Piet Swimberghe / Foto's Diane Hendrikx
...

Piet Swimberghe / Foto's Diane HendrikxHet tegendeel is waar. Wat er ons rest aan muurschilderingen uit Pompeji of aan fresco's in middeleeuwse kerken is allemaal geborsteld in natuurverf. Monumentenzorgers weten goed dat uitgerekend synthetische verven een minder lang leven beschoren zijn en niet zo kleurvast blijken. De interesse voor de nieuwe mengsels wordt dus niet alleen gedragen door milieuzorg."De belangstelling kwam duidelijk niet uit het milieu van de huisschilders, ook nu nog werken zij het liefst met industriële, synthetische verven. Die hebben inderdaad hun kwaliteiten, maar ze gedragen zich anders, vooral esthetisch kunnen ze de vergelijking niet doorstaan", aldus Dimitri Taeymans. Hij leidt al jaren het Antwerpse decoratiebedrijf dat door zijn grootvader werd gesticht. Volgens hem waren het precies de antiquairs en decorateurs die als eersten zochten naar traditioneel bereide olie-, kalk- en caseïneverven. De huis- en decoratieverven worden ingedeeld op basis van de vloeistof waarmee ze zijn verdund: water en solventen, meestal met olie als medium. Dat geldt zowel voor natuurverven als voor synthetische producten. Grofweg mogen we stellen dat de waterhoudende mengsels gebruikt worden op muren en de olieverven op hout en metaal. Elke veralgemening bevat fouten, zo wordt caseïneverf, op waterbasis, bijvoorbeeld ook gebruikt om meubelen mee te beschilderen en muren krijgen ook wel eens een laagje olieverf.In de groep verven op waterbasis vinden we de caseïne-, de kalk- en de silicaatverf, die een alternatief bieden voor de toppers van gisteren: latex en acryl, bestemd voor muren, plafonds en gevels. Tegenwoordig is vooral caseïneverf populair. Caseïne, afgeleid van het Latijnse caseus (kaas), wordt in Noord-Amerika ook milkpaint genoemd. Het gaat immers om een melkproduct. Op basis van de caseïne uit afgeroomde melk wordt lijm gemaakt die als bindmiddel dient voor de kleurlaag. Iedereen heeft ooit wel opgemerkt dat een druppel halfdroge melk een zekere kleefkracht heeft. Echt stevige lijm is dat natuurlijk niet. Hoewel caseïne een lang leven kan zijn beschoren, heeft het niet de kleefkracht van een latex- of acrylverf. "Maar die synthetische verven mag je er eigenlijk niet mee vergelijken, ook al worden ze voor hetzelfde doel gebruikt. Het is overigens geen natuurwet dat verf zo hard moet kleven. Dat weten restaurateurs maar al te goed. Wie een laag latex of acryl moet verwijderen van een muurschildering, weet hoe moeilijk dat is en hoeveel dat kost. De prijs van zo'n ingreep kan oplopen tot 850 euro of meer per vierkante meter. Daarom wordt in historische gebouwen meer en meer gekozen voor caseïne", aldus Taeymans, die met zijn bedrijf veel ervaring opdeed met restauratie van historische interieurs. Caseïne bladdert ook niet af zoals latex, de verf veroudert 'met stijl', ze verpulvert.In oude gebouwen treffen we vrij veel sporen aan van caseïneverf. Net als de kalkverf werd ze door latex van de markt geduwd. Dat was vooral in ons land het geval, in het buitenland overleefde de verfsoort de latexrage van de jaren zestig. Dat verklaart waarom we de meeste fabrikanten in het buitenland vinden, vooral in Duitsland, Zwitserland, Oostenrijk, Groot-Brittannië en in de States. Ook bij ons werd ze nog gemaakt, maar vanaf de jaren zestig bleven alleen de reclameschilders die materie trouw. Traditioneel maakten decorschilders van cinemazalen er gebruik van om de ingang van de zaal te tooien met grote kleurrijke borden waarop de filmhelden schitterden. Die traditie verdween, de Antwerpse bioscopen hielden het gebruik nog het langst in ere.De leverancier van die caseïneverf is het bedrijf Paon-lin uit Brussel, sinds de oprichting in 1921 in handen van de familie Linckx. Het bedrijf produceert geen zuivere caseïne, het dikt zijn verf voor de helft aan met acryl, om meer kleefkracht te garanderen. Maar het eindresultaat behoudt toch die typisch krijtachtige matheid, karakteristiek voor de caseïneverf. Door deze