De straten druppelen er vol van. Grote ogen speuren gevels, winkels en gebouwen af. Zoals ze tien jaar eerder met open mond door een pretpark liepen, zo dwalen ze nu door de straten van de studentenstad. Maar dan iets minder openlijk enthousiast. Wegens niet cool. Net zoals toen worden ze geflankeerd door de mama of de papa, die de habitat van zoon- of dochterlief aan een nauwkeurig onderzoek wil onderwerpen. Ze sjokken door de stad, met tassen vol folders, informatie over studierichtingen, studentenhuizen en -clubs, en bonnen voor kopieerwinkels en broodjeszaken. En terwijl de volwassenen de afstand van kot naar campus berekenen, d...

De straten druppelen er vol van. Grote ogen speuren gevels, winkels en gebouwen af. Zoals ze tien jaar eerder met open mond door een pretpark liepen, zo dwalen ze nu door de straten van de studentenstad. Maar dan iets minder openlijk enthousiast. Wegens niet cool. Net zoals toen worden ze geflankeerd door de mama of de papa, die de habitat van zoon- of dochterlief aan een nauwkeurig onderzoek wil onderwerpen. Ze sjokken door de stad, met tassen vol folders, informatie over studierichtingen, studentenhuizen en -clubs, en bonnen voor kopieerwinkels en broodjeszaken. En terwijl de volwassenen de afstand van kot naar campus berekenen, de staat van de kamers op hygiëne controleren of de werking van het monitoraat bestuderen, heeft hun kroost een andere agenda. Zij proeven het échte leven, weerspiegeld in ruiten van cafés, klapdeuren van bibliotheken en de ogen van die andere student in spe. In de lentezon kijk ik naar de nieuwe lading die vanaf september elke zondagavond met rolkoffers, dozen vol eten en propere was de stad in zal zwermen. Ik besef nu pas hoe jong ik zelf was, toen de stoeptegels onder mijn voeten de rode loper leken naar de volwassenheid. Hoe groot ik me voelde, weg van de kinderen van het middelbaar. Eindelijk. Dus hier zou het gebeuren. Ik zou tot volle wasdom komen. Openbreken, openbloeien. Op de banken van de aula, die van het park en die van nog onbekende kameraden, waarmee ik van gedachten en gedichten zou wisselen. Vriendschappen tot het einde der dagen, liefdes tot het einde der nachten. Zo zou het zijn. Ik hoefde geen advies, want wist alles uit boeken en buikgevoel. De toekomst was nu. Wist ik veel dat ik niet alleen triomftochten zou voeren, maar ook verloren zou lopen in de stad die ik op mijn duimpje kende (en in mezelf). Dat sommige lessen inspirerend waren, maar soms ook gewoon passieloos voorgelezen cursussen. En dat niemand daarna ooit nog naar die ene boeiende paper vraagt, of naar je punten in het derde jaar, en waarover je thesis ging. Ik fantaseer toekomsten bij elkaar: hij gaat in het presidium, die verandert van richting, deze kaft haar cursussen en scheurt het papier er op de eerste lesdag beschaamd weer van af, omdat niemand anders in de aula kaftpapier heeft. De ene blaakt van zelfverzekerdheid, de ander wil nu al gewoon weer naar huis. Wat wil ik ze allemaal knuffelen, die melksmoeltjes en puistenkopjes, ze verwelkomen en toefluisteren wat ik toen niet had geloofd : dat volwassen zijn juist is dat je geen idee hebt wat je aan het doen bent, en het toch doet. Elke dag. En soms even niet. En dan weer rechtkrabbelt. Misschien is dat volwassen worden. Niet de grootse plannen, ambities en illusies die je koestert. Maar juist dat die dromen hier en daar wat doorprikt worden, en in de goot belanden als slingers en ballonnen na carnaval. Dat je dan beseft: het is ook goed zo. En ik hoop dat hun studententijd niét de schoonste tijd van hun leven wordt, maar dat ze - of ze nu slagen in hun aspiraties en studies of niet - elke dag hun leven zo schoon mogelijk zullen maken. En vooral, dat ze altijd blijven leren.KATRIJN VAN BOUWELVolwassen zijn is juist dat je geen idee hebt wat je aan het doen bent, en het toch doet