Knack Weekend organiseert samen met de familie Perrin een tweedaags Tasting Event in Brussel. Meer info vindt u op de pagina hiernaast.
...

Knack Weekend organiseert samen met de familie Perrin een tweedaags Tasting Event in Brussel. Meer info vindt u op de pagina hiernaast. Dit zijn onze rolling stones", lacht Matthieu Perrin. ?Ze zijn heel typisch voor Châteauneuf-du- Pape." Bedachtzaam raapt hij een van de dikke keien op waarmee de wijngaard rond Château de Beaucastel nabij Orange bezaaid is. ?Deze galets roulés vormen een dikke laag van wel een meter diep en geven 's nachts de opgeslagen warmte weer af. Zij bepalen grotendeels het terroir van onze wijnen. Miljoenen jaren geleden zijn ze door de Rhône meegesleurd uit de Alpen en hier afgezet, op een laag klei- en zandgrond (molasse marine)." Samen met zijn zus, broers en neven vormt Matthieu (31) de vijfde generatie van de befaamde Provençaalse wijnfamilie. Ze zijn allen bedrijvig in de zaak, onder leiding van vader François en diens broer Jean-Pierre. De familie verwierf Beaucastel in 1909, nadat de fylloxeraplaag praktisch het hele Europese druivenbestand had verwoest, en begon er met de teelt van olijven en de aanplant van nieuwe druiven. Het was Matthieus grootvader Jacques die de visionair van de familie was. Hij plantte er opnieuw de dertien klassieke druivensoorten aan die toegelaten zijn voor de productie van Châteauneuf-du-Papewijnen (mourvèdre, grenache, syrah, cinsault, vaccarèse, counoise, terret noir, muscardin, clairette, picpoul, picardan, bourboulenc en roussanne), terwijl de meeste wijnbouwers toen vooral kozen voor de zeer productieve grenache, die veel alcohol (en dus veel wijn) oplevert. Tot op de dag van vandaag is Perrin een van de enige wijnhuizen die de dertien soorten gebruiken voor hun Châteuneuf-du-Pape. Typisch voor de wijnen van Beau- castel is het grote aandeel mourvèdre (30 procent) in de 'symfonie' van cépages. Dat zorgt voor bewaarpotentieel en ruggengraat. In 1954 al begon Jacques Perrin met het overschakelen van de wijngaarden op biologische teelt. Tien jaar later ging hij nog verder en stapte voor een deel over op de biodynamie, een vaak omstreden, natuurlijke en arbeidsintensieve methode die rekening houdt met de effecten van de maan op de gewassen, de snoei, de oogst. Zijn collega's noemden hem een fada, een mafkees, fantast. Maar zijn politiek wierp vruchten af. Vandaag wordt Beaucastel algemeen gerekend bij de top van Châteauneuf. Tot aan zijn dood in 1978 ijverde Jacques voor de optimalisatie van het domein. Hij had slechts één doel : op basis van de eigenheid van elk millésime een grote wijn produceren, waarin de rijkdom van het terroir volop tot zijn recht komt, dankzij de bioteelt. ?Een wilde aardbei heeft meer smaak dan een weliswaar mooiere serreaardbei, omdat ze al haar natuurlijke aroma's behoudt. Hetzelfde geldt voor druiven. Om een expressievolle wijn te krijgen, moeten de druiven in eerste instantie smaak hebben." Aan deze baanbreker is de prestige-cuvée van het huis, Hommage à Jacques Perrin (350 euro), opgedragen. Een superwijn die alleen gemaakt wordt in exceptionele jaren, en voornamelijk van heel oude druivenstokken van mourvèdre. Alle wijngaarden van de familie Perrin (300 ha) worden nog steeds op biologische wijze behandeld, ruim een derde (110 ha) op de biodynamische manier. Perrin maakt voor 90 procent rode wijn, maar ook hun witte Vieilles Vignes, Châteuneuf-du-Pape Château de Beaucastel (109,50 euro), uitsluitend van roussanne, is bijzonder fijn en complex, en heerlijk bij kazen als pecorino, salers of banon. In het mooie chateau, waar Jacques' weduwe Marguerite, intussen 95, nog steeds woont, kun je zo de geschiedenis van het domein traceren. De kern van het Provençaalse landhuis dateert uit de zeventiende eeuw. In de kleine salon van zijn grootmoeder laat Matthieu ons trots de inscriptie zien boven de grote open haard : Septanbre 1678 Le Roy... Aan de andere van de kamer prijkt het blazoen van le maître de Beaucastel, gebeeldhouwd in de oude stenen muur. ?De inscriptie verwijst naar een authentiek document van Louis XIV, waarmee het wijnverhaal eigenlijk begon en dat nog steeds in het bezit is van de familie", vertelt Matthieu. ?De heer van Beaucastel was namelijk protestant maar goed bevriend met de koning, die er geregeld kwam jagen. Dat stond natuurlijk niet netjes voor de katholieke monarch, die Pierre de Beaucastel aanmaande om zich te bekeren, in ruil