Diep in de bossen van Kapellen botsen we op een Brits eiland : het landhuis van de Reddings. Grazende paarden in de weilanden rondom, maken het beeld compleet.
...

Diep in de bossen van Kapellen botsen we op een Brits eiland : het landhuis van de Reddings. Grazende paarden in de weilanden rondom, maken het beeld compleet.Piet Swimberghe foto's : Jan Verlinde Onvindbaar, dachten we, na de zoveelste landweg te zijn ingeslagen. Om het landhuis te ontdekken van Brian en Arlette Redding, de drijvende krachten achter Scapa of Scotland, moet je met veel geduld tussen de bossen en velden van Kapellen speurneuzen. Je vindt de woning niet in een klassieke verkaveling maar verstopt in het landschap. Het is een oude boerderij, opgetrokken aan de rand van een bos. Binnen verraden knoestige balken, hobbelige vloeren en grote open haarden dat het bouwsel ruim twee eeuwen oud is. Ouder dan Arlette Redding zelf vermoedde. Voor het gebouw in het oorlogsjaar 1914 een gedaanteverwisseling onderging, was het een echte Kempische hoeve, zoals je ze ziet op de schilderijtjes van Jacob Smits. Die landelijke rust bleef hangen, omdat zelfs in de verste omgeving geen ander huis te bekennen valt. Ook aan het buitenaanzicht werd weinig getornd, de woning zit gezellig ingepakt onder een rieten dak. In 1914 werd de hoeve verbouwd tot een Engels landhuis. Dus lang voor de komst van de Reddings, die in het begin van de jaren '80 op deze plek hun Brits eilandje hebben gecreëerd. Dat ging eigenlijk moeiteloos, want vrijwel alles was in gereedheid gebracht door de vroegere bewoners. Voor de tweede wereldoorlog was het huis een Engelse club met tennisvelden, vertelt Arlette Redding. In 1920 werd hier zelfs de Olympische polocompetitie gehouden. In een hoekje van de zitkamer hangt nog een vergeelde foto van dat spektakel. Van meetaf werkten de Reddings mee aan de heropleving van de club die in 1987 weer werd opgestart. Ze richtten een eigen poloteam op, en sinds '91 wordt jaarlijks een Scapa of Scotland Polo Trophy georganiseerd. Aan de omgeving is weinig veranderd. De prachtige weilanden rond het huis worden nog steeds door paarden bevolkt. Niets valt hier uit de toon, en dat is de verdienste van de vermaarde Antwerpse tuinarchitect Jacques Wirtz, die de openheid van de omgeving volkomen heeft gerespecteerd. Het grasveld rond de woning loopt bijna ongemerkt over in de weiden. Achter het huis werd met veel groen een meer intieme hoek gecreëerd, rond het zwembad. Binnen merk je al gauw dat dit een woonhuis is, geen showroom. Natuurlijk zijn er objecten uit de Scapa-collectie present, zoals glaswerk, linnen en kelims, maar erg onopvallend. Arlette Redding drukt ons op het hart dat de woning niet door een professionele decorateur werd ingericht. Een bewuste keuze, om te vermijden dat het een perfect kijkhuis wordt. De woonkamer is de gezelligste plek van de woning. De ruimte werd bij de verbouwing in 1914 tegen de boerderij aangebouwd in pure Engelse cottagestijl. Vanuit comfortabele fauteuils kijk je door de lage bow-window, een echt Engels venster met glas-in-lood, uit op een prachtig vergezicht over de weilanden. Ook het meubilair is aangepast : er staan van die oude, lichtjes kromgetrokken Windsorstoelen van essenhout, destijds hét volksmeubel bij uitstek dat je vond in de woonkamer van elke boerderij. Op de schouw heeft Arlette Redding, die een zwak heeft voor klein houtsnijwerk, een deeltje van haar collectie uitgestald. De eetkamer met het grote haardvuur was eertijds de woonkamer van de boerderij. Dat het geen huis van armelui was, merk je aan de grijze baksteentjes, ook klompjes genoemd, waarmee de schouwmantel is gemetseld. De hoge ramen stralen zelfs voornaamheid uit. Er staat een grote tafel met Engelse stoelen errond. Aan de muren hangen imposante tableaus, eveneens van Engelse makelij. Arlette heeft het grootste werk ooit bij antiquair Axel Vervoordt gekocht, toen hij nog in de Vlaaikensgang winkel hield. Het is geen meesterwerk, maar een sympathiek portret van een ruiter. Achter de eetkamer zit een erg bevallige keuken verscholen. Bijna alle wanden zijn betimmerd ; een mooi voorbeeld van degelijk schrijnwerk, zonder overtollige franjes. De muurkasten zitten verstopt achter simpele deurtjes met smeedijzeren slotjes. Eenvoudiger kan nauwelijks, maar dat was precies naar de wens van Arlette, die geen rijke keuken wou. Op de vloer liggen gewone rode plavuizen, zogenaamde Boomse tegels. Het mooiste hoekje van de woning is eigenlijk een doorgang, tussen eethoek en woonkamer. In de brede gang komt een deur uit naar de weilanden en een trap naar boven. Via het glas in de deur valt er op de grond mooi licht binnen dat weerkaatst op de roodgeschilderde wanden. Er staat ook een oude bibliotheekkast en op een rekje en een tafel liggen wat souvenirs. Schilderachtig. Het landhuis van de Reddings is geen uitzonderlijk bouwsel vol waardevolle kunstschatten, de rijkdom schuilt in de harmonie van interieur en exterieur. De woonkamer in Britse stijl, met een bow-window, Engelse meubels en oosterse karpetten. Vanuit het huis heb je een prachtig zicht op de weilanden rondom, waar de paarden grazen.Arlette Redding : We hebben alles zelf ingericht omdat we een woonhuis wilden, geen showroom. Onder : de oorspronkelijke Kempische hoeve werd in 1914 verbouwd tot Brits landhuis. De eetkamer is rustig gestoffeerd met antiek en snuisterijen uit de Scapa-collectie. Onder : de schilderachtige passage tussen eetkamer en salon.De keuken is een creatie van de Reddings, maar helemaal opgevat in de geest van het huis : sober en degelijk. Onder : tuinarchitect Jacques Wirtz liet het landschap open en nam de bestaande bebouwing op in het groen.