Albert II woont aan de overkant, Gustav III bepaalde de stijl. Een huis met royale connotaties.
...

Albert II woont aan de overkant, Gustav III bepaalde de stijl. Een huis met royale connotaties.Piet Swimberghe / Foto's Jan Verlinde Met de Koning Boudewijnstichting als gebuur en de achterkant van het koninklijk paleis voor de deur vertoef je in deze woning uit de vorige eeuw in select gezelschap. Maar verwacht geen overdreven pronk en staatsie. De woonkamer op één hoog is royaal van stijl, maar de rest van het huis oogt zelfs ietwat schraal. Op twee hoog heb je wel een prachtig uitzicht op de achtergevel van het koninklijk paleis, verstopt achter bomen en een fors beeld op de tuinmuur. Doordat je niet mag parkeren in de straat hangt er in de buurt een ietwat ouderwetse, romantische sfeer die wonderwel past bij dit pand. Het werd omstreeks 1840 op oudere grondvesten herbouwd in puur classicistische stijl, zonder franjes. En dat sluit perfect aan bij de smaak van de bewoners die verliefd zijn op Scandinavische interieurs. Dat merk je duidelijk in het bureau-atelier van Isabelle en Marc Henricot op de tweede verdieping, waar het uitzicht zo mooi is. Isabelle werkt als decoratrice en Marc restaureert muurschilderingen en soms schilderijen. Hij studeerde in Rome waar hij trouwens nog veel komt en is in Brussel een van de restaurateurs die de fraaie sgraffito-decors op art-nouveaugevels helpt redden. Beiden hebben door hun werk een subtiel gevoel voor schoonheid ontwikkeld. Vroeger reisden Isabelle en Marc heel veel. Vooral een van die reizen maakte op hen een diepe indruk en had ook een rechtstreekse invloed op de inrichting van het huis. Tien jaar geleden trokken Isabelle en Marc naar Scandinavië waar ze onmiddellijk in de ban geraakten van het landelijke Zweedse interieur : sober, maar rijk van kleur. Zachte tinten en vrij opulente muurschilderingen zijn er al eeuwen populair. En daar deed de beroemde Zweedse koning Gustav III in de 18de eeuw nog een schepje bovenop : vanuit Frankrijk bracht hij de Verlichting mee naar huis en trok Italiaanse schilders aan om de paleisjes die hij in Franse stijl liet bouwen, zuiders te beschilderen. Zo ontstond een bijzonder luchtige en opgewekte interieurstijl, die vandaag over de hele wereld furore maakt : overal worden blankgeschilderde meubels als gustaviaans verkocht. Eigenlijk zijn de simpele Zweedse landhuizen nog mooier dan de pronkpaleizen van Gustav. Want vroeger imiteerden gewone lieden de koninklijke stijl met eenvoudige kalkverf : een nobel materiaal dat eertijds ook bij ons veel werd gebruikt. De verf bestaat uit kalk opgelost in water waaraan pigmenten worden toegevoegd. Doordat de kalk de kleurstof aanvreet, ontstaat er een prachtig kleurenpalet met heel zachte tinten. Precies dat subtiele palet vind je in het hele huis van Isabelle en Marc terug. Het bureau-atelier is een ode aan het hoge noorden, maar is geen zuiver gustaviaans decor. De sobere aankleding, de lichtblauwe wanden en de elegante meubels zijn een hommage aan de biedermeier, de stijl die net na het classicisme van Gustav en de empire furore maakte. Een stijl die de gehele architectuur en decoratie van Noord-Europa beheerste, van ongeveer na de val van Napoleon in 1815 tot net voor 1850. Precies de periode waarin dit huis werd opgetrokken. Daarom kozen de Henricots die stijl als basis, maar omdat ze van hun huis geen museumdecor wilden maken, staan er ook meubels en prullaria uit andere periodes. De lichtblauwe muren en het houten meubilair zijn wel typisch voor de biedermeier. Het was in