In een hoek van de loft van Rudy en Yannick Stevens staat een grote verhuiskist. Symbool van hun mobiliteit; de laatste negen jaren zijn ze vijf maal verhuisd. Niet zozeer uit rusteloosheid. Rudy is bouwpromotor; met zijn bedrijf Condominium ontwikkelt hij bouwprojecten in Antwerpen. In samenwerking met verscheidene architecten bouwt hij lofts, voornamelijk in voormalige bedrijfsruimten, oude fabrieken, magazijnen en stapelhuizen. Gebruik makend van de unieke kansen die dit bood, verhuisde hij met zijn gezin regelmatig van de ene loft naar de andere.
...

In een hoek van de loft van Rudy en Yannick Stevens staat een grote verhuiskist. Symbool van hun mobiliteit; de laatste negen jaren zijn ze vijf maal verhuisd. Niet zozeer uit rusteloosheid. Rudy is bouwpromotor; met zijn bedrijf Condominium ontwikkelt hij bouwprojecten in Antwerpen. In samenwerking met verscheidene architecten bouwt hij lofts, voornamelijk in voormalige bedrijfsruimten, oude fabrieken, magazijnen en stapelhuizen. Gebruik makend van de unieke kansen die dit bood, verhuisde hij met zijn gezin regelmatig van de ene loft naar de andere. Het bestand van de door Condominium gerealiseerde projecten is zo groot dat dit jaar onder de titel Lofts of Antwerp een fotoboek van Rudy Stevens verschijnt. In eigen beheer ontwikkeld en uitgegeven, geeft het aan de hand van vijftig lofts een inzicht in de mogelijkheden van het leven in een loft. Een schitterend naslagwerk. Door de naoorlogse havengroei noordwaarts verloren vele Antwerpse pakhuizen in het oude havengebied hun eigenlijke functie. Tegenwoordig beleven ze een tweede jeugd en worden ze omgebouwd tot lofts, een fenomeen dat overgewaaid kwam uit New York. Op deze wijze ontstaat een alternatieve manier van wonen; grote, open ruimten die naar eigen wens ingedeeld kunnen worden. Met een aangepaste verwarming, nieuw sanitair en elektrische installaties en vooral de bereidheid om open te wonen, laat dit historisch erfgoed zich gewillig omtoveren. Soms herinneren kolommen, fabrieksramen of ruwe materialen nog aan het rijke industriële verleden. Door de grote voorraad gebouwen biedt de stad zelf veel mogelijkheden en kun je eigenlijk ook spreken van een trend in de Antwerpse stadsrenovatie. Verkommerde buurten zoals het Zuid, het Eilandje of de omgeving van het Hessenhuis herleven op deze manier. "Natuurlijk zaten we dicht bij het vuur, dat was makkelijk. Maar wat ons voornamelijk aantrok, was dat we elke keer onze ruimte konden ontwerpen en indelen", vervolgt Yannick. "Eigenlijk begin je steeds met niets, dat was het boeiende eraan. En bij elk nieuw bouwproject dat zich aandiende, was de locatie weer unieker of ruimer qua mogelijkheden. In de loop der jaren leer je meer grip te krijgen op een ruimte. Wat je op de vorige plek verkeerd hebt ingeschat en wat problemen gaf, kun je nu eenvoudig oplossen. Oefening baart kunst."De historiek van deze fabrieksruimte gaat terug tot het begin van deze eeuw. Het was vroeger een puddingpoederfabriek. "Rond 1900 had Bonma Colijn op de Paardenmarkt in Antwerpen een kleine kruidenierszaak", vertelt Rudy Stevens. "Van daaruit verkocht ze haar eigen overheerlijke puddingrecept, een familierecept dat in de wijde omtrek bekend was. Jaren later hebben haar kinderen het op grotere schaal ontwikkeld, met de fabriek als resultaat. Op deze verdieping zie je de oude schoorsteenpijp nog van de oven die gebruikt werd bij het bereidingsproces. We hebben daarmee onze open haard gemaakt. Nadat de fabriek dicht was, is dit pand ook nog een postkantoor geweest. Uit die periode hebben we de kantoorklok nog. Hij hangt nu midden in de ruimte en is een blijvende herinnering aan die tijd." Nadat alle elementen uit vorige levens verdwenen waren, bleef er één grote, open ruimte over. De kolommen gaven als enige elementen structuur aan het geheel. De ruimte had ook drie opvallende raampartijen, één ervan kijkt uit op de binnenkoer van het vier verdiepingen tellend complex en uit de ramen van de woonkamer heb je dan weer een weids uitzicht op de stad. Omdat het daglicht aan drie van de vier kanten binnenkan, is er op elk moment van de dag zon in huis. De drie vensters hebben dan ook drie verschillende functies gekregen. Langs het grote raam is de zitgroep geplaatst, en daarvan iets afgescheiden de tv-hoek. Bij de binnenkoer is er ruimte voor het poolbiljart, samen met motoren de andere grote passie van Rudy. En bij het derde raam werd de ruime keuken geplaatst met in het verlengde een grote, antieke eettafel. "Wat we van onze laatste loft geleerd hebben, is dat je in een grote ruimte toch plekken moet afbakenen", zegt Rudy Stevens. "Anders glipt de ruimte als het ware naar alle kanten weg en houdt niets verband met elkaar. De keuken en het eetgedeelte hebben we op een verhoging geplaatst, zodat die alvast één geheel vormen. Tussen de zitgroep en de tv-hoek hebben we een verplaatsbare tafel op wieltjes gezet, zo'n afscherming zorgt voor meer intimiteit. We wilden absoluut planten zetten, maar vonden niet meteen de geschikte plaats en de planten die we zagen, waren stuk voor stuk te klein. Maar als je meerdere planten op één tafel plaatst, krijg je een soort "architectonisch" element. Een loft vraagt om grote gebaren en uitspraken. Kleine elementen kunnen deze ruimte niet vullen. Je kunt vele kleintjes plaatsen, maar daarmee prop je het geheel vaak weer vol." Aan zijn gedrevenheid te zien, is architectuur zijn vierde grote passie. "Als jongen wilde ik al architectuur studeren, maar uiteindelijk ben ik in de projectontwikkeling beland. Nee, dat gaat bij mij niet gepaard met spijt of het gevoel een 'miskend talent' te zijn, het leven had gewoon iets anders met me voor. En toch biedt dit huis alle ruimte om met die passie bezig te zijn. Onze vorige loft was naar ons gevoel perfect ingericht. Daar hing meer een American country-sfeer. Hier zijn we soberder en minimaler te werk gegaan. We hebben minder gekozen voor romantische kleuren, maar meer voor naturel en grijstinten. De slaapkamer moest een Long Island-sfeer krijgen, dat wisten we al langer: met mahoniehout, louvredeuren en enkele maritieme details. Langzamerhand moet hier ook een thuisgevoel groeien. Dat hadden onze vorige lofts ook heel duidelijk. Telkens als ik van kantoor kwam, voelde ik me er echt thuis, op mijn gemak. Die huiselijke sfeer vind ik vooral voor de kinderen belangrijk, dat wil ik hen graag meegeven." Die huiselijke sfeer blijft niet bij een vaag gevoel, want Rudy heeft een bevriend fotograaf de opdracht gegeven het gezin gedurende één dag op de foto vast te leggen, van het ontbijt tot het slapengaan. Dat moet de komende jaren ook resulteren in een prachtig fotoboek. Het artistieke product van wat wellicht Rudy's vijfde passie genoemd kan worden: zijn gezin.Marc Heldens / Foto's Guy Obijn