Acht keer moet ik uitzoomen op Googlemaps om het eiland Rodrigues op de wereldkaart te kunnen plaatsen. Dan pas komen Mauritius en Île de la Réunion in beeld. Het vraagt bijna een volledige reisdag om vanuit België tot dit verloren plekje in de Indische Oceaan te geraken. Wie zo lang in een net iets te krap vliegtuigstoeltje zit gewrongen, kan maar hopen dat er wat goeds tegenover staat.
...

Acht keer moet ik uitzoomen op Googlemaps om het eiland Rodrigues op de wereldkaart te kunnen plaatsen. Dan pas komen Mauritius en Île de la Réunion in beeld. Het vraagt bijna een volledige reisdag om vanuit België tot dit verloren plekje in de Indische Oceaan te geraken. Wie zo lang in een net iets te krap vliegtuigstoeltje zit gewrongen, kan maar hopen dat er wat goeds tegenover staat. Maar de verlossing komt er al bij de overstap in Mauritius. Aan de terminal weerklinkt meditatiemuziek die ons net niet in lotushouding op de aansluiting doet wachten en eens overgestapt toont een exotische airhostess ons nog eens hoe we een reddingsvest over het hoofd moeten trekken. We krijgen een huiselijke brooddoos voorgeschoteld en zien dan aan de horizon een paar kleine eilanden opdoemen. Het lijken wel kruimeltjes, willekeurig rondgestrooid over het intens blauwe water van de Indische Oceaan. Het grootste eiland is Rodrigues, daar moet ik zijn. Bij het landen valt de regen met bakken uit de hemel en speelt Stromae's "Papaoutai" op de radio. Tot daar de gelijkenissen met thuis. Al de rest is anders. De taxichauffeur stelt me gerust ; de stortbui is van korte duur en trouwens, water is hier doorgaans schaars. Een beetje regen is dus zeker niets om je druk over te maken. "Maar wij maken ons dan ook niet snel over iets druk", knipoogt hij. Het is lente en de heuvelruggen zijn nog weelderig groen. Tussen die dichte bebossing zit hier en daar een huis verstopt. Er wonen een kleine 40.000 mensen op een eilandje niet groter dan pakweg Sint-Truiden. De stilte is het eerste wat me opvalt. Het eiland verkoopt zichzelf als hét antistress-eiland. "More than a peace haven" staat er op de toeristische brochure. Wat kan er nu in godsnaam meer zijn dan een "peace haven", vraag ik me dan af. Ik check in Chez Jeanette, een hooggelegen B&B. Vanuit mijn kamer kijk ik uit over de heuvels en een nette, geasfalteerde weg waarover enkele schoolkinderen in uniform naar huis wandelen. Veel auto's rijden er niet, en als er al eentje passeert, gaat die niet sneller dan 50 km/uur, de snelheidslimiet op het eiland. Een blik naar links en ik zie de oceaan. Maar voor ik daar induik, eerst een ti'punch, het aperitief dat Gilbert, de zoon des huizes, royaal serveert. Aan spraakwater geen gebrek. De convivialité of gezelligheid waar ze het hier zo vaak over hebben, is verzekerd. Het was een Portugees die in de zestiende eeuw Rodrigues ontdekte en het zijn naam gaf. Maar het eiland kwam pas echt onder de aandacht toen de Fransman François Leguat zo'n dikke driehonderd jaar geleden de wereld vertelde over de honderdduizenden reuzenlandschildpadden die hij er had gezien. Ze zouden zo talrijk zijn geweest dat ze zelfs over elkaars schild kropen, zonder ooit de grond te raken. Leguat had het over een soort die alleen op Rodrigues voorkwam, met een nek zo lang als een uitgestrekte mensen-arm. Hongerige zeelieden die er in de buurt waren, werden aangetrokken door de verhalen over de makkelijke prooien. De Rodrigues-reuzenschildpad werd in de pan gehakt en was in geen tijd uitgeroeid. In het François Leguat Giant Tortoise and Cave Reserve proberen ze enigszins de tijd terug te draaien. De Rodrigues-reuzenschildpad à la Jurassic Park weer tot leven wekken, kunnen ze niet, maar een nieuwe kolonie schildpadden stichten, dat wel. Op een domein van 20 hectare leven nu meer dan tweeduizend landschildpadden. Onder begeleiding van een gidskrijgen we toegang tothet reservaat. Het heeft een filmisch effect als we de canyon betreden waar de mastodonten hun gezapige leventjes leiden. Bij het horen van onze groep kijken ze nieuwsgierig onze kant uit. Ze drukken zich op en komen met uitgestrekte nek onze richting uitgestapt om geaaid te worden. Want deze reuzen vinden het schijnbaar heerlijk om onder de kin gekrabd te worden en verdringen elkaar voor een zachte nekmassage. De rust wordt even verstoord wanneer de gids onze hulp inroept. Er is er eentje roekeloos op zijn rug gerold. Er zijn een paar sterke armen nodig om de sukkel weer recht te trekken. Ook op de twee naburige eilandjes, Île Cocos en Île aux Sables, proberen plaatselijke ngo's de tijd te doen stilstaan. Beide zijn vogelreservaten, en alleen een klein stukje van het paradijselijke Île Cocos mag onder strikt toezicht van een gids kort worden bezocht. Dit onbewoonde