Met veel geduld herschiep Marcel Cornille het landschap rond zijn huis in een kleine, intieme vallei, geïnspireerd op Japanse tuinen, maar aangelegd met middelen van hier.
...

Met veel geduld herschiep Marcel Cornille het landschap rond zijn huis in een kleine, intieme vallei, geïnspireerd op Japanse tuinen, maar aangelegd met middelen van hier.TEKST EN FOTO'S :JEAN-PIERRE GABRIELTwintig jaar geleden besloten Marcel Cornille en zijn vrouw om een huis te bouwen in Rotselaar, op een stuk grond dat hen bijzonder aansprak. Niet alleen was het vrij goedkoop altijd mooi meegenomen , het was bovendien erg rustig gelegen. Je moest eerst een paar lorkenbossen door en dan liep de weg dood op een hellend perceel. Vlak ernaast lag een uitgestrekte weide met grazende koeien, een vochtig landbouwgebied waar het water hier en daar aan de oppervlakte kwam en kleine vennen vormde. Een verharde aarden weg leidde naar de plaats van hun toekomstige huis. Zowat het einde van de wereld dus, waar ze de rust vonden die ze zochten. Marcel Cornille werkte toen in de reclamesector. Hij had een eigen bureau en bezat een aantal huis-aan-huisbladen. Tegelijk met de woning, werd meteen ook de tuin aangelegd. De Cornilles kozen voor een klassieke structuur met gazon en borders. Naast het terras, vlakbij het huis, kwam een kleine waterpartij. Het zou een aantal jaren duren voor de aangelegde, al te nette omgeving beetje bij beetje haar natuurlijkheid herwon, en het water bleek een goed uitgangspunt. Er ging rust van uit en het diende als basis voor de veranderingswerken. De helling van het terrein werd optimaal benut. Het diepe gedeelte werd nog dieper uitgegraven en met de gerecupereerde grond werd de rest van de tuin genivelleerd, te beginnen bij het terras dat tegen het huis aanligt. Er werden ook twee kleine vijvers, met daartussen een hogere partij, aangelegd. Visueel namen ze het grootste gedeelte van de tuin achter het huis in beslag, gelegen op de zuidkant. Maar daarmee was het landschap nog niet af. Met de ingrepen die ze uitvoerden, hadden de Cornilles nog een ander doel voor ogen : zich afzonderen van de omliggende huizen. Ze wilden een kleine, intieme vallei aanleggen, geïnspireerd op Japanse tuinen waarin rond een vijver een symbolische ruimte wordt gecreëerd. Want bladerend in zijn tuinboeken was Marcel bij die Japanse tuinen blijven hangen en had hij ook ontdekt wat je met stenen kon doen. ?Ik stelde vast dat steen kracht uitstraalt en dat die ook doorwerkt in de plantenvolumes. De Japanners gebruiken vooral rond gesnoeide azalea's, maar die heb ik bij ons niet teruggevonden."Toch was het niet de bedoeling een Japanse tuin te imiteren. Lantaarns werden geweerd, het exotische ook. In de plaats daarvan kozen ze voor de inheemse natuur. De stenen die in de tuin gebruikt zijn, zijn niet afkomstig uit Frankrijk, Portugal of Tunesië, maar uit Henegouwse groeven. Rond Soignies vind je ook vandaag nog prachtige afzettingen van massieve steen, daterend uit een periode tussen twee geologische sedimentaties. Het ruwe uiterlijk en de minerale afzettingen of fossiele organismen die ze bevatten, geven deze stenen een ongewone kracht. Marcel Cornille ging ook op zoek naar planten die de azalea's eventueel konden vervangen : laurier, spar, enkele Cryptomeria-variëteiten (Japanse cypressen) en natuurlijk buxus en taxus. ?Algauw begreep ik dat alleen buxus echt geschikt was. Het is een inheemse plant die je in oude Vlaamse tuinen vindt. Mits wat zoeken, vind je er bovendien tientallen variëteiten van, met telkens interessante verschilpunten : de kleur van het jonge blad, de grootte van het blad, diverse snoeitypes."Het landschap dat Marcel Cornille rondom zijn huis creëerde, is nu gevuld met tientallen afgeronde vormen. Achter in de tuin plantte hij een paar taxusstruiken die dienst doen als scherm voor de buren. Nothofagus (een beukachtige) en Gingko biloba (Japanse notenboom) vervolledigen dit groene panorama. ?We zijn niet als botanisten naar een kweker getrokken om een Gingko of Nothofagus te zoeken, maar om ons te laten verleiden door de vorm. Die moest speciaal zijn, ongebruikelijk en hij moest bovendien passen in ons decor. Zo hebben we als bamboesoort de Sasa palmata gekozen, omwille van de bladeren : grote handen die boven