"Mira mama !" Kijk mama... Ze zegt het met zo'n typische Gentse rollende r, kleine Sarita. Mama Theresa moet erom lachen. "Dat heeft ze sinds ze naar de kleuterschool gaat. Zowel Nederlands als Spaans spreekt ze met een Gentse tongval. En ja, sinds ze veel omgang heeft met kindjes van hier, spreekt ze thuis ook meer Nederlands. Vanaf het begin was de afspraak dat Peter Nederlands met haar zou spreken en ik Spaans. Omdat we het een voordeel vinden dat ze tweetalig is en ook omdat ze dan kan communiceren met mijn familie in Venezuela. We proberen dat zo goed mogelijk vol te houden, maar het is niet gemakkelijk. Omdat Peters familie en de meeste van onze vrienden en kennissen Nederlands spreken, raakt het Spaans op de achtergrond. In het begin spraken Peter en ik altijd Spaans met elkaar, maar nu ik beter Nederlands spreek, wordt dat meer en meer onze taal. Ik moet mijzelf er soms aan herinneren om Spaans tegen Sarita te spreken en in het Spaans te antwoorden als ze in het Nederlands tegen mij begint. Maar als we op vakantie zijn bij mijn ouders in Venezuela schakelt ze vrij snel over op Spaans, ook tegen mij. Maar thuis verwatert dat weer. Ik vraag me wel af hoe ze het er op de lagere school zal afbrengen, of dat Spaans niet voor verwarring zal zorgen of helemaal in de verdrukking komen."
...

"Mira mama !" Kijk mama... Ze zegt het met zo'n typische Gentse rollende r, kleine Sarita. Mama Theresa moet erom lachen. "Dat heeft ze sinds ze naar de kleuterschool gaat. Zowel Nederlands als Spaans spreekt ze met een Gentse tongval. En ja, sinds ze veel omgang heeft met kindjes van hier, spreekt ze thuis ook meer Nederlands. Vanaf het begin was de afspraak dat Peter Nederlands met haar zou spreken en ik Spaans. Omdat we het een voordeel vinden dat ze tweetalig is en ook omdat ze dan kan communiceren met mijn familie in Venezuela. We proberen dat zo goed mogelijk vol te houden, maar het is niet gemakkelijk. Omdat Peters familie en de meeste van onze vrienden en kennissen Nederlands spreken, raakt het Spaans op de achtergrond. In het begin spraken Peter en ik altijd Spaans met elkaar, maar nu ik beter Nederlands spreek, wordt dat meer en meer onze taal. Ik moet mijzelf er soms aan herinneren om Spaans tegen Sarita te spreken en in het Spaans te antwoorden als ze in het Nederlands tegen mij begint. Maar als we op vakantie zijn bij mijn ouders in Venezuela schakelt ze vrij snel over op Spaans, ook tegen mij. Maar thuis verwatert dat weer. Ik vraag me wel af hoe ze het er op de lagere school zal afbrengen, of dat Spaans niet voor verwarring zal zorgen of helemaal in de verdrukking komen." Je hoort wel vaker dat jonge kinderen spelenderwijs talen kunnen leren. Maar is het wel zo simpel ? En heeft een meertalige opvoeding misschien ook nadelen ? We vroegen het aan professor Annick De Houwer, verbonden aan het departement communicatiewetenschappen van de Universiteit Antwerpen, die al dertig jaar onderzoek doet naar de taalontwikkeling van tweetalige kinderen. Prof. De Houwer : Dat wordt vaak gezegd, maar er is eigenlijk geen bewijs voor. Neem nu een gemiddelde eentalige zesjarige : die heeft in die zes jaar natuurlijk enorm veel geleerd, spelenderwijs en heel intensief, want zo'n kind heeft eigenlijk niet veel anders te doen dan taal leren. Taal is een absolute noodzaak voor een kind. Niet alleen om zich verstaanbaar te maken, maar ook voor de cognitieve ontwikkeling, om de indrukken die het opdoet te categoriseren. Kinderen waarvan men niet door heeft dat ze slecht horen en die bijvoorbeeld op hun derde nog niet spreken, zijn onhandelbaar. Na zes jaar spreekt het kind toch 'nog maar' als een zesjarige. Anderzijds is het natuurlijk ook perfect mogelijk om op latere leeftijd een taal te leren : stop een vijftienjarige in een taalbad, dan zal die na zes jaar veel meer opgestoken hebben dan een zesjarige. Absoluut. Hersenscans en gedragstests wijzen uit dat baby's van zes maanden al reageren op verschillende klankensystemen. Ze horen bijvoorbeeld het onderscheid tussen een lange en een korte klinker en tussen een s en de Engelse th. Maar op het einde van het eerste levensjaar horen ze alleen nog de verschillen die in hun taal relevant zijn, de rest verdwijnt. Tweetalige kinderen zijn het vanaf het begin gewoon om klanken in verschillende talen te onderscheiden, wat helpt bij het leren van woorden. Op de leeftijd van dertien maanden kennen tweetalige kinderen gemiddeld zeventig procent meer woorden dan eentalige. We hebben het hier over begrijpen, spreken doen ze nog niet veel. Tweetalige kinderen zijn het dus gewend om verschillende woorden voor één concept te gebruiken, ze zijn cognitief flexibeler. Uit onderzoeken bleek bijvoorbeeld dat ze minder hersenactiviteit nodig hebben om dezelfde aandachtstaken uit te voeren