Op de Salon du Meuble de Paris verzamelt de internationale avant-garde in een aparte hal, onder de noemer Métropole. Een van de blikvangers is de tentoonstelling Inside House, waarin de projecten van vijf Italiaanse designers en hun fabrikanten bij elkaar zijn gebracht. C arlo Colombo werkt samen met het Belgische Obumex ; zijn stand, met keuken en badkamer, bevat een douche die groter is dan mijn appartement. De installatie behoort in zekere zin tot een ander tijdperk, dat van de late jaren negentig en de vroege jaren nul, toen volgens de meubelindustrie alles groot moest zijn, en groots, en als het even kon overdonderend. In 2003 daarentegen zetten we een stap terug. Er is vooral nood aan comfort, van de geest en van het lichaam. Anders gesteld : komt men in of onder zo'n oversized douche echt tot rust ?
...

Op de Salon du Meuble de Paris verzamelt de internationale avant-garde in een aparte hal, onder de noemer Métropole. Een van de blikvangers is de tentoonstelling Inside House, waarin de projecten van vijf Italiaanse designers en hun fabrikanten bij elkaar zijn gebracht. C arlo Colombo werkt samen met het Belgische Obumex ; zijn stand, met keuken en badkamer, bevat een douche die groter is dan mijn appartement. De installatie behoort in zekere zin tot een ander tijdperk, dat van de late jaren negentig en de vroege jaren nul, toen volgens de meubelindustrie alles groot moest zijn, en groots, en als het even kon overdonderend. In 2003 daarentegen zetten we een stap terug. Er is vooral nood aan comfort, van de geest en van het lichaam. Anders gesteld : komt men in of onder zo'n oversized douche echt tot rust ? Op de stand van Via, een organisatie die zich bekommert om het welzijn van de Franse meubelindustrie, wordt van designer Frédéric Ruyant een Mobile Home voorgesteld, een reeks woonpuzzels van schuimrubber en hout. Bijzonder verleidelijk is zijn Wall Corridor, beschreven als een storage space bloc, een soort kleedkamer met een gifgroen geverfde houten muur, vloer en geïntegreerde stoel, en een rek van polyurethaan. Het blok kan zo in een kamer worden geplaatst. Het is een fors meubel, 180 centimeter lang en bijna even hoog, maar toch heeft het minder pretentie dan de doorsnee walk-in-kleedkamer uit het aanbod van Duitse en Italiaanse fabrikanten. Frans design domineert op dit moment de meubelindu- strie, tenminste in de hoogste segmenten. Een verklaring daarvoor is makkelijk gevonden : de Fransen schakelen moeiteloos over van artistiek getint experiment op grootschalige industriële productie. Bovendien hebben ze een zeker gevoel voor poëzie. Neem het nieuwe zitje van Philippe Starck, een uitvergrote gouden tand, ontworpen voor XO. Of Three, een spectaculair, organisch gevormd plastic rek van Jakob + McFarlane, de in Parijs gevestigde designers die hun naam hebben gemaakt met de inrichting van restaurant Le Georges op het dak van het Centre Pompidou. Hun meubel, waarvan de vorm vaagweg refereert aan een boomstam, is ongetwijfeld een van de hoogtepunten van de Salon du Meuble. De fabrikant is het pres- tigieuze Italiaanse merk Sawaya Moroni. In het Design Lab van Métropole, samengesteld door designer Christian Ghion, staat min of meer experimenteel werk van een goed dozijn designers, hoofdzakelijk uitgevoerd in technisch vooruitstrevende of anderszins ongewone materialen, waaronder een tafel van film en dacryl van Matt Sindall, een plantaardig mobiel in roestvrij staal en gras van Jean-Marie Massaud ; een poef van silicone van Kristian Gavoille. De jonge broers Ronan en Erwan Bouroullec zijn de getalenteerdste ontwerpers van hun generatie. De