Wat je vervloekt in het vaderland, wordt een pretje op vakantie. Niet-bestrooide, spekgladde wegen, bijvoorbeeld. Dat ik niet zelf de sneeuwkettingen moet monteren, helpt. Vanaf het station van St-Maurienne kronkelt de weg pijlsnel het gebergte in, een genot voor rallyrijders en voor Marita, een Nederlandse die hier enkele jaren geleden neerstreek en nu de regio promoot. Na elke haarspeldbocht bromt de 4x4 luider, lijkt de sneeuwberm dikker en buigen de dennentakken dieper onder hun witte last. En er is meer sneeuw op komst, wijst mijn chauffeur. Een waterzonnetje biedt weerstand, weerloos tegen de donkere wolken die samendrijven boven Saint-Sorlin d'Arves. Bij mooi weer biedt het terras van Hotel Beausoleil ongetwijfeld een schitterend panorama dat de naam van deze oversized chalet alle eer aan doet. Niet vandaag. Mijn eerste kennismaking met de skipiste - na een jaar - beperk ik tot de babypiste, de perfecte plek om weer wat zelfvertrouwen op te bouwen. Trouwens, zou het niet onverantwoord zijn bij nevel en mist dadelijk de hoogste toppen op te zoeken ?
...

Wat je vervloekt in het vaderland, wordt een pretje op vakantie. Niet-bestrooide, spekgladde wegen, bijvoorbeeld. Dat ik niet zelf de sneeuwkettingen moet monteren, helpt. Vanaf het station van St-Maurienne kronkelt de weg pijlsnel het gebergte in, een genot voor rallyrijders en voor Marita, een Nederlandse die hier enkele jaren geleden neerstreek en nu de regio promoot. Na elke haarspeldbocht bromt de 4x4 luider, lijkt de sneeuwberm dikker en buigen de dennentakken dieper onder hun witte last. En er is meer sneeuw op komst, wijst mijn chauffeur. Een waterzonnetje biedt weerstand, weerloos tegen de donkere wolken die samendrijven boven Saint-Sorlin d'Arves. Bij mooi weer biedt het terras van Hotel Beausoleil ongetwijfeld een schitterend panorama dat de naam van deze oversized chalet alle eer aan doet. Niet vandaag. Mijn eerste kennismaking met de skipiste - na een jaar - beperk ik tot de babypiste, de perfecte plek om weer wat zelfvertrouwen op te bouwen. Trouwens, zou het niet onverantwoord zijn bij nevel en mist dadelijk de hoogste toppen op te zoeken ? Enkele uren later zit ik zelf aan het stuur, ingeduffeld in vijf thermische lagen, gehelmd en gelaarsd. Geen haar op mijn hoofd dat eraan zou denken thuis, bij min 20, in het pikkedonker op mijn motorfiets te kruipen, maar voor een sneeuwscootertocht ben ik steeds te porren. Tenminste, als de gids geen angst heeft om gas te (laten) geven. In Saint-Sorlin is er alvast geen sprake van te strikte snelheidslimieten. Eerst draaien we voorzichtig achtjes aan de voet van de piste, maar eens we gashendel, rem en noodstop gevonden hebben, ligt de Col de la Croix de Fer - bekend van tourritten - voor ons open. De blauwe pistes die ik morgen op mijn snowboard zal afdalen, ontpoppen zich na sluitingstijd tot het ideale parcours voor een spannende rit bergop. Het schijnsel van de koplamp van de brullende machine toont een wereld in wit-zwart, ongenuanceerd en puur. In een mum van tijd zijn we op het hoogplateau, op 2000 meter. De scherpe silhouetten van het gebergte tekenen een duister universum, ver van de beschaving. We hebben het rijk voor ons. "In de zomer grazen hier onze koeien", vertelt gids Benjamin Deléglise, die zelf zijn seizoenen opdeelt in winter en landbouw. Dan draaien we het gas open en stuiven aan bijna negentig per uur door de sneeuw. Adrenaline ! Dat het stenen uit de grond vriest, ontgaat mij totaal. Saint-Sorlin, een gehucht van goed driehonderdvijftig zielen, is één van de zes dorpen die zich in 2003 verenigden tot Les Sybelles. Samen bieden ze ruim