Het begon met een te natte en te warme winter. Ook de lente was warm. Half mei begon al de knopzetting, twee weken vroeger dan gemiddeld. In de eerste helft van juni volgde een snelle bloei, nog steeds met twee weken voorsprong. Men begon te geloven in een groot jaar. Ook juni was nog goed en warm maar niemand kon toen vermoeden dat de zomer nefast zou worden. Juli was koud en nat : 16 dagen regen, 12 procent minder zon dan gemiddeld. De kleuromslag van de druiven begon eind juli, maar duurde langer dan gewoonlijk en deed dus de vrees voor ee...

Het begon met een te natte en te warme winter. Ook de lente was warm. Half mei begon al de knopzetting, twee weken vroeger dan gemiddeld. In de eerste helft van juni volgde een snelle bloei, nog steeds met twee weken voorsprong. Men begon te geloven in een groot jaar. Ook juni was nog goed en warm maar niemand kon toen vermoeden dat de zomer nefast zou worden. Juli was koud en nat : 16 dagen regen, 12 procent minder zon dan gemiddeld. De kleuromslag van de druiven begon eind juli, maar duurde langer dan gewoonlijk en deed dus de vrees voor een niet-homogene rijping toenemen. Te meer daar ook augustus koud en nat was. Dat bracht veel werk mee in de wijngaard - ontbladeren en uitknijpen van de te late trossen. Vooral voor de merlot kwam de regen op het foute moment. Maar het werd beter. Van eind augustus tot eind oktober was de zon nooit weg. September was zelfs een pak warmer, zonniger en droger dan augustus. Oktober was nog beter : het was een van de warmste en droogste in de laatste honderd jaar. Maar de vroegrijpende merlot heeft niet kunnen profiteren van de excellente nazomer en ging de oogst tegemoet met erg gezwollen bessen. De wijn zal dus wat verdund smaken, zelfs na een saignée van de gistkuipen. De natte zomer hield ook de groei van de wijnstok aan de gang, de planten moesten niet hard genoeg werken voor hun vruchten. Dat geeft in de latere wijn verlies van alcohol en gemis aan diepte. De cabernet-oogst was op het eerste gezicht perfect en evenwichtig rijp, zonder spoor van grassigheid of groene pepers, maar zonder goede augustus moet men geen grote wijn verwachten. Sauternes moet het hebben van edelrot, botrytis cinerea, een schimmel die de schillen verdunt zodat bijna de helft van het vocht verdampt en de zoetconcentratie verdubbelt. Aanvankelijk was de warme nazomer erg ongunstig voor het edelrot : de druiven verschrompelden tot rozijnen en fruitvliegen brachten azijn mee. Maar een heel klein beetje regen eind augustus en daarna 19 dagen zonneschijn, bracht de botrytis op druivenniveau : in de trossen was af en toe een besje geraakt. Om zuiver te oogsten moesten de geraakte bessen met de schaar worden uitgeknipt. Wie toen hele trossen heeft geoogst -de meeste niet geklasseerde cru's - maakte slechte, zure wijnen. Van 8 tot 16 oktober viel opnieuw wat regen, maar nu op perfect rijpe druiven. Met een snelle ontwikkeling van botrytis tot gevolg en een prachtige oogst van 20 tot 30 oktober. De grote chateaus, die hebben durven wachten, maakten van de grootste sauternes ooit : Yquem, Lafaurie-Peyraguey, Guiraud, Coutet, Clos Haut-Peyraguey en Tour Blanche. Ietsje (maar niet veel) minder, zijn : Suduiraut, Rieussec, Rabaud-Promis, Rayne Vigneau en Sigalas-Rabaud. DOOR HERWIG VAN HOVE