De jury van de Henry van de Velde Prijzen loofde Tim Oeyen en Sanny Winters uitvoerig voor "hun erg persoonlijke en uitgesproken stijl, met een typografisch karakter, hard kleurenpalet, vlakmatige elementen, een vleugje humor en positieve naïviteit." Het paar krijgt deze week van Design Vlaanderen (voorheen Vizo) de prestigieuze Prijs voor Jong Talent. Hij is 33, zij vier jaar jonger. Ze leerden elkaar kennen, en werden verliefd, tijdens hun opleiding aan Sint-Lucas in Antwerpen, waar ze in dezelfde klas toegepaste grafiek en illustratie studeerden. "In het begin hielden we ons werk angstvallig gescheiden," zegt Tim. "We hadden elk onze eigen opdrachten. Maar we zaten wel voortdurend te praten over de dingen waar we mee bezig waren. Op den duur zagen we ook wel dat we samen, met zijn tweeën, beter waren. Het was ook leuker. Dat we moesten samenwerken was eigenlijk evident, maar we hebben het wel lang ontkend." Hoe verloopt de samenwerking praktisch ? "We zijn een beetje als een tandem. Als de ene stilvalt, kan de andere verder. Ik weet wat Sanny goed kan, en Sanny weet waar ik goed in ben." Ze voegen eraan toe dat ze het liefst op café werken. Daar krabbelen en tekenen ze notitieboekjes vol schetsen. De uitwerking gebeurt op kantoor. Hun werkwijze is behoorlijk ambachtelijk. Ze werken natuurlijk wel met computers, maar : met mate, en vaak slechts in het eindstadium van een project.
...

De jury van de Henry van de Velde Prijzen loofde Tim Oeyen en Sanny Winters uitvoerig voor "hun erg persoonlijke en uitgesproken stijl, met een typografisch karakter, hard kleurenpalet, vlakmatige elementen, een vleugje humor en positieve naïviteit." Het paar krijgt deze week van Design Vlaanderen (voorheen Vizo) de prestigieuze Prijs voor Jong Talent. Hij is 33, zij vier jaar jonger. Ze leerden elkaar kennen, en werden verliefd, tijdens hun opleiding aan Sint-Lucas in Antwerpen, waar ze in dezelfde klas toegepaste grafiek en illustratie studeerden. "In het begin hielden we ons werk angstvallig gescheiden," zegt Tim. "We hadden elk onze eigen opdrachten. Maar we zaten wel voortdurend te praten over de dingen waar we mee bezig waren. Op den duur zagen we ook wel dat we samen, met zijn tweeën, beter waren. Het was ook leuker. Dat we moesten samenwerken was eigenlijk evident, maar we hebben het wel lang ontkend." Hoe verloopt de samenwerking praktisch ? "We zijn een beetje als een tandem. Als de ene stilvalt, kan de andere verder. Ik weet wat Sanny goed kan, en Sanny weet waar ik goed in ben." Ze voegen eraan toe dat ze het liefst op café werken. Daar krabbelen en tekenen ze notitieboekjes vol schetsen. De uitwerking gebeurt op kantoor. Hun werkwijze is behoorlijk ambachtelijk. Ze werken natuurlijk wel met computers, maar : met mate, en vaak slechts in het eindstadium van een project. Toen ze pas afgestudeerd waren, zochten en vonden Sanny en Tim voornamelijk opdrachten in de culturele sector. Ze debuteerden met de vormgeving van vijf themanummers van een literair tijdschrift, Sampel, een project waarvoor ze volledig carte blanche kregen. Ze verzorgden ook de uitgave van een reeks nooit eerder verschenen verhalen van GerardWalschap (resultaat : vijf traditioneel uitgevoerde boekjes met een modern omslag) en stonden aan het roer van een nummer van Kwintessens, het huistijdschrift van de Dienst Vormgeving van het Vizo, dat telkens aan een andere grafisch ontwerper of bureau wordt toevertrouwd. Tijdens het jaar 2000 ontwierp Oeyen & Winters ook het drukwerk voor de galerie van het Vizo: affiches en uitnodigingen. Voor de meubelontwerper Idir Mecibah ontwierpen ze in datzelfde jaar de volledige huisstijl : logo, briefpapier, catalogus, website. Inmiddels was Tim ook bij dit weekblad aan de slag, op de hielen gevolgd door Sanny. "Op een gegeven moment ben ik bij de redactie gaan aankloppen. Eigenlijk zou Sanny gaan, want zij was meer geïnteresseerd in de vormgeving van bladen. Ik wilde liever meer tijd stoppen in ons eigen kantoor." Weekend Knack was aanvankelijk een nevenjob. "Ik kwam één of twee dagen per week. Als het erg druk werd, bijvoorbeeld in de periode van de modespecials, kwam Sanny helpen op de redactie. In 2000 werd ik art-director. Pol Moyaert, toen de hoofdredacteur, stimuleerde ons. Pol begreep waar we mee bezig waren en hij gaf ons de ruimte om ons eigen werk voort te zetten. We zijn heel klein begonnen. Ik heb lesgegeven om wat bij te verdienen, Sanny heeft in een schoenenwinkel gewerkt. Weekend Knack was aanvankelijk ook zo'n extra baan. Ons eigen bureau had voorrang." Toen Oeyen & Winters almaar meer opdrachten kreeg, laste Tim een pauze in. "Het werd te veel, ik moest een keuze maken." Intussen brengt hij opnieuw drie dagen per week door op de redactie. Hoofdredacteur Trui Moerkerke en TessaVermeiren, de directeur, vonden vorig jaar dat Weekend Knack een facelift nodig had. "Ze wilden het blad een nieuwe look geven, met meer tempo en vaart. Het was de bedoeling dat ik vijf nummers zou begeleiden, en