dan eentalige. Ze hebben dus ook een kleinere werkbelasting. Een kind kan veel aan, als je het maar de kans geeft om te leren. Uit mijn onderzoek bij achttienduizend Vlaamse gezinnen bleek dat kinderen uit tweetalige gezinnen zeker niet automatisch de twee talen spreken. Een vierde spreekt uitsluitend Nederlands, ook al is er een andere taal in de aanbieding. Hoe minder die taal door de ouders gesproken wordt, hoe kleiner de kans dat de kinderen die ook gebruiken. Ouders die thuis allebei twee talen spreken hebben acht kansen op de tien dat hun kinderen tweetalig worden. Vaak beslissen ouders elk één taal met de kinderen te spreken. In de dagelijkse praktijk blijkt dat niet altijd zo gemakkelijk. Het heeft ook iets artificieels. Welke taal spreek je dan als ouders onder elkaar ? Taalgewoonten zijn zeer moeilijk te veranderen, taal is emotie, identiteit, het maakt deel uit van je persoonlijkheid. En hoe reageer je bijvoorbeeld als je kind in een andere taal antwoordt ? Als je dan zelf niet doorzet, leert het dat een van de twee talen overbodig is. Je mag daar natuurlijk ook niet te ver in gaan, het kind moet nog willen spreken. Waar het op neerkomt, is dat kinderen de noodzaak moeten voelen om de twee talen effectief te gebruiken. Als je het zelf als iets normaals voorstelt om twee talen te spreken, zullen zij dat ook doen. Ik til daar niet zo zwaar aan, ook al omdat het niet eens zo vaak voorkomt. Laat ons zeggen in ongeveer een derde van alle zinnetjes die een kind gebruikt, maximaal. Tenzij iedereen waarmee het kind veel in contact komt zo spreekt, natuurlijk. Kinderen doen het ook alleen maar met mensen van wie ze weten dat ze beide talen verstaan. Want het draait allemaal om communicatie, kinderen willen begrepen worden. Onderwijs in het Nederlands en Frans vanaf het basisonderwijs ? Allemaal goed en wel, in Brussel en Wallonië kan het al. Het brengt natuurlijk een aantal praktische problemen mee. Je kunt je ook afvragen of zoveel leerkrachten beide talen voldoende beheersen om er les in te geven. Maar het sleutelwoord voor mij is continuïteit. Het heeft geen zin om daar veel geld in te investeren als de kinderen dat niet kunnen voortzetten in het middelbaar onderwijs. Want een taal moet onderhouden worden. Vergelijk het met piano spelen, je moet blijven oefenen of de vaardigheid gaat verloren. Veel hangt af van de leeftijd. Heel jonge kinderen, tot twee jaar of zo, leren niet veel taal via televisie, dat is te passief. Als ze een beetje ouder zijn, kunnen ze veel nieuwe woorden leren, maar in een taal die ze al kennen. Wat het leren van een vreemde taal betreft : samen met mijn assistente Ann Kuppens heb ik daarover onderzoek gedaan bij twaalfjarigen die nog geen Engels op school hadden en geen contact met Engelstaligen. Bleek dat ze via mediagebruik aardig wat Engels opgepikt hadden. Het is niet voor niets dat in Vlaanderen, Nederland en Denemarken, landen waar anderstalige programma's ondertiteld worden, de kennis van het Engels aanzienlijk hoger is dan in landen waar programma's gedubd worden. Laat ons zeggen dat er een basisintelligentie nodig is om talen te kunnen leren. En ja, ook kinderen met Downsyndroom kunnen het, op voorwaarde dat ze goed horen. Het probleem is wel dat het over het algemeen zeer rustige, gemakkelijke baby's zijn - je hebt als ouder niet de neiging om er veel tegen te praten. En dat is nu juist wat het grote verschil maakt, bij alle kinderen trouwens : ouders of opvoeders die veel en duidelijk praten. Uit een onderzoek naar het onderscheiden van verschillende klanken tijdens het eerste levensjaar bleek dat de baby's die dat het best konden moeders hadden die goed articuleerden. Conclusie van professor De Houwer : "Mijn raad aan ouders ? Praat zoveel mogelijk tegen je kinderen, in om het even welke taal. In de auto, in de supermarkt, waar dan ook. Ik weet het, dat kan verschrikkelijk vermoeiend zijn, zeker met kinderen in de kleuterleeftijd, maar het is van groot belang voor hun ontwikkeling. Wil je dat je kinderen tweetalig opgroeien, zorg er dan voor dat beide talen thuis evenveel aan bod komen. O ja, een extra argument voor een meertalige opvoeding : uit een Canadees onderzoek bleek dat tweetalige mensen aanzienlijk later dement worden dan anderen. Kwestie van hersengymnastiek zeker." Lectuur 'De taalontwikkeling van het kind', prof Annemarie Schaerlaekens, KUL. Met een uitgebreid hoofdstuk over meertalige opvoeding. Uitg. Wolters-Noordhoff, 315 p, ISBN 9789001709471 Van prof. Annick De Houwer verschijnt in maart 2009 'Bilingual First Language Acquisition', uitg. Multilingual Matters. www.multilingualmatters.com Zie ook www.cal.org/resources/digest/earlychild.html Uw mening ? Volg het debat op www.weekend.be Door Linda Asselbergs Illustratie Sebastiaan Van Doninck