De ochtend is hier vaak in nevelen gehuld. De tuinen van Marqueyssac ontwaken dan in een mysterieus licht dat zich ook van je gedachten meester tracht te maken. Vlak bij het kasteel is die nevel onbeduidend. Maar de mist wordt dichter als je de hoge ommuring nadert. Daar, boven de rivier, lijkt hij wel een ondoordringbaar wattenpak.

De luiken van het kasteel, geverfd in de kleur van de cyclamen die hier in de vrije natuur groeien, lijken op te gaan in die grijze grauwte. Zulke ochtenden zijn ongetwijfeld de mooiste momenten om de intieme charme van Marqueyssac te ontdekken, om zich te laten onderdompelen in de vochtige sfeer die alles oplicht wat ze aanraakt, zelfs de spinnenwebben tussen twee buxuskoppen. Toch kunnen weinig bezoekers van het kasteel en zijn tuinen van dat onvergetelijke moment genieten. Behalve in de herfst en de winter heeft de zon zich al door de sluiers gepriemd tegen de tijd dat de poorten opengaan.

De bezoekers gaan met andere indrukken naar huis, sterke indrukken weliswaar, maar heel verschillende. Marqueyssac heet immers niet voor niets Belvédère de la Dordogne. Vanaf de hoge muren, langs de promenade die men falaises noemt, heb je een prachtig uitzicht op de vlakte en de naburige kastelen: Castelnaud, Fayrac, La Roque-Gageac, Beynac.

De buitengewone oriëntatie van het domein maakt dat de begroeiing aan beide kanten verschilt. Aan de noorderkant groeit een typisch Atlantische vegetatie met haagbeuk en Robinia pseudacacia (acacia). De andere zijde is zichtbaar zuidelijker. Daar vind je groene eiken, esdoorns van Montpellier, pistachebomen...

Het 22 hectare grote domein van Marqueyssac telt zes kilometer paden. Al wandelend krijg je het best een idee van de werken die de toenmalige eigenaar tussen 1861 en 1893 liet uitvoeren. Julien de Cerval borduurde voort op de topografie van het domein en op wat zijn voorgangers er sinds het einde van de 17de eeuw van hadden gemaakt, maar hij hield van Italië en gaf het geheel een Toscaanse toets. Hij plantte cipres, parasolden en yucca.

Die Italiaanse invloed verklaart ook de alomtegenwoordigheid van buxus langs de paden en in de onmiddellijke omgeving van het kasteel. Precies werden ze nooit geteld, maar men schat dat er wel 150.000 buksplanten op het domein van Marqueyssac staan. De exemplaren die nooit gesnoeid werden, vormen nu struiken van bijna tien meter hoog. De tuiniers die verantwoordelijk zijn voor het dagelijkse onderhoud en Jean-François de Cordes, landschapsarchitect gespecialiseerd in historische tuinen, moeten zowat de enigen zijn die deze cijfers kunnen bevestigen.

Jean-François de Cordes, gevestigd in de buurt van Doornik, is een echte buxusspecialist. Hij is dagenlang bezig geweest met het inventariseren van dit historische patrimonium. Zo vond hij de ziel terug in die vormeloze vegetatie van de al tientallen jaren aan zijn lot overgelaten park.

In 1996 begon Kléber Rossillon met grote restauratiewerken aan het hele domein. Die zijn indrukwekkend, op alle daken samen ligt bijvoorbeeld 500 ton lauze (dakbedekking in natuursteen). Kléber Rossillon is de eigenaar van Castelnaud, een van de naburige kastelen, maar sloot een overeenkomst met Michèle de Jonghe, een van de Belgische erfgenamen van Julien de Cerval.

Samen hebben ze ervoor gezorgd dat Marqueyssac opnieuw iets betekent en dat het ook voor het publiek toegankelijk is. Hoewel de dure restauratiewerken aan de tuin nog niet voltooid zijn, kun je zo'n bezoek beschouwen als een historische tuinwandeling.

Marqueyssac bevindt zich op 9 km van Sarlat en is het hele jaar open. Juli en augustus van 9 tot 20 uur. Mei, juni en september van 10 tot 19 uur. Maart, april, oktober en eerste helft november van 10 tot 18 uur. Van half november tot februari van 14 tot 17 uur.

Inlichtingen: Parc de Marqueyssac, 24220 Vézac, Tel. +33-553-31 36 36, fax: +33-553-31 36 30.

Tekst en foto's Jean-Pierre Gabriel