driehonderd kilometer pistes, voldoende voor een week. De sleutel tot het skigebied zijn de liften naar de piek L'Ouillon (2431m), de verbinding tussen de verschillende valleien. Aan de andere kant van de Col de la Croix de Fer ligt Les Perrons, met 2620 meter het hoogste punt. Hier heb je het mooiste panorama op Les Aiguilles d'Arves, l'Etendard en het machtige amfitheater van de Savoie. Bij helder weer zie je in de verte de Mont Blanc. Als matig skiër apprecieer ik ten zeerste dat vanaf deze hoogtepunten niet alleen rode of zwarte, maar ook blauwe pistes helemaal terug tot in de dorpen lopen, een hoogteverschil van meer dan 1000 meter. Na een dag op de latten biedt Saint-Sorlin net voldoende après-ski, met een bowling annex pub waar de chocolademelk heet is en de mojito ijskoud. Authentieker gaat het er aan toe in de Auberge de Turin, op vijftien minuten stappen boven het dorp. Het chalet net onder de Col de la Croix de Fer serveert Savoyaardse specialiteiten : fondue en la cloche, een gloeiende gietijzeren klok, best te vergelijken met een (kan het anders in de bergen ?) verticale steengrill. Elke winter lanceert een slimme ondernemer wel een nieuwigheid, die ik dan zo nodig dien uit te proberen. Maar ik heb al vervelender initiaties gekregen dan mijn eerste rit met de yooner, een hightechglijmiddel dat het midden houdt tussen een melkkrukje en een slede met een handvat. De zitpositie is comfortabel, de gebruiksaanwijzing simpel. "Denk aan een catamaran", zegt Marita. "Je benen zijn de vlotters, die zorgen voor stabiliteit. Niet met je voeten remmen ! Om te stoppen leun je achterover. Sturen doe je met je gewicht, net zoals op ski's." Ik grijp de yooner tussen mijn benen en vlieg de piste af. Echt sturen lukt niet al te best, maar gelukkig zit je zo laag bij de grond dat een val eerder plezierig dan pijnlijk is. Precies omdat je zo laag zit - in de glooiingen nauwelijks zichtbaar voor échte skiërs - blijft het yooneren beperkt tot enkele pistes. Misschien wel de simpelste manier om een berg af te dalen die ik al ooit probeerde. Smaakt naar meer. Aan de rand van Les Albiez, een naburig dorp, verzorgt Line Molbert een tiental ezels. "In de winter", verduidelijkt de dierenvriend. 's Zomers houdt ze op de bergweide wel dertig ezels, haar hele kapitaal. "In de zomer werken we vooral met kinderen die een pedagogische uitstap maken." In de winter begeven alleen waaghalzen zich hier, om te skiën achter een rennende ezel. "Joëring-skiis eeuwenoud en eenvoudig", bezweert Line terwijl ze haar dieren optuigt. "De teugels strak houden en kunnen 'ploegen' volstaat." Voorwaar, er bestaat zelfs een internationale competitie, met een wedstrijd op zondagnamiddag. In Les Albiez beleef ik de start van de Défi Rhône Alpes, een Joëring-skicompetitie met honden. Toch ben ik liever stuurman dan toeschouwer, zeker als er husky's te mennen vallen. Aan de kerk van Saint-Sorlin ontmoet ik Jeremy en Sylvie, gepassioneerde hondenliefhebbers. Terwijl Jeremy de honden in hun harnas spant, vertelt hij de geschiedenis van familiebedrijf White Forest. "Wij kweken de husky's niet. Integendeel. Al onze dieren werden door hun eigenaars verwaarloosd. Het klassieke verhaal : de schattige, pluizige pup groeit snel op tot een volwassen energiebom, barstend van levenslust. Dan kunnen de eigenaars ze niet meer aan. Zo komen ze bij ons in het asiel terecht." Het is niet de eerste keer dat ik op een hondenslee sta, en hopelijk ook niet de laatste. Sylvie geeft nog snel de instructies mee. "Regel één : nooit je slede loslaten, ook niet als je uit de bocht gaat en valt. Want de honden, die gaan ervandoor, of je nu op