voor 100 hectare grond rond zijn huis en het recht om accijnzen te innen in het stadje Courthézon. Daar moest Pierre niet te lang over nadenken en zo geschiedde. Tot op vandaag is het domein een van de grootste percelen uit één stuk in de AOC Châteauneuf-du-Pape. Mettertijd ging Beaucastel over in andere handen. Toen de fylloxera uitbrak, was het eigendom van Elie Dussaud, die samen met Ferdinand de Lesseps het Suezkanaal bouwde. In 1909 kocht Pierre Tramier het domein en gaf het in handen van zijn schoonzoon Pierre Perrin, ingenieur en wetenschapsman, die begon met de heropstart van het wijndomein. Diens zoon Jacques maakte er zijn levenswerk van. Slechts enkele kilometers daarvandaan, op de weg naar Orange, ligt Le Grand Prébois, het prachtige landhuis van François Perrin, waar een indrukwekkende dubbele rij platanen naartoe leidt. Naast het huis is het grote vinificatiecentrum van de familie ondergebracht. Daar worden bijna alle wijnen gevinifieerd. De installaties zijn hypermodern. Buiten Beaucastel maakt Perrin sinds enkele jaren ook zeer goede wijnen in de appellations Gigondas en Vinsobres. In 2008 kocht de familie Le Clos des Tourelles in Gigondas, een voormalig zeventiende-eeuws klooster. Het middeleeuwse dorpje ligt in de schaduw van de dreigende Dentelles de Montmirail en de clos is nog de enige ommuurde wijngaard in de streek. De wijngaarden van Perrin (10 hectare) zijn voornamelijk beplant met oude grenache. Er is zelfs een klein perceeltje (1/2 hectare) met meer dan een eeuw oude wijnstokken uit de prefylloxeratijd, een unicum in de regio. De opbrengst is klein, zo'n 1500 flessen per jaar, maar hij levert wel een uitzonderlijk mooie, geconcentreerde wijn op, met de toepasselijke naam Vieilles Vignes. Sinds kort wordt er ook boven het dorp, in hoger gelegen wijngaarden (zo'n 400 meter hoog), vroegrijpe syrah aangeplant, die moet zorgen voor zuur en frisheid in de assemblages (onder meer een maatregel tegen de opwarming van het klimaat). Door de bodemstructuur en de vrij steile hellingen (die soms zelfs doen denken aan de Spaanse Priorat), zijn de wijngaarden aangelegd in terrassen. Alle werk gebeurt er te voet of te paard. Geen betere plek om de wijnen te proeven dan het restaurant L'Oustalet, eigendom van de familie Perrin en ondergebracht in een oud herenhuis in het hartje van Gigondas. Chef-kok Laurent Deconinck is gespecialiseerd in de combinatie van gerechten en wijnen (niet alleen van Perrin). ?Eten kan variëren, wijn niet. Dus vertrek ik van de wijnen om gerechten te maken die erbij passen. Onze wijnen zijn essentieel des vins de plaisir, zonnig, zuiders met de smaak van de Provence." Zo serveert hij een Perrin, Réserve Rouge 2010, Côtes du Rhône (10 euro), met caillettes, een streekspecialiteit bestaande uit een soort crépinette gevuld met lamsvlees, snijbiet of spinazie en Provençaalse kruiden als tijm en rozemarijn. Ook gerechten met truffel zijn zijn specialiteit. De kok zorgt voor een schitterend samenspel van kalf met zwarte truffel en twee Gigondaswijnen met fijne tannines : Clos des Tourelles 2010 (54 euro) en La Gille 2010 (23,50 euro), eveneens van Perrin. Helemaal in het uiterste noorden van de zuidelijke Rhône, nabij Vaison la Romaine, heeft de familie nog een 70 hectare in de appellation Vinsobres. Ze zijn gelegen op de hellingen van Les Cornuds, een mooi, slapend gehuchtje waar de tijd is blijven stilstaan. De terraswijngaarden liggen op zo'n 300 meter hoogte en zijn daardoor bijzonder geschikt voor de teelt van syrah, die er zijn frisheid en finesse bewaart die in zuidelijker klimaten verloren gaan. Er wordt ook grenache geteeld, die volle maar geen zware wijnen oplevert met mooie aroma's van de garrigue (Provençaals kreupelhout). Van december tot februari kun je in de streek bijna dagelijks de truffeljagers met hun speurhonden aan het werk zien. Het 'zwarte goud' (Tuber melanosporum) is erg gegeerd. Vroeger was het in en rond de wijngaarden urenlang snuffelen naar de zeldzame ondergrondse paddenstoelen, die groeien in de nabijheid van eiken. Tegenwoordig worden speciale truffelvelden aangeplant met chênes truffiers, jonge eiken die besmet worden met de schimmel die de truffels oplevert. Maar de baasjes moeten er snel bij zijn als de speciaal afgerichte honden een truffel vinden, want de dieren zijn er even verlekkerd op als de mensen uit de streek. DOOR SABINE LAMIROY?We werken traditioneel in de wijngaard, maar hyper-modern in onze kelders"