Embleem van de haute couture, glanspapieren incarnatie van de naoorlogse Parisienne, het meest gefotografeerde gezicht van Frankrijk : Bettina Graziani is modegeschiedenis. En ze blijft op haar negenentachtigste nog tot de verbeelding spreken. Azzedine Alaïa, een onafscheidelijke vriend (zoals dat dan heet), toont op dit moment in zijn galerie in Parijs de greatest hits van Bettina, gefotografeerd door grote namen als Irving Penn, Erwin Blumenfeld en Louise Dahl-Wolfe.
...

Embleem van de haute couture, glanspapieren incarnatie van de naoorlogse Parisienne, het meest gefotografeerde gezicht van Frankrijk : Bettina Graziani is modegeschiedenis. En ze blijft op haar negenentachtigste nog tot de verbeelding spreken. Azzedine Alaïa, een onafscheidelijke vriend (zoals dat dan heet), toont op dit moment in zijn galerie in Parijs de greatest hits van Bettina, gefotografeerd door grote namen als Irving Penn, Erwin Blumenfeld en Louise Dahl-Wolfe. Ze heeft zichzelf uitgevonden, op de wijze van een Madonna of een Lady Gaga. In feite heet ze Simone, Simone Micheline Bodin. Ze groeit op in de buurt van Rouen, in Elbeuf, met haar drie jaar oudere zus, Catherine, en hun moeder, lerares in een lagere school. Ze is veertien als de Tweede Wereldoorlog uitbreekt. Met Catherine vlucht ze noordwaarts, naar Angers, waar hun grootmoeder woont. Die komt om bij een bombardement, waarna de zusjes eerst naar Agen trekken, en vervolgens terug in Elbeuf belanden. Het zijn, vanzelfsprekend, moeilijke en gevaarlijke jaren. Maar Simone leert dat ze nergens bang voor is. Ze is twintig als Frankrijk bevrijd wordt, en het echte leven voor haar kan beginnen. Nadat ze in een verfilming uit 1938 van La mort du cygne (ballet naar Carnaval des Animaux van Saint-Saëns) haar leeftijdgenote Janine Charrat ziet dansen, is ze vastberaden. Ze zal danseres worden. Simone knutselt zelf een paar balletgympen in elkaar en oefent samen met een vriendin. Na enkele maanden geven de meisjes een voorstelling op een benefietavond. Ze wordt er opgemerkt door een Amerikaanse danseres, die haar onder haar vleugels neemt, haar een paar echte ballerina's geeft, en danslessen. Simone leert de beginselen, en het belang, van pose. Ze is achttien, Parijs lonkt. Haar zus woont er al, en wanneer Catherine naar huis komt, ziet ze eruit als een echte Parisienne. Simone is gefascineerd door de jurken en mantelpakjes, de collants en pumps van zuslief. Ze besluit om zelf ook in Parijs haar geluk te gaan zoeken, en dan liefst als mode-illustratrice (ze schildert sinds haar twaalfde). Ze vindt werk en logies als kinderoppas en versiert zonder dralen een afspraak bij Jacques Costet, een couturier die kort daarvoor zijn eerste salon heeft geopend. Costet is amper geïnteresseerd in haar tekeningen. Hij heeft een beter idee. Hij laat Simone een groenfluwelen jurk aantrekken. Als ze uit de paskamer komt, zit het voltallige huis te wachten op haar verschijning. Costet biedt haar een job aan als huismodel. Zelf spreekt ze in interviews van een evidentie. "Ik was heel duidelijk gemaakt om mannequin te worden." Ze begint diezelfde namiddag, op 1 juni 1945. Nadat ze de andere meisjes goed heeft geobserveerd, zet ze 's anderendaags haar eerste stappen als model. Ze heeft ros haar (die groenfluwelen jurk was ook een evidentie), sproeten op haar bolle kaken, blauwe ogen. Ze is jong en fris, vol gratie. Haar carrière als model duurt twaalf jaar. Ze leert al doende. Ze deelt een klein appartement met een andere mannequin, gaat daarna alleen wonen. Ze verdient weinig, maar ze gelooft in de toekomst, en de toekomst lacht haar toe. Ze doet haar eerste fotosessies, met Frères Séeberger, een dynastie van fotografen, sinds 1909 actief in de mode, met name voor het tijdschrift La mode pratique. En dan ontmoet ze Benno