Zijn uitgesproken persoonlijkheid, zijn gedrevenheid en zijn drang om te experimenteren leverden Christophe Laudamiel in de parfumerie de reputatie van enfant terrible op. Al heeft de vriendelijke jonge Fransman op het eerste gezicht weinig van een woeste rebel. Maar als hij begint te praten over het gebrek aan uitdaging in de industrie en over de educatieve projecten die hij opstart in Amerikaanse basisscholen, gaan zijn ogen glinsteren en rijst zijn stem. Om zijn eigen ding te kunnen doen, begon hij twee jaar geleden zijn eigen bedrijfje en werkt hij afwisselend in New York en Berlijn.
...

Zijn uitgesproken persoonlijkheid, zijn gedrevenheid en zijn drang om te experimenteren leverden Christophe Laudamiel in de parfumerie de reputatie van enfant terrible op. Al heeft de vriendelijke jonge Fransman op het eerste gezicht weinig van een woeste rebel. Maar als hij begint te praten over het gebrek aan uitdaging in de industrie en over de educatieve projecten die hij opstart in Amerikaanse basisscholen, gaan zijn ogen glinsteren en rijst zijn stem. Om zijn eigen ding te kunnen doen, begon hij twee jaar geleden zijn eigen bedrijfje en werkt hij afwisselend in New York en Berlijn. Christophe Laudamiel : Ik wilde in Europa een uitvalsbasis, want het is soms lastig reizen met al die flesjes en toestellen. Naar Parijs wou ik niet, in New York zit ik al tussen collega's uit de industrie. Ik wilde een plek om op mezelf te zijn, omringd door mensen en dingen uit een andere wereld. Om te innoveren moet je je kunnen afzonderen. Om een 'vrij elektron' te zijn, om de dingen anders aan te pakken dan in een groot bedrijf. Bovendien is Berlijn een bruisende stad en nog betaalbaar. Het is belangrijk een beroep te kunnen doen op wetenschap en techniek. Louter op gevoel kun je misschien wel een goed parfum maken, maar geen vernieuwende toepassingen. In de parfumerie gebeurt weinig op dat gebied. Ik ben zelf wetenschapper en praat graag met ingenieurs. Dat helpt om problemen te begrijpen en ze op te lossen. Vorig jaar heb ik voor het Guggenheimmuseum een 'geuropera' georganiseerd. De geuren moesten precies op hetzelfde moment door veel mensen worden waargenomen, zodat iedereen dezelfde ervaring kreeg. Die techniek bestond nog niet, we moesten ze zelf ontwikkelen. Het is in de eerste plaats een kunst, omdat het een visie op de wereld uitdrukt, concreet of abstract. Je creëert emoties via materialen. Maar je hebt wetenschap en techniek nodig om die kunst uit te drukken. Muziek heeft bijvoorbeeld een synthesizer of een elektrische gitaar nodig. Hoe meer de wetenschap vooruitgaat, hoe meer middelen je krijgt om je uit te drukken. In muziek weet je welke noten en instrumenten gebruikt worden. Iedereen weet dat daar een hele industrie achter zit, maar de muziek blijft fantastisch. Het bekendmaken van een formule neemt niets weg van het mysterie, dat zit in de manier waarop ingrediënten gecombineerd worden. Maar zo zouden mensen toch iets bijleren over parfums. Nu lezen ze alleen over mandarijntjes en rozen, en er is zo veel meer. Er moet wel eerst een wettelijk kader komen rond auteursrechten. Dat bestaat nu nauwelijks. Ja. Daar zet ik me vrijwillig en onbetaald voor in. Als parfumeur bots je snel op de onwetendheid van het grote publiek. Je kunt dat de mensen niet kwalijk nemen, ze leren er niets over op school. Maar net door die onwetendheid kunnen bepaalde dingen gebeuren of, vooral, niet gebeuren. Daarom neem ik initiatieven om mensen te onderwijzen over parfum en geuren. Ik geef veel lezingen. Vorig jaar heb ik met de Fragrance Foundation een project gelanceerd dat liep in vijfduizend Amerikaanse basisscholen. De kinderen kregen zestien geurstickers die ze op de juiste tekeningen moesten plakken. Er was ook een wereldkaart met de routes van grote wereldreizigers als Vasco da Gama. Voor elk continent had ik een geur : bergamot voor Europa, chocolade en cacao voor Amerika, voor Antarctica een abstracte geur die een koude sfeer oproept... Zo maakte ik de kinderen duidelijk dat er meer is dan fruit of bloemen. Leren over geuren is net zo belangrijk als tekenen en muziek. Dat draagt bij tot hun algemene kennis. Op zich is het ook interessant voor de parfumindustrie en de parfumeurs. Hoe meer mensen weten, hoe beter ze kunnen kiezen voor vernieuwende zaken en kwaliteit. Ja. Dit najaar willen we een satelliet van de Osmotheek openen in New York. Het wordt geen plek die je kunt bezoeken, met een archief zoals in Versailles, wel een uitvalsbasis om in Amerika presentaties te geven. De Osmotheek is zeer belangrijk om de geloofwaardigheid van de