de slede staat of niet." Blaffend en springend laten ze hun ongeduld blijken. Tweede advies : "Sta met je volle gewicht op de rem." Zodra ik de rem los, schiet de roedel in stilte vooruit. De honden rennen zo hard ze kunnen, eerst op de vlakte aan de rand van het dorp, dan bergaf, de bossen in. In de bochten stuur ik zachtjes bij. Telkens we even halthouden, breekt de hel los. "Vooruit, laat ons rennen", blaffen ze me toe. Als het begint te sneeuwen, voel ik mij echt de kerstman op zijn ronde. Maar op de retour, als de aangename afdaling van daarnet een lichte klim wordt, hebben de husky's het zwaar. Om de helling op te raken, duw ik - zoals vroeger op een step - met één voet bij. Terug aan de kerk, ben ik even buiten adem als de dieren. De volgende dag verkas ik naar Les Albiez, het meest afgelegen van de dorpen van Les Sybelles. In het rustieke Le Talapet ontdek ik de échte 'agro-ski'. Drie gastenkamers, een gemeenschappelijke zithoek annex keuken en geen sleutel op de voordeur. Bij de boer voel je je onmiddellijk thuis. 's Zomers verschijnt op het ruime terras een openluchtzwembad, maar nu lopen diepe bandensporen in de sneeuw. Snowboard- en ski-uitrusting deponeer je in de schuur, naast de tractor, eg en ploeg. Veel landelijker kan het niet worden. Of toch. Tijdens een nachtwandeling met lampions, verkennen we het dorp. "Alle inwoners combineren twee jobs", zegt gids Alexandre. "De skileraar is schrijnwerker, de bestuurder van de pistenbully bewerkt in de zomer het land. Zeventig procent van de melk voor de lokale kazen komt van Les Albiez." Alexandre wijst op de solide onderkant van de muren uit natuursteen, en de vederlichte bovenbouw uit gevlochten hout. "Want de zolders moeten luchtig blijven voor het hooi." In deze traditionele architectuur is over alles nagedacht. "De koeien staan op stal langs de woonkamer, want ze produceren naast melk ook warmte. Op de zolder ligt stro, want dat isoleert." De gemeenschappelijke oven, waar de vrouwen om de veertien dagen brood bakten, ligt op veilige afstand van de houten huizen. "Om oud brood op een smakelijke manier te verwerken, vonden onze voorouders de fondue uit." Aan de rand van het dorp, weg van elk brandgevaar, staat een kleine chalet. "De gemeenschappelijke brandkast, waar de kostbaarheden van het hele dorp bewaard werden : eigendomsaktes, juwelen, geld én de beste zondagse kledij. Die kluis was nooit op slot, zo sterk leefde het gemeenschapsgevoel, zo ver ligt Les Albiez van de buitenwereld." Het hart van de vallei klopt in de kaasmakerij van de coöperatie van Beaufort, een kaas met erkende herkomst, de 'prins van de gruyères'. "Het resultaat van een van de laatste transhumances (seizoenstrek van vee) van de Franse Alpen", verduidelijkt kaasmaakster Fabienne Rosaz. "Elk jaar van juni tot september trekken de elfduizend koeien, robuuste rasdieren (Tarine en Abondance), naar de hooggelegen vlaktes." Honderd dagen grazen ze er op de alp. De kruidigheid van hun hoogtestage proef je in de kaas, die minstens vijf maanden rijpt. "We werken met de verse melk van vanochtend en met die van gisteravond", vertelt de kaasmaakster terwijl het witte goud verwarmd wordt in gigantische koperen kuipen. "Elke week worden de veertig kilo zware wielen gekeerd en ingewreven met zout." Net als bij goede wijn, blijft ook hier de productie per hectare beperkt. "Om aan de strenge kwaliteitseisen te voldoen, mag elke koe maximum vijfduizend kilo per jaar produceren." Waarvan één kilo in mijn koffer verdwijnt, vanzelfsprekend. TEKST EN FOTO'S JO FRANSEN"Als het begint te sneeuwen, voel ik mij op mijn hondenslee echt de kerstman op zijn ronde"