Graziani, journalist en fotograaf bij Paris Match. Ze geeft alles op voor de liefde, brengt een jaar door met Graziani in Juan-les-Pins. Het koppel trouwt, maar het huwelijk houdt slechts kort stand. In december 1946 keert Simone, nu Graziani, terug naar Parijs, op zoek naar werk. Ze solliciteert bij Lucien Lelong, op dat moment een van de belangrijkste couturiers. Voor ze op gesprek mag, loopt ze in de gang Christian Dior tegen het lijf. "Als Lelong u niet neemt", zou hij gezegd hebben, "dan ik wel." Dior begon even later zijn eigen couturehuis (Graziani zou later nooit echt een fan worden van Diors al te burgerlijke mode). Lelong neemt haar in dienst, maar de mannequin verveelt zich. Enkele maanden later maakt ze de overstap naar Jacques Fath. Die heeft al een Simone op zijn loonlijst, en herdoopt haar Bettina, omdat ze er volgens hem nu eenmaal uitziet als een Bettina. De meisjes van Fath, met namen als Doudou, Louise of Tulipe, zijn de mooiste van Parijs. Bettina leert er haar beste vriendin kennen, Sophie, later getrouwd met regisseur Anatole Litvak. Bettina is in zekere zin de Kate Moss van het moment. Ze is kleiner dan de andere meisjes, 1m66. Ze is absoluut elegant, maar minder stijf dan de mannequins van die generatie, in het bijzonder de Amerikaanse meisjes. In de bladen incarneert ze de typische Parisienne (een sigaret tussen haar met Rouge Baiser gekleurde lippen). Ze wordt, heel snel, de muze van Fath. Ze stuurt hem in een richting die dichter aanleunt bij wat de meisjes in de straten dragen. De couturier maakt van Bettina een ster. Hij laat haar poseren voor tijdschriften, wat in die periode ongewoon is (de meeste meisjes werkten voltijds voor het couturehuis waar ze op de loonlijst stonden), ook in outfits van andere merken. Hélène Lazareff, de stichter van Elle, geeft haar haar eerste cover, gefotografeerd door Jean Chevalier, artistiek directeur van het weekblad. Lazareff, de Anna Wintour van haar tijd, neemt Bettina onder de arm. Ze wordt voortdurend opgevoerd in Elle, en is een graag geziene gast op de lunch die de Lazareffs elke zondag thuis organiseren voor allerlei schoon volk. Ze poseert voor Vogue, voor L'Officiel de la Mode, voor L'Album du Figaro, en voor Paris Match, dat haar "la Française la plus photographiée de France" noemt. Match volgt haar bij de kapper, het Amerikaanse Life brengt een reportage bij haar thuis, in het gezelschap van haar Siamese kat. Ze werkt, zoals gezegd, met zowat alle belangrijke modefotografen, Irving Penn, Erwin Blumenfeld, Norman Parkinson, Gordon Parks, Horst, en zelfs Henri Cartier-Bresson, die heel erg neerkijkt op modefotografie (hij fotografeert haar terwijl ze haar honden uitlaat). "Ik heb met duizelingwekkend veel fotografen gewerkt", zegt ze in een recent interview met de krant Libération (ons eigen interview werd op het laatste moment uitgesteld, Bettina is nog wel jong van geest, en ze ziet er fantastisch uit, maar is snel moe). "De fototoestellen gingen van klak, klak. Enfin, dat hing er van af. Henri Cartier-Bresson was stiller, bij hem ging het meer van tchic, tchic. Irving Penn, die was veeleisend, veeleisend. Van zodra we de geschikte pose hadden gevonden, en dat was niet altijd de meest comfortabele, mocht je niet meer bewegen." Penn brengt haar in 1950 voor het eerst naar New York. Ze tekent er een contract met het modellenbureau van Eileen Ford. Er zijn liefdesrelaties met de uitgever Guy Schoeller (die later kortstondig met Françoise Sagan in het huwelijk zou treden en een boek zou schrijven over Bettina), en met de Amerikaanse auteur en scenarist Peter Viertel (die op de set van The Sun Also Rises in Biarritz de surfplank in Frankrijk introduceerde, en later zou trouwen met actrice Deborah Kerr). In 1952 werkt ze niet langer voor Jacques Fath. Ze gaat