organisatoren van Métropole hebben hen uitgeroepen tot designers van het jaar, maar ze tonen er geen nieuwe producten - al heeft Ligne Roset een update van hun Outdoor-stoel in de aanbieding, en stopt het merk Domeau et Pérès een van hun oudere fauteuils in een nieuw stofje. Het belangrijkste nieuwe ontwerp van de broers, het stille, vol- strekt hedendaagse bureauprogramma Joyn, werd al in oktober van vorig jaar voorgesteld, tijdens de beurs voor kantoormeubilair Orgatec, op de stand van Vitra. In Keulen, tijdens de Internationale Möbelmesse, zijn de Bouroullecs op een gelijkaardige manier afwezig en alomtegenwoordig. Eén nieuw, voor productie bestemd ontwerp slechts : een setje juwelen, genaamd Cloud, voor de Bodysign Collection van het huis Biegel. Geeft niet. Rendel + Spitz, een bureau voor grafische communicatie, geeft elk jaar carte blanche aan een designer. De tentoonstelling, in het smalste pand van de stad, loopt in het kader van Passagen, een parcours van aan design gewijde evenementen in de marge van de meubelbeurs. Na onder anderen Ross Lovegrove zijn de Bouroullecs aan de beurt. Hun installatie, in samenwerking met de legendarische Andrea Branzi, heet Blossoming Gap, en is behoorlijk adembenemend : een achtentwintig meter lange boomstam op schragen, met hier en daar een felgekleurde stalen vlechtstructuur in Eiffeltoren-stijl. Een klein stukje van de stam staat in vuur en vlam. Je krijgt er bijna een religieus gevoel van. Een andere mooi, tijdgevoelig project op Passagen is het Energetic Recovery System (ERS) van de gereputeerde Duitse art-director Mike Meire. Hij bedacht een lange, transparante huls, met daarin onder meer een krachtdouche, een siliconenbad, een massageruimte en een slaapzaal - een futuristische machine, waarin lichaam en geest tot rust kunnen komen (ERS bestaat alleen als schaalmodel, jammer, maar financieel verstandig). Er is in Keulen ook plaats voor het radicale discours van Volksware, het project van Silke Wawro, die vindt dat er al genoeg meubilair is. Wawro heeft in haar atelier in Amsterdam 4957 verschillende stoelen versmolten tot één enkele stoel, met een gespecialiseerd computerprogramma. Daarna heeft ze dezelfde methode toegepast op tafels, banken, kopjes, borden en schorten. Het resultaat is een uniforme leefset, bedoeld voor massaproductie en "te gebruiken door alle mensen in alle gezinnen van alle landen." Dat mag communistisch klinken, maar dat is het niet echt. Wawro, die in Duitsland is opgegroeid maar thans in Amsterdam woont, heeft de voorbije jaren honderden mensen gevraagd naar hun favoriete spullen. Haar leefset kan dus worden beschouwd als de som van alle geluk, of de wiskundige synthese van ieders favoriete voorwerpen. Een goed gevoel in geconcentreerde dosis. Wawro had gemengde gevoelens over haar deelname aan Passagen : "Je kan niet zeggen dat je tegen overvloed bent en dan zelf nog méér spullen lanceren. Je kan ook niet zeggen dat je tegen merkbekendheid bent en tegelijk je eigen merk promoten. Ik heb vroeger altijd in kunstgaleries tentoongesteld. Deze keer wilde ik met de echte maatschappij in contact komen." En in de beurshallen, daar stond een huis. Of beter gezegd, twee huizen. Karim Rashid en Konstantin Grcic mochten elk een ideale woning bedenken. Villa Zorgeloos in de versie van Rashid is rond en vloeiend, comfortabel ingericht met betrekkelijk nostalgisch meubilair. Het huis van Grcic is daarentegen streng rechthoekig, volledig opgetrokken uit lege boekenrekken. De designer uit München vraagt zich af, in een bijbehorende folder, waarom futurisme altijd rond moet zijn. Een terechte