eiland is de broedplaats van duizenden inheemse vogels zoals de Noddi Brun en de Oiseau la Vierge. De vogelliefhebbers in onze groep gaan helemaal uit hun dak bij het aanschouwen van zoveel schoons, maar de vogels zien ons minder graag komen. Met hun scherpe snavels vliegen ze op ons af en maken ze duidelijk dat dit hun terrein is. Na Spielberg lijken we nu bij Hitchcock en The Birds te zijn beland. Oorverdovend geschreeuw van honderden vogels drijft ons het strand op en het (gelukkig warme) water in. Al voelen we ons hier niet helemaal op ons gemak, het is wel met gecontroleerde expedities als deze dat de dienst voor Toerisme erop toeziet dat er omzichtig met de natuur wordt omgegaan. Rodri-gues is wat zij noemt 'une île écologique'. De natuur is de grootste troef. Die zet men graag in de etalage, maar niet in de uitverkoop. Een echt ecologisch eiland heeft natuurlijk meer nodig dan duurzaam toerisme alleen. Ook de lokale bevolking moet mee zijn. De families, al generaties lang afhankelijk van de zee, wordt nu gevraagd om daar zuinig mee om te springen. De overheid heeft de traditionele octopussenvangst en de visserij strikt aan banden gelegd, want overbevissing is een reëel probleem, en de vissen en octopussen kregen niet meer de kans om te groeien. Al zijn niet alle vissers ervan overtuigd dat dit zinvol is. Zo vertelt een plaatselijke visser dat de schrale visvangst van de laatste jaren niet zozeer te wijten is aan overbevissing of schadelijke traditionele vistechnieken, maar eerder aan de tsunami van 2004, die tot hier te voelen was, en die de onderwaterwereld zware schade zou hebben berokkend. Opzichter Noëllin, die er vanop zijn uitkijkpost op toeziet dat er in zijn beschermde baai niet illegaal gevist wordt, spreekt dit tegen. "Het is de hoge werkloosheid onder de jongeren die voor overbevissing zorgt", zegt hij. "Zorg dragen voor de zee is één ding, maar als je honger hebt, gaat eten op tafel toch voor." Meer werk en meer sensibiliseren is dus de boodschap, want de mensen zijn blijkbaar nog niet helemaal mee. Dat heeft de plaatselijke minister van Milieu, Toerisme en Visserij Richard Payandee goed begrepen. "La mer nu trésor, nu avenir, anu protez li." "De zee is onze toekomst en we moeten die beschermen", roept hij op het Festival de la mer in het creools door de micro. Payandee is zelf een fervente duiker en weet als geen ander welke unieke maritieme schatten er in de enorme lagune rond het eiland te zien zijn. In 2014 verbood hij over het hele eiland het gebruik van plastic zakken, maar er is meer nodig. En daarom gaat hij de boer op. Hij toont jongeren onderwaterdocumentaires en organiseert festivals als deze, om mensen te herinneren aan hun verantwoordelijkheid in de zorg voor wat hij hun "grootste rijkdom" noemt. Omdat het belangrijk is dat de mensen met eigen ogen zien hoe mooi het onder water is, staat er wat verder op het strand een boot met glazen bodem klaar voor een rondvaart. Normaal is dit een betalende toeristische attractie, maar vandaag mag iedereen gratis mee. "Veel kinderen kunnen niet zwemmen, maar op deze manier zien ze toch wat er op het spel staat", zegt een van de organisatoren. Bovendien hoopt Shoals, de ngo die hierachter zit, ook de vissers te bereiken, want : "Wie overweegt om zijn netten aan de haak te hangen, kan steun krijgen om zijn visserssloep om te bouwen tot een gelijkaardige plezierboot", luidt het. Door ook de vissers richting duurzaam toerisme te escorteren, willen ze op het eiland twee vliegen in een klap slaan. Met de 50.000 toeristen die per jaar Rodrigues aandoen, is er nog veel groeipotentieel en de inwoners kunnen de tewerkstelling goed gebruiken. Maar het massatoerisme laten ze voorlopig toch liever aan het naburige Mauritius over. Hier zetten ze in op kleinschaligheid en authenticiteit. Het motto van Rodrigues is "Doucement le matin, pas trop vite l'après-midi", maar wil je toch wat opwinding, dan kan je gaan kitesurfen, snorkelen of van de vierhonderd meter lange kabelbaan glijden die tussen de heuvels is gespannen. Het spectaculairste blijft waarschijnlijk de 300 km2 grote lagune waar duikers niet minder dan 273 verschillende koraalsoorten kunnen bewonderen. Voor de onderwaterwereld is het een ware zegen dat het eiland zo veraf ligt van alles en iedereen. De ongereptheid ervan doet je meteen die ettelijke uren in dat nauwe vliegtuigstoeltje vergeten. Meer nog, tijdens een strandpicknick vol creoolse visspecialiteiten, een lokaal gebrouwen rummetje en met in de verte een zeeschildpad die voorbijzwemt, kan je alleen maar denken : yep, more than a peace haven. 't Is niet gelogen.TEKST & FOTO'S DÉBORA VOTQUENNEDe natuur is de grootste troef. Die zet men graag in de etalage, maar niet in de uitverkoop