parfumerie te verhogen. Voor veel mensen zijn parfums gebakken lucht. Omdat ze niet weten wat het vergt om een parfum te maken, welke materialen en technieken er achter zitten. Inderdaad. Er moet iets veranderen. Tot de jaren zeventig was de industrie niet gereglementeerd. Er waren gevaarlijke en vervuilde stoffen die moesten geëlimineerd worden. Maar nu loopt het de spuigaten uit. Roos en lavendel hebben nog nooit iemand gedood ! Toch worden ze in hun pure vorm geweerd. Idem voor eikenmos. Dat heeft nochtans een uniek karakter dat je niet kunt vervangen door synthetische alternatieven. Bovendien doet het een parfum langer houden op de huid. De merken passen alles in stilte aan, maar de mensen merken dat er iets verandert aan hun parfums. Geuren zijn immers gelinkt aan het geheugen. Bovenop de overdreven regelgeving komt nog het beleid van de merken, die angstvallig elk ingrediënt vermijden dat mogelijk problemen zou kunnen geven met de wetgeving. Het is jammer dat sommige parfums die tot het patrimonium behoren zo verwaterd worden. Volgens mij is zeker 95 procent van de parfums die ouder zijn dan vijf jaar al herwerkt. De parfumerie brengt zijn tijd door met herformuleren. Het grote publiek heeft hier geen weet van, zijn mening wordt nooit gevraagd. Een drietal comités neemt beslissingen die nooit mogelijk zouden zijn als het over architectuur, muziek of schilderkunst ging ! Aan een historisch monument mag je niets veranderen, in de parfumerie kan dat wel. De wetgeving is veel strikter dan voor voeding bijvoorbeeld. Bepaalde muziek kan bij bepaalde mensen een epilepsieaanval uitlokken. Die leren daarmee om te gaan en dergelijke situaties te vermijden. Niemand haalt het in zijn hoofd om daarom muziek te weren uit publieke ruimtes. Het probleem is dat mensen geen bal kennen van parfums. Het is niet door een geur te ruiken dat je een allergie of astma oploopt. Geuren zijn gassen, geen partikels als pollen, dieseluitwasemingen of kattenhaar die de longen irriteren. Te sterke concentraties van geuren kunnen wel de luchtwegen irriteren, maar de parfumerie heeft daar zeer strikte tabellen voor, waarden waar je niet boven mag gaan. Je kunt wel een allergische reactie krijgen wanneer je herhaaldelijk parfum op de huid aanbrengt. Dan verander je gewoon van parfum. Je bent nooit allergisch aan alle parfums, alleen aan bepaalde stoffen. Zoals je nooit allergisch bent aan àlle voeding. Dat moet je dan uitzoeken, maar dat is moeilijker met parfums dan met eten. In New York heeft men de neiging om parfum te bannen uit openbare ruimtes. In Europa, vooral in Frankrijk, maken parfums deel uit van de cultuur. Vroeger werkte ik bij Procter & Gamble, waar veel consumentenonderzoek gebeurt. Daar bleek altijd dat Fransen meer weten over geuren en parfums dan andere nationaliteiten. Dat komt grotendeels door hun sterke culinaire cultuur. In het Canadese Halifax wordt zelfs actie gevoerd om parfums te weren uit de stad. Ik vind dat een gebrek aan opvoeding. In publieke ruimtes als de metro en de post is muziek algemeen aanvaard, dan moet je ook accepteren dat er parfum is. In Amerika stinkt het bij de post : er komen veel mensen en de lokalen worden slecht onderhouden. Het is toch leuker als het lekker ruikt ? Dat maakt de mensen beter gezind en het personeel aangenamer. Maar daarover bestaat geen wetenschappelijk onderzoek. Dat is moeilijk. Ik doe zoveel uiteenlopende dingen. Ik maak erg sterke geuren, très signé. Daarom is consumentenonderzoek mijn grootste vijand, het heeft al verschillende van mijn projecten doen afvoeren. Bij Procter staat er veel op het spel : producten als wasmiddelen hebben een marktaandeel van ca. twintig procent. Dan is het belangrijk dat veel mensen het goed vinden. In de luxeparfumerie ben je met een marktaandeel van twee procent al marktleider. Daar zouden nieuwe wegen verkend moeten worden. Maar de markt is plat, neemt al een paar jaar af, en dat heeft niets te maken met de crisis. Zonder de parfums van de Sarah Jessica Parkers, Beckhams en Beyoncés zou ze ineenstuiken. Ironisch dat uitgerekend zij ervoor zorgen dat de parfumerie standhoudt ! Dat moet veranderen. Mensen moeten kunnen kiezen voor kwaliteit, niet voor gimmick. Door Sofie Albrecht"Jammer dat sommige parfums die tot ons patrimonium behoren door de strenge regelgeving zo verwaterd worden." "Voor mij is parfum een kunst. Je creëert emoties via materialen. Maar je hebt wetenschap en techniek nodig om die kunst uit te drukken." "Nu loopt het de spuigaten uit. Roos en lavendel hebben nog nooit iemand gedood ! Toch worden ze in hun pure vorm geweerd."