De eerste halte op onze reis is een winkel, waar we ons wapenen met een uitrusting tegen de extreme weersomstandigheden : hoge, waterdichte rubberlaarzen, dikke wollen sokken, een sjaal, handschoenen en bovenhandschoenen. Sommigen kopen ook een verrekijker en een wandelstok. We vertrekken naar Ushuaia, het zuidelijkste puntje van Argentinië. In de haven van dit stadje, de poort naar Antarctica, ligt de Soléal aangemeerd. De koude is al voelbaar. Vlak bij het cruiseschip lopen we langs enkele winkels in de hoofdstraat. Alles staat hier in het teken van de pinguïns, de typische zwemvogels met vleugels als peddels, waarvan we er de komende twee weken meer dan genoeg zullen bewonderen.
...

De eerste halte op onze reis is een winkel, waar we ons wapenen met een uitrusting tegen de extreme weersomstandigheden : hoge, waterdichte rubberlaarzen, dikke wollen sokken, een sjaal, handschoenen en bovenhandschoenen. Sommigen kopen ook een verrekijker en een wandelstok. We vertrekken naar Ushuaia, het zuidelijkste puntje van Argentinië. In de haven van dit stadje, de poort naar Antarctica, ligt de Soléal aangemeerd. De koude is al voelbaar. Vlak bij het cruiseschip lopen we langs enkele winkels in de hoofdstraat. Alles staat hier in het teken van de pinguïns, de typische zwemvogels met vleugels als peddels, waarvan we er de komende twee weken meer dan genoeg zullen bewonderen. Kapitein Etienne Garcia, in een sneeuwwit uniform, verwelkomt zijn gasten boven aan de loopplank naar het schip. We logeren in een hut op de hoogste verdieping van dit drijvende fort, met een groot raam dat uitkijkt op een balkonnetje. In het salon krijgen alle passagiers een dikke, rode anorak. Op de rug prijkt het woord expedition. Zo kan alvast niemand verward worden met de zeeolifant, een geslacht van zeer grote zeehonden, en het vergemakkelijkt ook het werk van de natuuronderzoekers die ons begeleiden. Deze specialisten in de plant- en dierkunde zijn verantwoordelijk voor onze veiligheid en ze zullen hun kennis met ons delen. Hun leider, Nicolas Dubreuil, stelt zich aan ons voor als een bewaker-avonturier van het ijs. Hij waarschuwt ons : "U zult kennismaken met een prachtige maar extreme, meedogenloze omgeving. Er kunnen plots sneeuwstormen komen opzetten en de temperatuur kan fors dalen. Wie in het water valt bij 2°C, overleeft slechts enkele minuten." Vreemd hoe het knusse comfort binnen in de boot contrasteert met de potentieel vijandige omgeving. Na het Beaglekanaal zetten we koers richting de Falklandeilanden, voor de kust van Argentijns Patagonië. Tijdens deze stop maken de passagiers kennis met zowel de gidsen als de habitués van dit soort expedities. Een van de passagiers is al zeven keer meegevaren met de Compagnie du Ponant, een touroperator die luxecruises aanbiedt. Telkens als hij de kapitein kruist, wordt er hartelijk gegroet. Wanneer de trossen worden losgegooid, begeven de passagiers zich naar de brug, want dat is de beste uitkijkpost op dit schip. Ook wanneer we de volgende haven binnenvaren in Zuid-Georgië, een eiland in de Atlantische Oceaan dat deel uitmaakt van de Zuidelijke Sandwicheilanden, staat de brug vol kijklustigen. De natuuronderzoekers leren ons hoe we walvissen, vinvissen, potvissen, dolfijnen en zeehonden kunnen herkennen en onderscheiden. Even later krijgen we de kans om aan boord te gaan van enkele zodiacs, de fototoestellen en de filmcamera's in de aanslag. Deze handige rubberbootjes, voorzien van kleine buitenboordmotoren en luchtkussens, danken hun faam aan de Franse bioloog Alain Bombard. Hij stak in 1952 in zo'n onwaarschijnlijk vaartuigje de Atlantische Oceaan over. In Salisbury Plain en Fortuna Bay, twee brede vlakten aan de noordkust van Zuid-Georgië, worden we onthaald door een kolonie van duizenden pinguïns. Vooral de koningspinguïns met hun lange, lichtjes gebogen snavel troepen luidruchtig samen. We proberen hen niet te storen en laveren er