die tijd ook populair om de bovenrand van het behang te decoreren met een streepje papier dat een drapering imiteert. Donkere houtsoorten werden geweerd en meubels werden belijmd met lichtkleurig inlands hout, zoals kerselaar. Hoewel ze vaak ten onrechte geassocieerd worden met bekrompen kleinburgerlijkheid, waren de interieurs in de biedermeiertijd opvallend luchtig, vergeleken met de decoratietrend van 30 jaar later, toen de Napoleon III-stijl en vogue was en de voorkeur uitging naar zwarte meubels en zware draperieën. Dat was in volle Victoriaanse tijd toen iedereen zich voor de buitenwereld verstopte. Ook dit huis vertoont de typische luchtigheid en gezelligheid van de interieurs van voor 1840. De aankleding nam jaren in beslag. De Henricots kochten het pand 15 jaar geleden. Het verkeerde in erbarmelijke staat, zelfs het pleisterwerk van de gevel viel op straat. Veel balken en vloeren moesten vervangen worden, het regende dwars door het dak. Doordat er toch vrij grondig moest gerenoveerd worden, werd meteen de indeling van het huis wat aangepast. De ingrepen beperken zich evenwel tot de meidenkamers op de bovenste verdieping. Onder het dak werd een tussenverdieping weggenomen om boven een extra hal te creëren, bestemd voor de bibliotheek. Daar pronkt een hoge boekenkast in oude stijl, maar nieuw gemaakt. Bij de renovatie werd het trappenhuis uitgezuiverd om de sierlijke en vrij monumentale trap extra tot zijn recht te laten komen. Dat is ook de reden waarom er niets aan de muren hangt. Vroeger was de trap een statussymbool : liever een kleine woning met een grote trap, dan een kast van een huis met een smalle trap. Een klein trappenhuis was immers een teken van armoede. Marc en Isabelle hebben het meubilair met veel zorg gekozen. Veel spullen, waaronder de fraaie luchters die je in elk vertrek kan bewonderen, zijn op de kop getikt op veilingen. Tien jaar geleden kocht niemand oude lichtkronen, vandaag tel je er een pak geld voor neer. Bij een antiquair in Straatsburg vonden ze ouderwetse kachels vanfaience, die hier perfect passen. Tijdens de koudste wintermaanden helpen ze mee de ruime woning te verwarmen. Het is een huis met vele functies : het doet dienst als woning, restauratie-atelier maar ook als gastenverblijf. Isabelle stoffeerde daarom enkele vertrekken met antieke meubels die eigenlijk te broos en te waardevol zijn voor dagelijks gebruik. Helemaal boven kom je in een piepkleine slaapkamer met faiencekachel en een bed in de vorm van een bootje : een schitterend decor voor een historische film. Ondanks de koninklijke links oogt het interieur op het eerste gezicht verrassend sober. Op de grote foto ziet u restaurateur Marc Henricot aan het werk in zijn Scandinavisch geïnspireerd atelier-bureau. Rechts : voor het huis de Italiaanse bolhoed waarLinksboven : alle meubilair is met zorg gekozen in de stijl van het huis. Dat geldt ook voor de sierlijke lichtkroon die net iets ouder is dan de woning. Onder : een sober trappenhuis zonder schilderijen, met muren in Wedgwoodgroen. Grote foto : de belangrijkste ingreep gebeurde boven, waar een tussenverdieping werd gesloopt om een ruime hal te creëren, bestemd voor de boekenkast.Links : alleen het salon op één hoog is vrij royaal en burgerlijk van stijl. Onder : een sierlijk grapje in dit uitgekiende interieur is de antieke taboeret bekleed met zebrahuid.Links : het antieke gastenkamertje zou een decor kunnen zijn uit een historische film. Onder : her en der staan verfijnde meubels, zoals dit Hollandse buffet uit de laatste jaren van de 18de eeuw.