Vijf jaar geleden nam ik voorgoed afscheid van mijn vader. Hij stierf thuis, we waren er met zijn allen bij. Mijn moeder, mijn twee broers en ik. Als een kaarsje doofde hij uit. Bijna vredevol. Alsof hij zich volledig had verzoend met de dood. En wij bleven alleen achter. De dag na zijn overlijden begonnen we aan de voorbereidingen van de begrafenis. Mijn vader was diepgelovig. "Als ik ooit ga, geef me dan een plekje tussen mijn geliefden", zei hij soms. Zijn manier om ons te laten weten dat hij niet gecremeerd wilde worden. We wilden het persoonlijk aanpakken tijdens de uitvaart. De mensen voor de laatste keer laten voelen hoe hij echt was. Met eigen teksten, zijn lievelingsmuziek en een persoonlijke preek van de priester. Er was maar één probleem : de priester in kwestie was hoogstwaarschijnlijk de enige persoon in de stad die niet wist wie mijn vader was. Hij was nog maar drie maanden priester van onze kerk om de hoek. Dus vroegen we hem om bij ons langs te komen. In de eerste plaats om kennis te maken, maar uiteraard ook om de dienst samen voor te bereiden.
...

Vijf jaar geleden nam ik voorgoed afscheid van mijn vader. Hij stierf thuis, we waren er met zijn allen bij. Mijn moeder, mijn twee broers en ik. Als een kaarsje doofde hij uit. Bijna vredevol. Alsof hij zich volledig had verzoend met de dood. En wij bleven alleen achter. De dag na zijn overlijden begonnen we aan de voorbereidingen van de begrafenis. Mijn vader was diepgelovig. "Als ik ooit ga, geef me dan een plekje tussen mijn geliefden", zei hij soms. Zijn manier om ons te laten weten dat hij niet gecremeerd wilde worden. We wilden het persoonlijk aanpakken tijdens de uitvaart. De mensen voor de laatste keer laten voelen hoe hij echt was. Met eigen teksten, zijn lievelingsmuziek en een persoonlijke preek van de priester. Er was maar één probleem : de priester in kwestie was hoogstwaarschijnlijk de enige persoon in de stad die niet wist wie mijn vader was. Hij was nog maar drie maanden priester van onze kerk om de hoek. Dus vroegen we hem om bij ons langs te komen. In de eerste plaats om kennis te maken, maar uiteraard ook om de dienst samen voor te bereiden. Ik had een oudere man in een saai grijs pak verwacht. Een beetje muf ruikend. Helemaal niet hip. Maar niets was minder waar. Een prille dertiger kwam de woonkamer van mijn ouders binnengestapt. Geruit hemdje. Eigentijdse jeans. Leuke sneakers. Ik wist niet wat ik zag. En ook mijn broers konden een lachje niet onderdrukken. Het werd een mooi gesprek. Hij wilde er alles aan doen om van de uitvaart een prachtig moment te maken. "Dus wil ik jullie vader ook iets beter leren kennen", zei hij vastbesloten. Hij keek in mijn richting. "Heb je morgenavond plannen ?" vroeg hij me. Ik wist niet hoe te reageren. "Als we het nu eens een avond over je vader hebben ?", ging hij verder. "Dan komen we toch al een heel eind om er een mooie preek van te maken." Ik knikte, zonder een woord te zeggen. En toen hij even later buiten stond, was ik nog steeds sprakeloos. Een date met een priester ? Mijn broers hadden stof genoeg om me nog enkele weken te plagen. En ik vond het best wel spannend. Rond acht uur hadden we afgesproken. In een leuke kroeg in het centrum van de stad. We praatten honderduit. In eerste instantie over mijn vader. Later over wat ons zo allemaal bezighield. Een gezellige avond werd het. En ik was gerustgesteld. De uitvaart zou prachtig worden. Met hart en ziel hielp hij mee aan de voorbereidingen. Ik bedankte hem uitvoerig. "Jij bent bedankt", reageerde hij, "voor de prachtige avond." Heel even voelde ik me blozen. We namen afscheid. Met duizend en één vragen in mijn hoofd reed ik naar huis. "Hoe kiest zo'n toffe man voor een leven dat volledig in het teken staat van God ?", was er zonder twijfel eentje van. Ik snapte er niets van. Ook toen ik hem enkele dagen later bezig zag tijdens de uitvaart, bleef deze vraag door mijn hoofd spoken. Ook al viel het afscheid ons zwaar, de manier waarop we met zijn allen afscheid namen van mijn vader, was een mooie troost. En dat hadden we grotendeels aan hem te danken. Na de dienst aanvaardde hij met plezier onze uitnodiging om aan de koffietafel mee aan te schuiven. We zaten tegenover elkaar. Zijn mooie blauwe ogen vielen me extra op. Net als zijn stevige mannenhanden. En zijn zachte stem. Nog diezelfde avond ging ik totaal in de war naar bed. Ik was verliefd op een priester. Al jaren ging ik als vrijgezel