Wilt u de vrouwen van Istalif helpen, dan kunt u storten op rekeningnummer 000-0000004-04 van de Koning Boudewijnstichting met vermelding van 'L7899-Vrouwenhuis-Istalif-Weekend Knack'. Info : mothers.for.peace@skynet.be .
...

Wilt u de vrouwen van Istalif helpen, dan kunt u storten op rekeningnummer 000-0000004-04 van de Koning Boudewijnstichting met vermelding van 'L7899-Vrouwenhuis-Istalif-Weekend Knack'. Info : mothers.for.peace@skynet.be . 'Kroniek van onmacht-Sarajevo, Srebrenica... tien jaar later' verscheen bij Globe en kost 15,90 euro.S interklaas is stout. In grote letters had ik het op het bord geschreven. Omdat enkele meisjes in de klas geen speelgoed gekregen hadden, en ik niet snapte en kon verdragen dat de nonnen dat niet erg leken te vinden. Ik heb prompt een dag in de gang mogen boeten." Het is het glimlachende antwoord van Jennie Vanlerberghe op de vraag naar de motor van haar engagement. Onrechtvaardigheid dus. Of toch de afkeer ervoor. En hoe die bij haar aangeboren lijkt, want al in haar vroegste herinneringen gulzig aanwezig. Vanlerberghe antwoordt wel vaker in anekdotes. Al zijn die meestal minder marsepeinrozig dan de voorgaande. Ze zijn vaak ronduit schokkend. Ze doen naar adem happen, en geven je zin om nú op te staan en met samengeperste lippen het Grote Onrecht in het gezicht te slaan. Helaas blijft het daar voor de meesten dan bij. Bij plotse opstoten van strijdlustige naastenliefde en 'ik zou eigenlijk wel moeten'-mijmeringen. Dat deze zestigjarige journaliste wel ooit de daad bij het woord heeft gevoegd, en dat ook blijft doen, vindt ze zelf niet wereldschokkend. "Waarom zou ik het níet doen ?" reageert ze met een schouderophalen. Een tegenvraag die ongetwijfeld confronterender aankomt dan ze bedoeld is. Ik denk dat het een reportage was die me op het idee bracht. Over de verschrikking van vrouwen in Afrika die het slachtoffer waren geweest van een groepsverkrachting. Ik móést er plots naartoe. Om met die vrouwen te spreken, erover te schrijven. Zoiets ja. Het ene mondt onvermijdelijk uit in het andere. Ik was in Somalië getuige van een vrouwenbesnijdenis, een van de gruwelijkste dingen die ik ooit heb gezien. Dat was bij mij een keerpunt. Ik kon niet meer terug. Ik wou vrouwen die de mond gesnoerd waren, opnieuw een stem geven. Het is ook verontwaardiging die me drijft. Wat bezielt mannen om vrouwen van tachtig in groep te verkrachten ? Of neem het verhaal van Linda, uit Congo-Brazzaville. Drie dagen hebben ze haar aan een ijzeren bed geketend, en twee dagen aan een stuk werd ze verkracht. Wat bezielt de zoveelste man in de rij om een vrouw te verkrachten die daar halfdood ligt, in het sperma, in het bloed, in haar eigen drek. Wat bezíélt zo iemand ? Ik wacht nog altijd op de persoon die me daar een antwoord op kan geven. Als je zoiets hoort, zoiets meemaakt, zeg nu zelf : kun je dan nog terug ? Tijdens de Balkanoorlog leerde ik de Bosnische afdeling kennen. Vrouwen, moeders meestal, die zich verenigden om samen een vuist te maken tegen oorlog. Om hun mannen en zonen uit het leger te halen, hen te overtuigen geen andere zonen en echtgenoten te doden. Dat ze zich überhaupt nog engageerden, ondanks de moordpartijen, de verkrachtingen, dat vond ik zo mooi. Zo nobel. Zo hartverwarmend. Mens, wat voor inspirerende vrouwen waren dat. We werden hartsvriendinnen. Samen schuilen voor een kogelregen, ik verzeker je dat zoiets een band smeedt. Ik wou per se de ijzersterke solidariteitsidee van Mothers for Peace in België doen leven. De Balkanoorlog gaf me helaas ook een andere kijk op humanitaire hulp. De inefficiëntie ervan heeft me vreselijk kwaad en triest gemaakt. Vrouwen die zes maanden ervoor in een vluchtelingenkamp waren gedropt en al die tijd niet eens maandverband hadden gezien, vreselijk toch ? Wel kregen ze stapels oude kleren die groothartige organisaties klakkeloos hadden ingezameld. Maar niemand die ze ooit gevraagd had wat ze echt nodig hadden. Oude jassen, dat konden ze krijgen. En dus verknipten de vrouwen die jassen tot kleine lapjes maandverband. Lapjes voor het bloeden, zeg maar. Mijn recente terugreis naar ex-Joegoslavië was inderdaad een van de pijnlijkste ontgoochelingen in mijn leven. Het heeft me ook een brandend schuldgevoel gegeven. De vrouwen zijn nu amper een schim van de inspirerende en trotse persoonlijkheden die ze tien jaar geleden waren. Een van hen gaf voor de