Ik heb het al zo vaak op televisie gezien, dat fijne apparaat, dat ik wil weten hoe het voelt er zelf mee aan de slag te gaan : de AK-47 ofte kalasjnikov. Zo moeilijk valt daar in België niet aan te raken. Te vlot, naar mijn zin, vind ik een man die bereid is mij te introduceren. We bevinden ons in de donkere catacomben van een Vlaams provincienest. Frivool spul ligt hier opgetast, van babyrevolvers tot bazooka's die zich moeilijker in sacochen laten proppen. De man monstert mij oppervlakkig, mijn schaapachtige blik stelt hem blijkbaar gerust. Een vergunning moet ik in elk geval niet bovenhalen, noch bewijs van goed gedrag. "Wat wil je eerst proberen ?", vraagt de man, zakelijk als een slager die mij laat kiezen tussen verschillende variëteiten worst. Aarzelend wijs ik naar de MP 40, de fameuze schmeisser waarmee ...

Ik heb het al zo vaak op televisie gezien, dat fijne apparaat, dat ik wil weten hoe het voelt er zelf mee aan de slag te gaan : de AK-47 ofte kalasjnikov. Zo moeilijk valt daar in België niet aan te raken. Te vlot, naar mijn zin, vind ik een man die bereid is mij te introduceren. We bevinden ons in de donkere catacomben van een Vlaams provincienest. Frivool spul ligt hier opgetast, van babyrevolvers tot bazooka's die zich moeilijker in sacochen laten proppen. De man monstert mij oppervlakkig, mijn schaapachtige blik stelt hem blijkbaar gerust. Een vergunning moet ik in elk geval niet bovenhalen, noch bewijs van goed gedrag. "Wat wil je eerst proberen ?", vraagt de man, zakelijk als een slager die mij laat kiezen tussen verschillende variëteiten worst. Aarzelend wijs ik naar de MP 40, de fameuze schmeisser waarmee des Führers soldaten ooit onze contreien onveilig maakten. "Ké", zegt de man, niet van het spraakzame type. Hij duwt patronen in de lader. Legt mij in 2 1/2 woorden uit hoe ik tijdens het schieten moet staan : licht voorovergebogen, als hield ik mij overeind tegen de wind. Tak. Tak-tak-tak. Het machinepistool braakt zijn vernielende lading. Lege hulzen worden uitgestoten. De geur van kruit slaat in mijn neus. De terugslag valt mee. Ik heb grasmaaiers gekend die zich moeilijker lieten bedwingen. "Doet deugd he", grijnst de man. "Wat kies je nu ?" Ik ga voor de thompson, de Amerikaanse tegenhanger van de schmeisser. Dood in een ander timbre : .45 ACP in plaats van 9 mm parabellum. Verder verschilt dit wapen weinig van zijn Germaanse tegenhanger. Hetzelfde, griezelige gebruiksgemak. Tak. Tak-tak. De kogels boren zich in de schietschijf, 25 meter verderop. "Lang niet slecht", mompelt de man met kennersblik. "Dit is ook een leuk gerief." Hij stopt mij een wapen in de hand dat naar de naam grease gun luistert, wat mij vaag doet denken aan de vetkuif van Travolta. De grease gun heeft een geestige eigenaardigheid : in de loop zit een luikje dat naar buiten kan klappen, als de kakklep van een hansop - om Reve eens te eren. Is het luikje dicht, dan staat het ding op veilig. Is het open, dan kan de hel losbarsten. Soms maakt een detail het hele verschil. Vervolgens probeer ik de stengun, de uzi en een mitraillette met een rond magazijn, die weggelopen lijkt uit een film met Al Capone. Ook de skorpion spuwt dood en verderf, ondanks zijn bescheiden lengte en relatief licht kaliber. Hij lijkt bij uitstek geschikt voor een roofmoord in Marseille uit een Franse gangsterfilm, waarin ook een Citroën DS kan figureren. In nog geen halfuur doorloop ik vuurwapengewijs de hele twintigste eeuw. Telkens weer verbaast mij de eenvoud van deze apparaten, de bijna vrolijke lichtvoetigheid waarmee ze hun dodelijke lading verspreiden. Het is niet moeilijk. Het is gemakkelijk. Bijna even simpel als in een videogame. Als ik een paar honderd patronen heb verschoten, telkens weer op diezelfde zwijgende schijven, begint het mij te vervelen. Kan ik nu eindelijk de kalasjnikov eens proberen ? " No problemo", zegt de man. Vermits de AK-47 oorlogsmunitie verstookt, moeten we daarvoor wel naar een andere baan. Hier is geen handig kabelliftje waarmee je de schietschijf (door ingewijden liefdevol siebel genoemd) elektrisch naar haar plaats kan laten glijden. Ik moet het ding zelf gaan ophangen, helemaal achter in het donkere hellegat. Intussen staat de man op mij te wachten, het indrukwekkende wapen losjes in de hand. Ik besef dat een minieme beweging van zijn vinger mij vol lood kan pompen. Het vervult mij met een gevoel van absolute weerloosheid. Mijn hart klopt ervan in mijn penis. Weet daarbuiten iemand waar ik ben ? De wapenhandelaar reikt mij de kalasjnikov aan. "Deze schiet wat nijdiger", zegt hij onverstoorbaar, waarop ik aanleg en het tak-tak-tak weer begint. Ik denk aan bin Laden, aan Al Qaeda en de Hezbollah. Ik weet nu hoe het is met een kalasjnikov te schieten : niet zo gek veel lastiger dan stofzuigen. "Hoe lang denk je dat een mens standhoudt tegen een automatisch wapen ?" vraagt een stem tussen mijn oren. "Eén hartslag ? Niet langer."Buiten schijnt de zon. Mensen lopen onverstaanbaar licht te winkelen.Jean-Paul Mulders