dan moest het vanzelf gaan. Maar ik moet toegeven dat ik dit werk heel graag doe, en ik ben gebleven." Tim wil met zijn werk voor Weekend Knack bewijzen dat vormgeving ook inhoudelijk relevant kan zijn. "De vorm is een deel van de inhoud. Foto's moeten iets bijbrengen. Ik krijg soms het verwijt dat ik te veel kleine foto's gebruik, maar het is erg moeilijk om beeld te vinden dat volledig de lading dekt van een verhaal. Er is heel veel gediscussieerd over de reeks InZicht. Daarvoor gebruiken we foto's die mooi zijn én inhoud hebben." Oeyen & Winters heeft intussen ook Knack onder handen genomen. "Dat was een nog grotere uitdaging. De redacties van de twee bladen zijn volledig gescheiden. Knack, dat was minder onze leefwereld. Iedereen heeft ons dat afgeraden. Maar we zijn tevreden met het resultaat. Het werkt." Sindsdien heeft het duo ook communicatiecampagnes, logo's en een huisstijl ontwikkeld voor de beurzen Cocoon, In Wonen (voorheen Casa Europa ; ze bedachten zelf de nieuwe naam) en Art Brussels. Op dit moment werken ze voor het vernieuwde Casino Kursaal van Oostende, een soort work in progress. "Ze hebben ons eerst gevraagd menu's te ontwerpen voor de verschillende restaurants. Daarna wilden ze ook logo's voor die restaurants en daarna konden we ook nog een logo ontwerpen voor het kursaal zelf. Wij hebben die logo's op borden laten drukken ; de interieurarchitect heeft ze gebruikt voor de tapijten. We houden van zo'n wisselwerking, dat andere mensen, zoals in dit geval de interieurarchitect, onze lijn verder trekken." Letters zijn in hun werk erg belangrijk. "Voor ons is een letter een beeld," zegt Tim. Hij verwijst naar hun logo voor de galerie Het Eksternest in Rumbeke, een vroege klant. Dat logo wordt gedomineerd door een omvergevallen E, die verwijst naar het gebouw van architect Huib Hoste waarin het Eksternest gevestigd is. Sanny : "Letters zijn vrij direct. We werken niet voor een select publiek. Ons werk moet snel en gemakkelijk te begrijpen zijn. We werken vaak met een grote blikvanger, waar we dan een kleiner detail aan toevoegen. Daar moet de kijker dan iets langer over nadenken." "Hun globale aanpak," redeneerde de jury van de Henry van de Velde Prijs, "is er één van opvallen, aantrekking, toegankelijkheid, kortom : directe communicatie, voor hen een must voor een goed grafisch vormgegeven product. Het totaalbeeld dient als blikvanger, de details zijn er voor de meer aandachtige toeschouwer." Zo'n detail is niet essentieel, maar heeft wel een toegevoegde waarde. Sanny citeert als voorbeeld een glastentoonstelling in Rumbeke waarvoor zij de aankleding verzorgden. "We hebben drie enorme letters op de muren aangebracht, een O, een X en een O. Vanuit een bepaald punt in de ruimte kon je die drie letters lezen als OXO ; dat was een lettergrapje. Bij de X stond, heel klein, het zinnetje kruispunt van gedachten : die plek, een galerie, was zo'n ruimte." In een ander project legden ze een O half in het water, een verwijzing naar het Franse eau. In sommige gevallen laten ze ook kleuren spreken. In een folder voor de Antwerpse stadsmusea zijn de openluchtmusea vergezeld van blauw. Een in groen, blauw en zwart gedompelde affiche voor het Eksternest werd geïnspireerd door de ligging van de villa op een heuvel. Tim : "De eigenaars zagen onmiddellijk die verwijzing. Iemand anders ziet dat waarschijnlijk niet. En dat is ook niet nodig." Samengevat : "We piekeren ons suf. Soms hoeft dat niet echt." Ze ontwerpen nooit zelf letters. Ze gebruiken liever legendarische, eerder klassieke lettertypes : Helvetica, Times New Roman, Garamond, Gill sans MT, Bauer Bodoni. "Die letters zijn zo beroemd," zegt Tim, "dat het voor ons een uitdaging is om er iets interessants mee te doen." "Maar ook," zegt Sanny, "omdat je er zelf nog iets mee kunt doen. Een heel bijzondere of trendy letter staat op zich. Het is minder leuk om ermee te werken." Door die zuivere, tot de essentie gereduceerde letters oogt hun werk soms minimalistisch. "Dat woord klinkt zo saai," vindt Tim, "maar te veel franjes zijn voor ons inderdaad niet nodig. We houden enorm van de boekomslagen van Dick Bruna. Wij zijn op een verwante manier positief naïef. Soms lijkt het allemaal simpel, maar je moet er natuurlijk wel op komen." Naar wie kijken ze op ? Ze noemen onmiddellijk Dick Bruna, de geestelijke vader van Nijntje. Ze houden ook van Paul Rand, de Amerikaanse vormgoeroe, ontwerper van onder meer een lange reeks mythische logo's, waaronder IBM, UPS en ABC. Rand werkte soms samen met zijn vrouw, bijvoorbeeld aan een reeks prachtige kinderboeken. En dan is er nog, dichter bij huis, Anne Kurris, van wie ze nog les hebben gehad. Kurris, die nu een eigen kinderkledingmerk heeft, was onder meer vormgeefster voor Dries Van Noten en Walter Van Beirendonck. "Zij heeft veel invloed gehad, en niet alleen op ons." n Tekst Jesse BrounsDe jury : "Hun aanpak is er één van opvallen, aantrekking, toegankelijkheid, kortom : directe communicatie."