voorzichtig tussen, maar sowieso worden we uiterst beleefd... genegeerd. Wij zijn hier de indringers, en dat laten ze ons duidelijk merken. We krijgen ook andere, verrassende schepsels te zien. We spotten massa's grijs vlees, languit op het ijs. Ze produceren de meest uiteenlopende geluiden, van zware oprispingen tot stinkende winden. Deze zeeolifanten, die vaak meerdere tonnen wegen, hebben blijkbaar last van een slechte spijsvertering. Het weer is gunstig en Nicolas Dubreuil geeft zijn fiat : wie wil, mag een wandeling maken vanuit Fortuna Bay naar het verlaten walvisstation van Stromness. Tijdens de ongeveer drie uur durende excursie moeten we via een kleine pas 300 meter hoogteverschil overbruggen. Deze tocht, in de voetsporen van de beroemde Anglo-Ierse ontdekkingsreiziger Ernest Henry Shackleton, zou overeenstemmen met de laatste etappe van zijn terugreis naar dit gebied, met dit verschil dat hij van de westkust kwam en de gletsjers moest oversteken. We maken nog een omwegje langs het walvisstation van Grytviken, opgericht in 1904. Grytviken is het bestuurlijke centrum van het Britse Zuid-Georgië, dat hoop en al 22 inwoners telt. In de baai liggen nog altijd grote, roestige reservoirs waarin vroeger het walvisvet werd opgeslagen voordat het naar Europa werd verscheept. Wie hier voet aan wal zet, wordt geacht hulde te brengen aan Shackleton, die met zijn Endurance-schip onlosmakelijk verbonden is met de geschiedenis van Antarctica. Hier in Grytviken wierp hij het anker uit en hier stierf hij in 1922. Op de kleine begraafplaats brengen we een postuum plengoffer door over zijn grafsteen een paar druppels whisky uit te gieten, bij gebrek aan wijwater. Na bijna drie dagen varen bereiken we onze volgende bestemming : het eiland Paulet, met een kleine krater op de top. Dit zijn de zuidelijke Shetlands, waar wel vijftien onderzoeksstations gevestigd zijn. Eén daarvan staat op Deception, een eiland met een nog actieve vulkaan, waar ook wandeltochten mogelijk zijn. Deze gordel van Noord-Antarctische eilanden is een paradijs van water en ijs waar slechts één wet regeert : die van de koude. De kapitein had ons gewaarschuwd : vanaf nu zullen we regelmatig op ijsbergen 'botsen', vooral vanaf de Weddellzee, genoemd naar de Britse zeeman James Weddell, die de zee als eerste verkende in 1823. Maar geen paniek : ze zijn zorgvuldig geregistreerd, hun bewegingen worden op de voet gevolgd door het National Ice Center. Onze eerste ijsberg maakt meteen indruk. Het schip vaart rondom het lichtgevende, blauwe gevaarte met pieken. Een oogverblindend tafereel. Wat verder worden we verrast door een ijsberg met hoge kliffen van blauwgeaderd ijs als marmer. Een eeuwenoud, gigantisch stuk pakijs heeft zich losgemaakt van het continent. Een deel van de ijskliffen stort met veel gedruis in de diepte. Dit is zo'n moment waarop iedereen vooraf gehoopt had... Een van de onderzoekers heeft alles gefilmd met zijn tablet. Enkele minuten later verdringen de passagiers zich rondom hem, om het spektakel te herbeleven. En er liggen nog wonderen voor ons. Via het Lemairekanaal, een smalle doorgang tussen eilanden vol met gletsjers, varen we naar Paradise Bay. Wat verder bereiken we de al even indrukwekkende baai van Neko Harbor. Deze baai werd eind negentiende eeuw ontdekt door de Belg Adrien de Gerlache. Geen toeval dus dat iets noordelijker er enkele eilandjes luisteren naar de namen Brabant en Antwerpen. Stevig gelaarsd betreden we de bevroren ondergrond. Een iets hoger gelegen rots is gelukkig sneeuwvrij. De weg ernaartoe lijkt makkelijk, maar al vlug zakken we kniediep in de sneeuw. Ver beneden ons zien we het verrassend kleine cruiseschip Soléal liggen, omsingeld door een zee van grote en kleine ijsblokken. Het lijkt voor eeuwig verankerd in de stilte.DOOR MICHÈLE LASSEUR & FOTO'S SYLVAIN GRANDADAM"Een deel van de ijskliffen stort met veel gedruis in de diepte, een verbazingwekkend schouwspel."