Wanneer de Nederlandse schrijfster en feministe Anja Meulenbelt zich over het onderwerp man buigt, zou een mens de neiging kunnen voelen achteloos de andere richting uit te kijken. Hebben we dat verhaal immers niet al eens ergens gelezen, een of meerdere keren? En hadden we toen redenen om te vermoeden dat er misschien ooit nog een nieuw melodietje uit de oude doos zou komen? Nee toch.
...

Wanneer de Nederlandse schrijfster en feministe Anja Meulenbelt zich over het onderwerp man buigt, zou een mens de neiging kunnen voelen achteloos de andere richting uit te kijken. Hebben we dat verhaal immers niet al eens ergens gelezen, een of meerdere keren? En hadden we toen redenen om te vermoeden dat er misschien ooit nog een nieuw melodietje uit de oude doos zou komen? Nee toch. Voor de jongeren onder ons: Anja Meulenbelt schreef in het begin van de jaren '70 het boek De schaamte voorbij, in die tijd een must voor ontluikende feministes. Nadien volgde nog een hele rits publicaties, zeer uiteenlopend van genre en kwaliteit, maar meestal toch geschreven vanop de barricaden en daardoor tamelijk voorspelbaar qua boodschap. Maar kijk! In De eerste sekse - Meningen over mannelijkheid staat ons (althans de ouderen onder ons) een aangename verrassing te wachten. Het eerste deel van de titel getuigt niet van veel verbeeldingskracht en is zelfs behoorlijk pedant, maar in de artikels die hier door Meulenbelt verzameld zijn, proberen auteurs van verschillende disciplines toch op een ernstige manier dieper in te gaan op de hedendaagse positie van de man. Ook de bijdrage van Meulenbelt zelf is stevig gedocumenteerd en vrij genuanceerd. In de media worden we regelmatig om de oren geslagen met berichten waarin beweerd wordt dat de hedendaagse man in crisis is, en vaak wordt dan met een beschuldigende vinger richting vrouw, of meer bepaald richting feminisme gewezen. Terecht? Ootmoedig geeft Meulenbelt toe dat er in de theorie- en beeldvorming van vrouwen over mannen een aantal blinde vlekken zaten. Zo werd er wel kritiek gegeven op de man die 's avonds thuis in zijn zetel plofte, om zijn pantoffels vroeg en verder niks meer te melden had, maar de vraag waarom dat zo was, werd in de vrouwenbeweging niet gesteld. De blinde vlek die daar volgens Meulenbelt uit ontstond, was de ontkenning dat werken en geld verdienen óók een vorm van zorg voor het gezin is: "We zagen over het hoofd in welke mate mannen kunnen lijden onder de druk van werk en kostwinnerschap en welke deuk werkloosheid kan betekenen voor het mannelijk gevoel van eigenwaarde." Door dat laatste niet in te zien, werd ook niet begrepen waarom sommige mannen zich professioneel zo bedreigd konden voelen door de oprukkende vrouwen. Bijna schuldbewust voegt Meulenbelt eraan toe: "Verder hielp het tot emotioneel imbeciel verklaren van mannen zeker niet bij het delen van de zorg." Een tweede blinde vlek van de vrouwenbeweging had betrekking op de problematiek van geweld door mannen. Meulenbelt: "Lang hebben we ons niet bezig willen houden met de waaromvraag: wat maakt (een aantal) mannen tot daders?" De vrouwenbeweging ging ervan uit dat mannen politiek, maatschappelijk en economisch meer macht hadden, zich dus machtiger voelden en dat geweld daarvan een uiting was. Uit onderzoek van daders blijkt nu echter dat mannen binnen hun relaties geweld plegen juist op het ogenblik dat ze zich machteloos, verlaten, geïsoleerd voelen. Als derde blinde vlek vermeldt Meulenbelt het feit dat er onderlinge verschillen bestaan tussen mannen. Te lang had men enkel oog voor de dominantie van mannen over vrouwen, zonder rekening te houden met de grote diversiteit tussen mannen zelf (verschillende posities, loyaliteiten en belangen). Inmiddels heeft de mannenbeweging een aantal van die lacunes proberen in te vullen. En dan bleek bijvoorbeeld dat mannen zichzelf helemaal niet zo machtig voelen en dat ook zij voor een deel slachtoffer zijn van de hen opgelegde rol (niet mogen huilen, moeten presteren, enz.). "Mannelijkheid biedt misschien een aantal privileges maar de kosten zijn hoog", schrijft Meulenbelt, en ze verwijst o.a. naar de gemiddeld lagere levensverwachting van mannen. Kortom, mannen hebben (ook) problemen. Volgens Meulenbelt dreigt de mannenbeweging echter te veel de nadruk te leggen op het slachtofferschap en te vergeten dat mannen ook problemen zijn - met name voor hun omgeving - en dat er een dynamiek bestaat tussen beide seksen. Erkennen dat gewelddadige mannen zich machteloos voelen, mag er niet toe leiden dat de gevolgen van dat geweld opnieuw onbespreekbaar worden, vindt Meulenbelt. Want ook al geeft ze toe dat er fouten werden gemaakt, van haar uitgangspunten wijkt ze niet af. Het siert haar dat ze gewoon is blijven doordenken en zoeken naar verklaringen en oplossingen voor de knoop waarin beide seksen verstrikt zitten. Bovendien is ze er met de jaren milder op geworden. " Kunnen we het smalle pad bewandelen tussen eerherstel van wat positief is aan de traditionele vormen van mannelijkheid aan de ene kant, en tegelijk mannen helpen om in het reine te komen met wat er moet veranderen?" Wie durft na zo'n poeslieve bewering nog beweren dat feministes mannenhaatsters zijn?Anja Meulenbelt e.a., De eerste sekse - Meningen over mannelijkheid, Van Gennep, 293 p., 798 fr.Jo Blommaert / Tekening Sandra Schrevens