matheid is caseïneverf uitermate geschikt om oneffenheden, bijvoorbeeld in oude plafonds, aan het oog te onttrekken. Terzelfder tijd absorbeert de verf het licht op een veel mooiere manier dan een synthetische plasticverf. Door al die eigenschappen zijn de kleuren van caseïneverf zoveel mooier dan van zuivere latex en acryl.Dat bewijst het prachtige kleurenpalet van decoratrice Agnes Emery. Haar muurverven bevatten iets minder caseïne, maar zijn tegenwoordig zeer populair bij interieurarchitecten en decorateurs. Emery put inspiratie uit de Moorse architectuur, ze reist vaak naar Marokko. Ook de kleurkaart van de beroemde Britse firma Farrow & Ball is van een verbluffende rijkdom. Het bedrijf produceert zuivere caseïneverf, dus zonder acryltoevoeging. Het biedt twee soorten aan, de casein distemper en de soft distemper. De tweede heeft een minder grote kleefkracht, is te vergelijken met de blanc fix van vroeger en wordt bijvoorbeeld gebruikt om balken te beschilderen. Het is een krijtachtige substantie die met lauw water kan worden verwijderd. Die verf wordt vooral in historische gebouwen gebruikt. Farrow & Ball is overigens de verfleverancier van The National Trust. De kleurkaart en de samenstelling van zowel de verven op waterbasis als op oliebasis zijn geïnspireerd op de traditionele verven. De kleuren zijn bijzonder rijk geschakeerd, maar ogen niet oubollig en passen ook bij moderne architectuur. Nog andere fabrikanten bieden caseïneverf aan op de Belgische markt. Zo vind je in winkels van ecologische decoratie- en bouwmaterialen ook de uitstekende Biofa-verf, van Duits fabrikaat. Een degelijke verf, maar met een beperkter gamma. Naast caseïne wordt ook weer kalk als basisstof gebruikt. Kalkverven hebben zeker een rijke traditie, ze werden al in de prehistorie gebruikt. Het basismateriaal wordt gewonnen uit verbrande kalksteen, vermengd met water levert dat een witte verf op. Vroeger werd daaraan zout toegevoegd om de kalk te fixeren. Tegenwoordig voegen de producenten er lijmsoorten aan toe. Die lijm is in de vaakst verhandelde types trouwens caseïne. Bijgevolg is het kleurengamma nauw verwant aan dat van de zuivere caseïneverf.Kalkverven hebben doorgaans wel een iets rustieker karakter doordat ze dikker zijn. De verf kan ook worden geleverd in poedervorm, dan volstaat het om water toe te voegen.Op onze zoektocht ontdekten we verscheidene producenten met een prachtige kleurkaart. Vooreerst is er de firma Calcatex van Wolf Jordan, die een veredelde kalkverf - in poedervorm - op de markt brengt, verrijkt met caseïne en marmerpoeder. Invoerder Het Kalkhuis verdeelt kalkverven en -mortels van het traditionele Britse merk Rose of Jericho. Dat artisanale bedrijf levert eveneens aan The National Trust en The Historic Royal Palaces. Dat de Britten goede kalkverven produceren, ligt eigenlijk voor de hand, ze beschikken over uitstekende kalksteensoorten en experimenteren daar al eeuwen mee. Een ander alternatief zijn de silicaat- of mineraalverven die vooral in Duitsland, Zwitserland en Oostenrijk worden gebruikt voor interieur en exterieur. Silicaat-, ook wel waterglasverf genoemd, lijkt op kalkverf, maar in plaats van kalk wordt waterglas aangewend, een geconcentreerde oplossing van kalium- of natriumsilicaat. De verf werd lang geleden ontwikkeld als een duurzamer alternatief voor kalkverf, specifiek voor gevels in meer noordelijke landen, die worden geteisterd door weer en wind.Mineraalverf wordt ook veel gebruikt op gevels van historische gebouwen. Het is een uiterst degelijke verf die net zo mat en poreus is als kalkverf, maar wel waterbestendig. In ons land is vooral de Duitse firma Keim de leverancier van dit type. Wie tuk is op aardtinten kan zijn muren beschilderen met leemverf van de firma Tierrafino. Die verf werd geperfectioneerd door de Nederlander Carl Giskes die gefascineerd raakte door de lemen beschilderingen van de Djenné in Afrika. De aangeboden tinten variëren van een warm wit en grijs tot Romeins oker en dieprood. Het is natuurlijk maar een