oorlog kunstboeken uit, had in de Verenigde Staten gestudeerd en was nog samen met mij naar New York getrokken om "ze het daar eens goed te zeggen in de VN". Zij moet dezer dagen poetsen om haar tramtickets te kunnen betalen. Bosnië is er vreselijk aan toe. Laten we het gewoon toegeven : we hebben het gebied, op amper duizend kilometer van hier, als een baksteen laten vallen. Alsof samen met de oorlog ook alle hulp moest eindigen. Dat land heeft dringend een industriële, een economische injectie nodig. Er is niets meer. En van de hoop en strijdlust blijft even weinig over. Ergens wel. Als ik schrijf, dan keer ik terug. Ik ruik de aarde, hoor de kinderen spelen. Tegelijk wil ik het de mensen echt wel vertellen. Ze informeren over wat er gaande is op vaak een huppelpas van hun eigen land. Ik denk op die manier meer te bereiken dan een of andere, weliswaar goed bedoelde, inzamelactie. Het doet goed, absoluut. Want het was van bij de start in 2002 een aartsmoeilijk project. En dat zal het ook altijd blijven. We gaan voetje voor voetje vooruit, maken geregeld een pas op de plaats, springen soms drie reuzenstappen achteruit, maar traag en zeker banen we ons slalommend wel een stevige weg. De Afghaanse vrouwen zijn de meest vernederde vrouwen ter wereld. 'Sorry dat ik leef', dat is hun houding. Ik herinner me een vrouw, toen ik de eerste keer in Kaboel was, die in smoezelige boerka op een kruispunt kwam bedelen tussen de auto's. Ze had een baby in de armen die plots aan een van de vertrekkende auto's bleef haperen en op de grond viel. De manier waarop de vrouw schichtig en angstig het bloedende kind opnam en wegliep terwijl ze duizenden excuses jammerde : 'Sorry dat ik het verkeer heb verstoord', dát was wat mij definitief heeft overtuigd om de vernederde vrouwen in Afghanistan te helpen. Ik heb inderdaad al de vraag gekregen om een tweede Huis op te richten, in Herat bijvoorbeeld. Maar daar is het nog te vroeg voor. Eerst moet dit Huis perfect draaien. En dat doet het nog niet. Ik moet er nog meermaals per jaar naartoe om een en ander recht te trekken. In mei gingen bijvoorbeeld plots heel wat minder vrouwen naar het Vrouwenhuis. Bleek dat hun man en zonen het hun verboden, omdat de mullah dat zo had opgedragen in de moskee. Ik ben met de mullah gaan praten. Hij had drie redenen. Eén : omdat hij had ontdekt dat ik ooit een doos lippenstift had meegebracht uit België. Twee : omdat het project te veel buitenlanders met camera's aantrok. Drie : omdat hij had gemerkt hoe vrouwen soms plezier maakten wanneer ze terugkeerden van het Vrouwenhuis. Ik heb de eerste twee argumenten grotendeels met woorden kunnen counteren, voor het derde heb ik de hulp ingeroepen van 300 euro. Dat is omkoperij, dat weet ik wel. Maar wat dan nog. De vrouwen zijn terug. Ik wil van die vrouwen horen hoe zij over de situatie denken. Ongetwijfeld willen de meesten elkaar gewoon liefdevol de hand reiken. Precies. Al klinkt dat misschien wel grootser dan het is. Zo ongelooflijk fantastisch is het allemaal niet hoor. En ik wil ook absoluut niet belerend doen. Of me als een Moeder Theresa profileren. Laat alstublieft niemand me zo ooit omschrijven. Ik wil net geen enkele vrouw betuttelen en bemoederen. Wel integendeel. Ze hebben dat niet nodig. Vrouwen zijn verdomd sterke wezens. Met oprechte liefde en respect voor mannen, maar het zijn wel vooral de vrouwen die na tegenslagen en oorlog het hoofd weer rechten. Ik wil vrouwen in moeilijke omstandigheden alleen maar helpen en inspireren, maar zeker niet bij het handje nemen. Het enige wat ik hoop te bereiken, is dat ze kritische persoonlijkheden worden met een kogelvrije dosis zelfrespect. Die dus niets of niemand slaafs achternalopen. Ook, en al zeker, mij niet. "Ik ken Jennie Vanlerberghe als collega bij Roularta, dus al zo'n twintig jaar. Maar wat ze hier deed, was maar een klein deel van Jennie. Wat ze daarbuiten aan bergen verzet, is véél belangrijker. Ze is iemand die niet opzij gaat voor het geweld en de onrechtvaardigheid die andere vrouwen worden aangedaan. Zowel in de Balkanoorlog als in Afghanistan stond en staat ze aan de kant van de vrouwen, die vaak de onschuldige, ongewilde en zwaarst getroffen slachtoffers zijn. Ze gaat bijvoorbeeld niet uit de weg voor mannelijke heersers die vrouwen met de grootste minachting behandelen. Ze onderhandelt met ze, speelt het spel en maakt misbruik van hun zwakke