vraag. Zijn alternatieve toekomstvisie doet evenwel denken aan een gevangeniscel ; echt vrolijk wordt men er niet van. De Möbelmesse dient al sinds mensenheugenis, of daaromtrent, als een uitstalraam voor de relatief gezichtsloze meubelindustrie van Duitsland, Nederland en verder oostwaarts. Toch verliest de beurs vaart. Op de Möbelmesse worden uiteindelijk weinig belangwekkende nieuwe producten voorgesteld. De grote avant-premières zijn gereserveerd voor de Salone del Mobile van Milaan, in Keulen is het behelpen met kruimels en slaapverwekkend, zij het technisch vernuftig statusmeubilair van hoofdzakelijk Teutoonse fabrikanten. Milaan, lijkt het, is elk jaar iets essentiëler, Keulen elk jaar iets minder relevant. Bovendien wordt de impact van de veel kleinere woonbeurzen van Kortrijk en Stockholm steeds groter. Tijdens Interieur (Kortrijk ) in oktober vorig jaar, werden in cijfers uitgedrukt wellicht veel minder nieuwe producten geïntroduceerd dan in Keulen, maar de kwaliteit en vooral de zichtbaarheid waren er veel groter. Tijdens de Möbelmesse is het duiken naar parels in troebel water. De fonkelendste daarvan zijn verzameld op de tentoonstelling Spin Off : Designed for Industry, waarvoor een vakjury een reeks productieklare ontwerpen heeft uitgekozen - we zien er een leuk vouwstoeltje van Johannes Fuchs, de Park ; Pringle, de miniatuurschommelstoel in de vorm van een luxechip door Oliver Schreve en Oliver Schübbe, al te zien op New Fairy Tales tijdens Interieur ; en vooral de Styrene van Paul Cocksedge, een lamp in aan elkaar gesmolten polystyreenkopjes, mijn favoriete ontwerp van het voorjaar. Een van de producten die in wereldpremière gingen op Interieur was de PicNik, van Dirk Wynants en Xavier Lust, bij de succesvolle Belgische fabrikant van tuinmeubelen Extremis. Die behoorde tot een klein groepje merken dat stands optrok in Keulen en Parijs - en daarvoor beloond werd : de PicNik werd in beide steden bekroond, met respectievelijk een Interior Innovation Award en de prijs voor het beste nieuwe product. Het bevallige, gestroomlijnde openluchtmeubel is thans ook verkrijgbaar in kinderversie, en als schattig miniatuurtje (wie geen tuin heeft, kan altijd nog dromen). Extremis presenteerde ook een prototype, een lichtgevende, halftransparante ijsbak, ontworpen door Danny Venlet. En de andere Belgen ? Opvallend was dat veel topmerken dit jaar thuisbleven. Dat was natuurlijk geen Belgisch fenomeen : meer dan tien dozijn Italiaanse fabrikanten zouden hun deelname hebben afgezegd. Maar er was ook goed nieuws. Een tweede Interior Innovation Award ging naar de Breakdancer van James Van Vossel, een multifunctioneel zit- en ligmeubel gemaakt van blokken die in een tiental posities verstelbaar zijn. Bij Alinea pronkte Leo Aerts met de nieuwe kastenreeks Colore, waarvan het prototype eveneens op Interieur was te zien. De kasten bestaan in drie afmetingen en drie uitvoeringen, telkens met geïntegreerd tl-verlichtingsarmatuur. De Belgische fabrikant Aquamass toonde een monumentale grijze badkuip van Matali Crasset. Het Duitse merk E15 pakte opnieuw uit met de mooie kasten van Hans De Pelsmacker. De Belgische fabrikant Juventa vaart sinds korte tijd een resoluut moderne koers, met mooie, tweekleurige kasten van designer Peter Van Riet. Bij de moderne koers hoort een moderne folder in Belgische stijl, met redelijk vulgaire foto's van schaars geklede jongedames, druk bezig met een ogenschijnlijk lesbische stoeipartij. Merken als Modular en Durlet hebben in het verleden uitgepakt met gelijkaardige advertenties en/of folders. Twee woorden : waarom toch ? n Jesse