aan de slag bij Hubert de Givenchy en helpt hem bij de opstart van zijn couturehuis. Als model en (alweer) muze, maar ook als persverantwoordelijke. Het is misschien haar grootste professionele avontuur. Ze loopt mee in de eerste show van Givenchy, naast Suzy Parker en Sophie Litvak. Givenchy noemt een blouse naar haar (de Bettina wordt een veel gekopieerde klassieker en inspireert later ook de flacon van een parfum van Givenchy, Amarige). Wanneer ze haar baas helpt met het opzetten van een groot bal in het Waldorf Astoriahotel in New York, stelt nieuwslegende Edward R. Murrow haar voor om bij de Amerikaanse televisie te komen werken. Een filmproducer zwaait met een Hollywoodcontract. Ze zegt neen, maar brengt tijdens haar relatie met Viertel wel vaak tijd door in Los Angeles - ze ontmoet er onder anderen Greta Garbo (de beste vriendin van Viertels moeder), Elizabeth Taylor, Gary Cooper, Charlie Chaplin. In 1955 is ze op het hoogtepunt van haar carrière, rijk (ze verdient tot zevenduizend Franse frank per uur, een recordbedrag in die tijd), en beroemd (er wordt een roos naar haar genoemd). 1955 is in feite ook haar laatste jaar als model. Ze verlaat Viertel voor prins Ali Khan, een notoire rokkenjager die ze in 1948 al eens had ontmoet, in de couturesalons van Jacques Fath. Haar afscheid is abrupt. Ze geeft alles op voor haar nieuwe man. Vijf jaar later, op 12 mei 1960, verliest ze hem in een auto-ongeluk op de boulevard Henri Sellier in de Parijse voorstad Suresnes. Ze is zwanger, en verliest ook de baby. De volgende vijftig jaar maakt ze nog regelmatig verschijningen in de mode. In 1969 inspireert ze een volledige collectie voor Coco Chanel. Drie jaar later laat Vogue een artikel over haar schrijven door Françoise Sagan, L'éminence rousse ("Ze leeft sinds twintig jaar in het kannibalistische milieu dat de naam draagt van jet Society, vroeger de demi-monde, en ze bewaart er haar vrijheid, wat volgens mij een krachttoer is. (...). Bettina is een rots, in de solide betekenis van het woord, maar niet hard. Ze is geliefd geweest, heeft liefgehad, ze zal liefhebben en geliefd worden, en ze zal blijven schaterlachen vanachter haar franje." Ze werkt op de persdsienst van Valentino, op het couturedepartement van Ungaro. Uiteindelijk acteert ze toch nog in twee films, al zijn het geen blockbusters. Ze poseert nu en dan nog eens, voor Pierre et Gilles (als heilige), voor Mario Testino. En ze is nog één keer een soort muze, van Azzedine Alaïa, die ze van bij het begin steunt. Ze draagt bijna altijd zijn kleren voor publieke verschijningen (soms gecombineerd met leggings, en Adidas). Hij beheert haar fotoarchief. De mode is gefascineerd door jeugd, door verandering. Maar de sector is tegelijk bijzonder conservatief, bang voor verandering. De front rows van de grote shows zijn gevuld met seniors, van Menkes tot, stilaan, Wintour. Giorgio Armani is tachtig, Karl Lagerfeld eenentachtig, Pierre Cardin zelfs tweeënnegentig. Bettina Graziani is, meer dan vijftig jaar na haar glorieperiode, een meisjesachtige negenentachtig. Zoals op de recente vernissage bij Alaïa, in haar rode avondjurk van Alaïa, omringd door ontwerpers (Lacroix, Kenzo, en natuurlijk Alaïa), fotografen (Patrick Demarchelier, Paolo Roversi) en filmsterren (Anouk Aimée). Een modeplaatje, voor immer en eeuwig. Expo Bettina, met foto's van onder anderen Erwin Blumenfeld, Henri Cartier-Bresson, Louise Dahl-Wolfe, Robert Doisneau en Irving Penn. Tot 11 januari 2015, Galerie Azzedine Alaïa, 18 rue de la Verrerie, Parijs. DOOR JESSE BROUNSBettina was in zekere zin de Kate Moss van haar generatie. Absoluut elegant, maar minder stijf dan de andere mannequins Bettina is de meest gefotografeerde Française. Ze werkte met alle belangrijke fotografen, van Irving Penn tot Cartier-Bresson