Ik probeer altijd zo lang mogelijk het moment uit te stellen waarop ik mijn naam moet zeggen. Katherine Smith. Voor Britten bestaat er geen banalere naam dan Smith. Het is het equivalent van Janssens en Peeters in Vlaanderen. Gek genoeg levert een Vlaamse tong een verloren strijd met die naam. Smith wordt Schmidt of Smit of Smif. Katherine wordt Katrien of Keetsjrin, maar nooit Katherine. Liever Katrien Smit dan Keetsjrin Schmidt. Ik denk dat het makkelijker zou zijn om een echt 'exotische' naam te hebben, of een echt 'exotische' afkomst. Fins-Baskisch bijvoorbeeld. Of Aramees-Thais. Dat zou pas 'interessant' zijn. Welsh-Vlaams is tegelijkertijd speciaal en niet speciaal genoeg.

Hoe dan ook, het is een naam waar uitleg bij hoort. Een verklaring. Ze plaatst me meteen in een vakje: anders. En dus ook: bedreigend. Voor leerkrachten Engels, bijvoorbeeld, die wel eens wilden horen hoe goed mijn Engels was, die me voor de hele klas in het Engels achterwaarts van zestig naar vijftig lieten tellen, want dat zou dé test zijn. Jij met je Engelse naam, bewijs maar eens dat je ook Engels bent of kent. Of ze gaven me een nul voor een opstel 'omdat mijn vader het zou geschreven hebben'.

Ik geloof dat ik 'trotser' ben op mijn Belgische nationaliteit dan de meeste Belgen. Ik heb twee nationaliteiten en ben op beide even trots, maar nogal wat Belgen lijken ervan uit te gaan dat ik me beter voel dan zij, en dus nemen ze een defensieve houding aan. Denk maar niet dat jij beter bent dan wij! Stukje Brit! Stukje Smith!

Ben ik dan 'anders'? Ik ben ten dele door 'andere' ervaringen en gewoonten gevormd. Ik eet soms andere dingen. Ik ben bijvoorbeeld dol op shortbread, op erg gekruide curry's, die de Britten van de Indiërs hebben leren eten, op Lemon Toddy en gravy. Nooit zal ik iets ondernemen zonder eerst een kop thee te drinken, en die thee drink ik zoals alle Britten met melk en niet met citroen. Let's have a nice cup of tea is het Britse antwoord op elke crisis, en dus ook het mijne. Dit heeft natuurlijk alles te maken met wat ik van jongs af gewoon ben, maar misschien speelt ook genetische bepaaldheid een rol. Op reis in India dronk ik in een hill station - dat is een dorp hoog in de bergen waar de Britse kolonialen de hitte van de laagvlakte ontvluchtten - voor het eerst Horlicks. Mijn moeder spuwde het ongeveer uit, ik vond het heerlijk. Horlicks, zo hoorde ik later van mijn vader, is ongeveer even Brits als hun kopje thee.

Heel vroeg al ben ik begonnen met naar de BBC te kijken, en nog altijd volg ik liever 'hun' programma's dan die van 'ons'. Ik hou meer van Britse humor dan van de Vlaamse, en merk soms dat de Britse manie om dingen sterk te overdrijven - het overstatement is minstens even Brits als het understatement - hier dikwijls in verkeerde aarde valt. Er zijn grapjes die ik met mijn vader deel, en alleen met hem.

Op familiebezoek gaan heeft voor mij altijd betekend: koffers pakken, me verplaatsen naar het buitenland, me bewust worden van mijn tweede nationaliteit. Mijn Britse familie woont in Engeland, in Wales en in Australië. Wij wonen in zekere zin over de hele wereld, waardoor ik de dingen hier altijd heb gerelativeerd. Ik heb altijd een ruimer en breder perspectief gehad, want ik wist maar al te goed dat er andere werelden, andere gewoonten, andere manieren van leven waren. Van toen ik nog heel klein was, had ik het besef van een uitgestrekte wereld, die daar lag en waar werd gewoond. Altijd wist ik dat er veel meer wereld was dan de toevallige plek waar ik opgroeide en naar school ging.

Reizen doe ik altijd met mijn Britse paspoort. Britten hebben altijd meer dan Vlamingen de wereld verkend en zich over die wereld verspreid. Eenmaal de grens over, krijg ik een internationaal gevoel, dat te maken heeft met het Britse paspoort in mijn zak, én met het besef van die dubbele nationaliteit. Ik voel me dan letterlijk een wereldburger."

tekst Kristien Hemmerechts / foto Nic Hannes