kleine stap meer van dit soort verf naar de echte kalei (afgeleid van het Latijnse caleis, kalk). Het gaat om de dikke, papachtige, halfvloeibare kalkverf waarmee vroeger vooral buitenmuren werden behandeld. Door de dikte van het materiaal ontstaat er eigenlijk een soort dunne pleisterlaag. Het aangewende materiaal wordt doorgaans aangedikt met cement, wat de hechting verbetert. De Gentse firma Seifert levert die kalkverfsoort in poedervorm. De samenstelling bestaat uit wit cement met twee soorten kalk en kleurpigment. De specie kan dus in allerlei kleuren worden geleverd en is geschikt om gevels en tuinmuren mee af te werken. Een nadeel van de meeste van de opgesomde producten is hun poreusheid. Doordat ze in water worden opgelost, nemen ze gemakkelijk andere stoffen, zoals vet en olie op. Kijk dus uit met het gebruik van kalk- en caseïneverf in keukens en badkamers. Om dat euvel te omzeilen, mengen sommige fabrikanten, zoals Farrow & Ball en de Rose of Jericho hun kalk en caseïne met lijnolie. Het resultaat is extra stevig en waterbestendig.Voor hout en metaal bestaan er verschillende mogelijkheden. We laten hier even de industriële, synthetische acryl- en alkydverven buiten beschouwing. Hoewel er ook half synthetische verven bestaan, op basis van een alkydhars, waarin een bepaalde hoeveelheid olie is opgelost. Die verf lijkt op de traditionele olieverf bestaande uit lijnolie, droogsel, pigment en een verdunner (terpentijn).Volgens Dimitri Taeymans blijft dat laatste product het mooist, hoe kwalitatief betrouwbaar al die andere verven ook mogen zijn. Geen enkele andere verf benadert de esthetische kwaliteit ervan. Hij wijst er trouwens op dat huisschilders vroeger zelf hun verf maakten. Iets wat marmerschilders, die enkel werken met traditionele olieverf, nog altijd doen.Verscheidene merken, zoals Farrow & Ball en Biofa, brengen half of volledig traditionele olieverven van goede kwaliteit op de markt.We merken op dat meer en meer fabrikanten trachten het typische palet van vroeger na te bootsen. Sommige bedrijven slagen daar vrij goed in, zoals de firma Flamant, die met een rijke kleurkaart uitpakt, verwant met die van Farrow & Ball. De verf van Flamant is kwalitatief goed, maar wel van synthetische makelij. Veel industriëlen pogen niet alleen hun palet te verfijnen, ze ontwikkelen producten die natuurvriendelijker zijn dan vroeger. Maar wie echt op zoek gaat naar de mooiste decoratieverf - die ook mooi veroudert - valt voor natuurlijke soorten. Zoals er een hemelsbreed verschil blijft tussen linnen en een synthetisch weefsel, blijft het verschil tussen natuurlijke en synthetische verf groot. Die laatste soort blijft een laagje kunststof dat je aanbrengt."Het vergelijken van de twee verven komt nog het best tot uiting in de monumentenzorg", aldus Taeymans. "Het gebeurt maar al te vaak bij het herschilderen van een interieur dat een industriële fabrikant er niet in slaagt om een oude verflaag te imiteren. Dat is logisch, met een synthetische verf kun je geen natuurlijke nabootsen. De samenstelling, de lichtabsorptie, de weerkaatsing, alles is anders." Zoals je in de muziek een elektronisch instrument ook niet kunt vergelijken met een akoestisch.Ook de wijze waarop je schildert, is van belang. Een goede decoratieschilder hanteert de borstel en gebruikt geen rol, zelfs niet voor plafonds en muren. Met een rol wordt de esthetische kwaliteit van de verf en de ondergrond immers "doodgeverfd". Wie voor het eerst met deze traditionele producten aan de slag gaat, moet weten dat hun dekkracht vergelijkbaar is met die van industriële verven, maar ze hebben meer tijd nodig om volledig te harden. En ze vallen twintig tot veertig procent duurder uit dan de synthetische kleuren.Voor informatie over verkoopadressen: zie pagina 193.Beperkt houdbaar? Wat ons rest uit Pompeji of aan middeleeuwse fresco's is allemaal geborsteld in natuurverf."Met een synthetische verf kun je geen natuurlijke nabootsen. De samenstelling, de lichtabsorptie, de weerkaatsing, alles is anders."