kanten : hun ijdelheid en hun omkoopbaarheid. Ten bate van de slachtoffers. Jennie is veel te bescheiden over wat ze bijvoorbeeld in Istalif uit de grond stampte. Soms lijkt het of dames die meer in de kijker lopen dan zijzelf de voorvechtsters zijn van de rechten van diegenen die Jennie "de meest verdrukte vrouwen ter wereld noemt". Maar zij is het die lobbyt, fondsen verzamelt, journalisten naar ginder brengt en ver van camera's altijd weer opnieuw daarheen trekt, om samen met andere moedige vrouwen steeds weer één klein stapje vooruit te zetten. Vaak op gevaar van eigen leven. Daarom verdient ze het om de Vrouw van het Jaar van Weekend Knack te worden." "Als het op belangstelling aankomt, staat Jennie Vanlerberghe steeds op de achtergrond. Niet zichzelf, maar de vrouwen die de onderdrukking, de ellende, de wreedheden hebben meegemaakt plaatst zij vooraan. Zij is slechts de boodschapper en minimaliseert meestal haar rol. Maar als zij er niet geweest was, bleef er voor ons zoveel verborgen en werd er zoveel leed niet gelenigd. Haar verhalen over de vluchtelingen, de vrouwen in oorlog, grijpen ons persoonlijk aan. Omdat Jennie er geweest is. Niet met sensatie, maar met het tonen van ondraaglijk menselijk leed, onrecht : zo rekruteert zij de aandacht en de middelen van de vele organisaties die haar willen helpen. Ondanks dreiging van het plaatselijke mannelijke gezag stampte zij samen met de Nederlandstalige Vrouwenraad in Istalif een huis uit de grond, waar nu dagelijks vrouwen en kinderen van uren in de omtrek les, informatie en gezondheidszorgen krijgen. Geweren in aanslag, waar ook ter wereld, zijn voor haar geen barrière om haar doel te bereiken : vrouwen uit de ellende en onderdrukking helpen. De boodschapster werd ook de helpster, de voorvechtster, de vrijwilligster die zelf de handen uit de mouwen steekt. Jennie werd de hoop van vele mensen." "Ik heb Jennie voor het eerst ontmoet op persreis in Brighton, toen ze nog journaliste was, maar ik heb haar pas echt leren kennen tijdens de voorbereiding van een reis naar Afghanistan met Lieve Blancquaert. We wilden toen portretten maken van de vrouwen onder de boerka, wat een hachelijke onderneming was. "Doe dat niet, dat is voor oorlogsjournalisten", zei iedereen. Jennie is niet alleen de vrouw die me toen over de streep trok, maar ons ook op weg hielp door de nodige contacten te leggen en veiligheidsvoorzieningen te treffen. Zo heeft ze ons in contact gebracht met Manila, een Afghaanse vrouw die als vluchtelinge in Rennes was beland en later onze gids en tolk werd. Mensen die met de goede zaak bezig zijn, met welke goede bedoeningen ook, willen vaak zelf mee in de kijker lopen. Jennie heeft dat helemaal niet. Ze heeft nog nooit haar plaats opgeëist, en juist daarom krijgt ze zoveel voor elkaar. Zo had Manila aanvankelijk helemaal geen zin in onze reis, maar Jennie overtuigde haar op een manier die ik nooit zal vergeten. Heel innemend en onweerstaanbaar, zonder ooit dwingend te worden. Je zou het haast voor haar doen. Temeer omdat haar persoonlijke belangen nooit een rol spelen. De enige reden waarom ze zoveel moeite deed, was haar oprechte zorg om die Afghaanse vrouwen. Ik ken haast niemand die zo onbaatzuchtig haar kennis en contacten ten dienste stelt van anderen, en dat blijf ik oprecht bewonderen. Ook in Afghanistan zelf heb ik een paar dagen met Jennie doorgebracht, en toen ontdekte ik nog een van haar kwaliteiten. Het was erg moeilijk om daar dingen geregeld te krijgen, het was een complete chaos, en bij momenten vielen er zelfs harde woorden tussen alle betrokkenen. Jennie was op dat moment de perfecte bemiddelaar. Ze is iemand die door alle partijen aanvaard kan worden en erin slaagt om conflicten te bedaren. Ze is het prototype van de sociale bemiddelaar."Tekst Guinevere Claeys / Foto Charlie De Keersmaecker"Met oprechte liefde en respect voor mannen, maar het zijn wel vooral de vrouwen die na tegenslagen en oorlog het hoofd weer rechten.""Het enige wat ik hoop te bereiken, is dat die vrouwen kritische persoonlijkheden worden met een kogelvrije dosis zelfrespect.""Ze gaat niet uit de weg voor mannelijke heersers die vrouwen met de grootste minachting behandelen.""Geweren in aanslag, waar ook ter wereld, zijn voor haar geen barrière om haar doel te bereiken.""Ik ken haast niemand die zo onbaatzuchtig haar kennis en contacten ten dienste stelt van anderen."