Evelien Van Herck / Foto's Sven Everaert
...

Evelien Van Herck / Foto's Sven EveraertHet is een drukke, kosmopolitische stad met een stevige reputatie op het gebied van corruptie en criminaliteit. De scherpste kantjes zijn er intussen wel af. Het bijzondere karakter van de stad zit in haar tegenstellingen: exotische charme, drukke gezelligheid, jeu de boule-spelers en een ongedwongen levensstijl gaan hand in hand met meedogenloos verkeer, armoede en lawaai. Smalle, kronkelende straatjes, stille pleintjes en schitterende 18de-eeuwse gevels contrasteren met de rumoerige boulevard Canebière en de Cité Radieuse van Le Corbusier. Die eerste Unité d'Habitation kreeg in het begin de bijnaam het gebouw van de mafkees, zo vernieuwend waren de ideeën van Le Corbusier, een van de meesters van het modernisme. Ook nu nog wekken de gewaagde constructies verbazing. Het ontwerp van deze wooneenheid ontstond uit het idee een gebouw te creëren waarin mensen in een gemeenschap konden samenleven. Het Toscaanse kartuizerklooster Ema in Galluzzo had op Le Corbusier een zeer sterke indruk gemaakt. Het samengaan van kolossale ruimten en individuele leefcellen in één wooncomplex stond model voor zijn theorie over architectuur en planning. Hij was tevens van mening dat de bruutheid en onmenselijkheid van de steden bestreden moest worden. Naar het voorbeeld van de kloostergemeenschap concipieerde hij in Marseille een wooneenheid waarin voor elk gezin een zogenaamde 'cel' was gereserveerd, naast tal van gemeenschappelijke diensten, zoals winkels, scholen en recreatielokalen. De Cité Radieuse vormt een dorp op zich. Alle kenmerken van het buurtleven zijn er verenigd. Het was tevens een sociale condensator, zoals de in de jaren twintig gebouwde communale woonblokken dat pretendeerden te zijn in de Sovjet-Unie.Het gebouw is een synthese van al de invloeden die Le Corbusier in zijn vooroorlogse periode heeft ondergaan en luidde een nieuwe fase in van zijn ontwikkeling. De Unité d'Habitation is een breed aangelegd betoncomplex, volgens de architect een reusachtig flessenrek, waar de woningen als laden in geschoven zijn. In het twaalf verdiepingen tellende gebouw zijn 1800 inwoners gehuisvest in 23 types duplexappartementen van verschillende omvang. De 337 appartementen, opgestapeld in het betonnen frame - inderdaad zoals flessen in een rek - zijn opgevat als individuele villa's. Elke villa heeft een woonkamer met dubbele hoogte die op de omgeving uitkijkt.Door een ingenieuze ordening van de 23 woningtypes ontstaat een ritmisch patroon op de façade. De diepliggende balkons, die her en der door een zonwering afgeschermd worden, krijgen samenhang door horizontale banden van beton. De verticale torens langs het gebouw bevatten de liften, de trappen en de dienstruimten. De kern van de eenheid wordt gevormd door twee winkelgalerijen op de zevende en achtste verdieping, waar ook het restaurant en het hotel onderdak hebben gekregen. Ook de gemeenschappelijke diensten op het platte dak behoren tot de openbare ruimte. Van de luchtverversingstoren, die boven het dak uitsteekt, maakte Le Corbusier een sculpturaal betonnen object.De Cité Radieuse is schatplichtig aan brutalistische bouwmethoden, die zo kenmerkend zijn voor Le Corbusier. Dat komt bijzonder tot uiting in het feit dat de dragende megastructuur uit beton bestaat, gegoten in ruwhouten bekistingen. Het gebouw wordt door plastisch gemodelleerde en robuuste 'poten' van de grond getild. Die pylonen zijn exact in overeenstemming met Le Corbusiers Modulor-systeem geproportioneerd, een harmonische maat van de menselijke schaal, universeel toepasbaar op architectuur. De Unité d'Habitation is geconstrueerd op 15 maten van de Modulor. Het immense gebouw, 140 meter lang en 70 meter breed, blijkt van boven tot beneden, zowel buiten als binnen berekend te zijn volgens het menselijke lichaam.Het uiterlijk met zijn onbewerkt bruut beton, het gebruik van krachtige kleuren, de beschermingen tegen de zon en een plastische, monumentale stijl zijn dan weer typerend voor zijn latere werk.