Gianni Versace was in zekere zin een Johnny (en Donatella zijn Marina : broer en zus in de ban van clichés en klatergoud). Maar hij was geen loser. Hij was een succesvol zakenman, een begenadigd ontwerper die aan blingbling avant la lettre deed. Een ware held zelfs - het onwaarschijnlijke idool van Russische blondines, prinses Diana, huisvrouwen in Kortrijk en hun kappers, die hem vereerden. Zijn stijl, als ontwerper en individu, was schaamteloos opulent, gesublimeerd vulgair. Het equivalent van een tot bordeel omgevormd landhuis ("Ik kleed hoeren", zou hij ooit Giorgio Armani hebben toegefluisterd). En het tegendeel van grunge, het door houthakkershemden en vettig haar gedomineerde popcultureel fenomeen dat ongeveer terzelfder tijd wereldwijd de jeugd verleidde. Hij hield van pastel, van glamour, van Miami en de jetset, van Griekse ruïnes en seks. Gianni rook niet naar Teen Spirit, maar naar L'Homme Versace, in de bijbehorende reclamecampagne aangeprezen als een invito al narcismo.
...