de vijver opengaan."Het water is de thuishaven van kleine eenden. Ze werden, zoals alles wat hij doet, door Marcel Cornille zorvuldig geselecteerd. Hij koos ze omwille van hun niet al te schreeuwerige kleur en hun weinig agressieve gedrag : de hottentot, de roodschoudertaling, de wintertaling en de baïkal, soorten die de waterplanten niet beschadigen een niet onbelangrijk gegeven voor een tuinier. Een buxustuin is verre van onveranderlijk. De vorm wordt geleidelijk opgebouwd en almaar bijgeschaafd. De eerste keer dat Marcel een buxus snoeide, deed hij dat met een schaar ! ?Daarna heb ik voor een snoeischaar gekozen en nog later voor een heggenschaar. Pas als je een mooie buxus hebt die aan zijn omgeving is aangepast, begin je geleidelijk aan te voelen hoe je zijn vorm kunt veranderen. Elk jaar leer je bij en zie je beter waar je naartoe kan. De tuin bijsnoeien, neemt nu minstens drie weken per jaar in beslag. Ik snoei trouwens twee keer : de eerste keer in juni en de tweede keer wat ik de finishing touch noem in september. In de winter voel ik het best wat er nog in de tuin ontbreekt en wat ik kan veranderen : een Acer palmatum (Japanse esdoorn) die nog wat te breed of te hoog is, een Sequoia waar een tak af moet. In de winter benadert mijn tuin dus de perfecte vorm. 's Winters voel je pas de echte kracht van de tuin : als hij in de winter mooi is, zal hij dat in de zomer ook zijn." Stap voor stap kwam ook het professionele leven van Marcel Cornille in het teken van de planten te staan. Eind de jaren '80 richtte hij de firma Garden Power op. Om veilig te spelen, bleef hij nog gedeeltelijk actief in de reclamesector, maar zijn passie drijft hem in een andere richting. Marcel Cornille is een verzamelaar in hart en nieren. Zo bezit hij honderden antieke wandelstokken met ivoren knoppen in de vorm van een hondenkop, de ene al origineler dan de andere. Ook zijn prachtige verzamelingen antiek zilver en wit porselein zijn indrukwekkend. Op dezelfde wijze als hij antieke voorwerpen verzamelt, gaat hij tewerk met zijn buxussen en taxussen. Hij kamt niet alleen gespecialiseerde kwekerijen uit, maar gaat ook in oude tuinen op zoek naar struiken en volwassen bomen. Die koopt hij en plant ze over in zijn ?plantenconservatorium" op de aanpalende weide. Sinds dat stuk grond van hem is, is de natuurlijke flora en fauna er gedeeltelijk hersteld. Daar wachten de grote planten op hun toekomstige bestemming. De natuur helpt een flink stuk mee, want de buxus heeft een compact wortelsysteem, waardoor hij makkelijk uit de grond kan worden gelicht. Naargelang de grootte van de plant, moet toch een kluit van 50 tot 60 cm dikte worden uitgegraven, wat neerkomt op 500 kg tot 3 ton aarde. Dat is nodig om de struik veilig te kunnen overplanten, met een zeer geringe kans op afsterven (1 à 2 procent). Marcel Cornille noemt zichzelf liever tuindecorateur, dan tuin- of landschapsarchitect. Volgens de behoefte en het beschikbare budget van de klant, zorgt hij voor sterke accenten in een bestaande tuin of creëert hij een totaal nieuwe ruimte. Heeft een buxus een nieuwe woonplaats gevonden, dan geeft Marcel Cornille hem een eerste snoeibeurt, afhankelijk van de omgeving en het gewenste effect en rekening houdend met de vorm die de jaren hem gegeven hebben. Zo is het bijvoorbeeld onmogelijk om een oude grote bol in een pyramide te veranderen of een buxus op stam in een bol. Een wet van de natuur die moet gerespecteerd worden. De tuin en de buxusverzameling van Marcel Cornille kunnen na afspraak worden bezocht : Garden Power, tel. (016) 58.01.76, fax : (016) 58.02.46. Een boeiend contrast : het huis oogt vrij klassiek, terwijl de tuin een uitgesproken meditatieve sfeer uitstraalt.De Cornilles kozen voor een groene tuin, zonder bloemen. Terwijl de kleine buxussen op het terras louter decoratief zijn, structureren waterpartijen en sterke vormen zoals die van de grote afgeronde buxussen het landschap.Als waterpad, als rotspartij, als tafel : overal vind je de Henegouwse blauwe steen terug. Door zijn ruwe uiterlijk en de minerale afzetting straalt hij een bijzondere kracht uit.Overal wordt het oog verrast door bijzondere details, zoals de oude kanonkogels, de tuinvriendelijke eenden, de uitgelezen rietsoorten of het mooie blad van de Gingko.