door het leven. Het vinden van de ware bleek een moeilijkere klus dan verwacht. Voor het eerst had ik het gevoel dat het zover was. En toch was ik niet gelukkig. Deze liefde had geen enkele kans op slagen. Hij was al getrouwd. Niet met een andere vrouw maar met God. Dus moest ik hem zo snel mogelijk uit mijn hoofd zetten. Maar dat bleek stukken moeilijker dan verwacht. Ook al hield ik zielsveel van mijn diepgelovige vader, toch volgde ik hem niet op geloofsvlak. Ik had het geloof niet nodig om gelukkig te zijn. Dus ging ik ook nooit naar de kerk. De week na zijn uitvaart zat ik wél op zondagmorgen om negen uur in de kerk. Op de laatste rij, stiekem en heel stilletjes. Ik zag hem, maar hij zag mij niet. Tenminste, dat dacht ik. Diezelfde namiddag kreeg ik een sms'je. "Genoten van de viering ?", las ik. Ik bekende dat ik er was. "Zin om vanavond een glas te drinken ?", was zijn antwoord. Dus zaten we enkele uren later voor de tweede keer in 'onze' kroeg. Hij was nerveus. Ik zag meteen dat er iets aan de hand was. Hij had het over zijn roeping, zijn belofte tot God, zijn eeuwige trouw. Ik miste grote flarden van het gesprek, kon me zo moeilijk concentreren. Tot hij plots zijn hand op de mijne legde. "Dit is me nog nooit overkomen, Hilde", fluisterde hij stil, terwijl hij nerveus om zich heen keek. "Ik ben verliefd." Verbouwereerd trok ik mijn hand weg. Hij schrok. "Misschien zien we elkaar beter niet meer", ging hij verder. Hij maakte aanstalten om te vertrekken. En ik voelde duizend en één vlinders in mijn buik. Gelukkig was de kroeg zo goed als leeg. Ik kon me niet meer bedwingen en gaf hem een zachte kus op zijn mond. We stapten samen naar buiten. Hij liep met mij mee tot aan mijn wagen. Ook daar kusten we elkaar. "Het spijt me, Hilde, dat ik je dit aandoe," stamelde hij, "wat doen we nu ?" Ik haalde mijn schouders op. "Tijd brengt vaak raad", zuchtte ik. Ik gaf hem nog een laatste kus, stapte in mijn wagen en reed weg. Huilend. Onze liefde voor elkaar was zo ongelofelijk oprecht. Alleen mocht de buitenwereld dit nooit merken. Maar dat we elkaar nog vaak zouden zien, stond toen al als een paal boven water. We zijn nu zo'n vijf jaar later. Erik is nog steeds mijn grote liefde. We zijn elkaar sinds onze tweede date blijven zien. Maar minder en minder in de stad waar we allebei wonen. Steeds meer mensen wisten op den duur wie Erik was. Dus namen we het risico liever niet. Erik en ik raakten bedreven in het vinden van nieuwe gezellige plekjes. Plekjes waar we stiekem met elkaar konden afspreken. En dat doen we nog steeds. Charmante hotelletjes net over de grens, romantische restaurants waar niemand ons kent. Telkens weer één groot vraag-teken waar we terechtkomen. Maar dat maakt het des te spannender. En ik moet zeggen, Erik heeft er echt een neus voor. Als hij boekt of reserveert, is het telkens weer een schot in de roos. En geniet ik zo intens mogelijk van onze enkele uren samen. Al honderd keren hebben we besloten om er een punt achter te zetten. Om onszelf niet meer zo te pijnigen. Maar onze liefde blijkt te sterk. Alsof we voor elkaar geboren zijn. Eén keer hebben we het gehad over het celibaat en of dat wel iets is voor Erik. Maar hij bleef zelfverzekerd volhouden dat hij zijn belofte aan God nooit zal verbreken, hoe groot zijn liefde voor mij ook is. "Ik verplicht je tot niets, Hilde", zei hij me die avond, "als jij me nu zegt dat je er liever mee stopt, dan heb ik daar alle begrip voor. En misschien zou het ook beter voor jou zijn. Ga verder met je leven, start een gezin, wees gelukkig met iemand met wie je wel hand in hand over straat kan lopen." Ik moet toegeven, ik heb inderdaad al enkele keren op dat punt gestaan. Maar het lukt me niet. En ja, misschien ligt dat wel aan het feit dat ik nog steeds een sprankel hoop heb dat Erik wel ooit de grote stap zet en zijn priesterschap vaarwel zegt. Een liefde die zo puur en echt is, daar kan God toch niets op tegen hebben. Ooit zal hij ons zijn zegen geven, denk ik vaak. Erik loslaten, is er dus nog niet bij. Ik blijf genieten van onze stiekeme momenten samen. En ook hij kijkt er telkens weer naar uit. Eigenlijk is het mijn vader die ons bij elkaar heeft gebracht. Zijn zegen hebben we alvast, denk ik soms. Nu de rest nog. Wie weet brengt tijd inderdaad raad. En overwint de liefde. Onze liefde. DOOR BARBARA CLAEYS"Al honderd keren hebben we besloten om er een punt achter te zetten. Om onszelf niet meer zo te pijnigen"