De geschiedenis van Saint-James is het verhaal van twee mannen, giganten in hun vakgebied. Ze gingen elk hun weg, gedreven door hun hang naar creativiteit: de gerenommeerde chef-kok Jean-Marie Amat, bij wie de Franse beau monde kind aan huis is, en Jean Nouvel, wellicht Frankrijks meest beruchte architect.

Toen Jean-Marie Amat in 1981 op zoek ging naar een gepast kader om zijn bijzondere kookstijl tot zijn recht te laten komen, stootte hij op een eenvoudige 17de-eeuwse woning van een wijnboer uit Bouliac. Wars van alle heersende modetrends wilde Amat zijn cliënteel een origineel menu voorschotelen, beïnvloed door de oriëntaalse en Marokkaanse keuken, met als voornaamste ingrediënten eenvoud en degelijkheid. Zes jaar later besliste hij er een hotel bij te bouwen, en ging hij op zoek naar een architect uit de streek. Een ontgoochelende ervaring, omdat geen van hen echt begreep wat Amat juist wou. Tot de vermaarde Franse architect en legende Jean Nouvel op het toneel verscheen. Deze opvallende figuur - altijd in het zwart gekleed, met een onafscheidelijke sigaar tussen de lippen - geniet een omstreden reputatie. Vriendelijkheid is niet zijn sterkste kant, en achter zijn ontwerpkeuze schuilt soms een bizarre filosofie. Zo zei hij eens over een klant: "Het is een afschuwelijke man, dus ontwerp ik een afschuwelijk gebouw voor hem." Een apart figuur in het architectenwereldje dus, maar met een indrukwekkend curriculum. Zo is hij de gevierde bouwmeester van het Institut du Monde Arabe en van de Fondation Cartier in Parijs. Nouvel is fanatiek aanhanger van de hightech-architectuur: hij houdt van staal en beton, is gefascineerd door technologie en computers, en haalt z'n inspiratie grotendeels uit het spel van licht en donker. Volgens Jean-Marie Amat de ideale persoon om zijn hotelideeën gestalte te geven. Resultaat is het in 1989 gebouwde Saint-James, één van de meest luxueuze en aparte hotels in de wijnstreek van Bordeaux.

Saint-James is niet zomaar een stopplaats voor reizigers, maar een comfortabel en origineel gastenhuis. Het telt 18 kamers en een grote eetzaal, verspreid over vier kleinere gebouwen. Nouvel speelt hier met de schijnbare dubbelzinnigheid van een rustiek en sober concept, voorzien van alle luxe. De vorm en de bruine kleur van het hotel, die doen denken aan oude tabaksopslagplaatsen en boerderijen uit de omgeving, zijn dan ook niet toevallig gekozen.

Het hotel vertoont meerdere gezichten: vanop afstand gezien, wordt het als het ware opgenomen in het landschap. Als je geleidelijk heuvelopwaarts wandelt, lijkt het een standplaats van woonwagens of een viertal gegroepeerde schuren. Nog dichterbij voel je de spanning, opgeroepen door het gebruik van verschillende materialen: roestige roosters en heldere glaswanden. In close-up ten slotte ontvouwt er zich een fascinerend spel van texturen en lijnen.

Het hotel is een uitstekende illustratie van wat Nouvel de vision fractale noemt. Door het donkerbruine traliewerk lijkt het gebouw van buitenuit een ongenaakbare vesting, verboden terrein voor vreemden. Vanbinnen doet zich het omgekeerde voor: alles is er gericht op openheid. Door de ascetische en minimalistische inrichting, gaat alle aandacht, terecht, naar het indrukwekkende uitzicht, zonder enige afleiding.

Gevangen in roestige roosters valt het licht straalsgewijs de parelwitte kamers binnen. Luxe staat hier niet gelijk aan dikke, wollige tapijten waarin je voeten wegzakken, of weelderig gevormde meubelen in Louis-stijl. Luxe betekent hier: ruimte. Heldere kamers met spierwitte badkamers, slechts afgescheiden door melkglas. Elk vertrek is verschillend van geometrie en inrichting, alleen het bedmeubel vormt een constante. Het is vervaardigd van gebleekt hout en lijkt wel een grote schoendoos die aan het hoofdeinde werd opengeklapt, om ruimte te maken voor de hoofdkussens en de leeslampjes. Een sobere, haast monastieke esthetiek met geraffineerd comfort. Voor de hotelgast een plaats om tot rust te komen, voor het personeel daarentegen een hels karwei om de kamers kraaknet te houden.

Alles wat de moderne gast aan comfort kan verwachten, is aanwezig: een Bang & Olufsen hifi-installatie, sateliettelevisie, telefoon, sensorlicht, uiteraard een rijkgevulde bar en zelfs een paar pantoffels. De vier verschillende blokken zijn met elkaar verbonden door een gaanderij, die ook als wisselende expositieruimte fungeert. De beroemdste kamer is die met de authentieke Harley Davidson vlakbij het bed. Naar verluidt zou dit ook de favoriete plek zijn van een andere beroemde architect: Rem Koolhaas. De Amerikaanse suite is de meest luxueuze, compleet met bubbelbad op het houten dakterras.

Om het plaatje volledig te maken, is er ook een zwembad en uiteraard het toprestaurant, waar de aubergines met gebakken kreeft door de chef-kok warm worden aanbevolen.

Saint-James: 3, Place Camille Hostein, 33270 Bouliac. Tel. (00-33) 5/57.97.06.00, fax: 5/56.20.92.58.

e-mail:stjames@atinternet.com - http://www.atinternet.fr./saintjames/

Thomas Bouman / Foto's : Sven Everaert