interieur. Door Tom Vandyck I Foto's Gerald Dauphin