Het kleurrijke Parijse hotelletje van mevrouw Renée valt met geen ander te vergelijkenen wie niet bang is voor een originele toets, wordt er meteen verliefd op. "Toen we bijna veertig jaar geleden begonnen, was dit hotel een hippe tent. De gasten sliepen op matrassen, de kamerdeuren stonden altijd open, we hadden één douche voor het hele hotel en niemand reserveerde op voorhand. 's Morgens stonden ze gewoon allemaal met hun rugzak te wachten op de stoep tot de deuren opengingen." We zitten in de entree annex keuken onder een plafond met tientallen bosj...

Het kleurrijke Parijse hotelletje van mevrouw Renée valt met geen ander te vergelijkenen wie niet bang is voor een originele toets, wordt er meteen verliefd op. "Toen we bijna veertig jaar geleden begonnen, was dit hotel een hippe tent. De gasten sliepen op matrassen, de kamerdeuren stonden altijd open, we hadden één douche voor het hele hotel en niemand reserveerde op voorhand. 's Morgens stonden ze gewoon allemaal met hun rugzak te wachten op de stoep tot de deuren opengingen." We zitten in de entree annex keuken onder een plafond met tientallen bosjes gedroogde bloemen. Madame Renée zucht, kijkt door het openstaande raam en gaat door met strijken. "Nu komen ze allemaal met een valies en iedereen wil reserveren, terwijl ik een hekel heb aan reservaties. Mijn oude klanten komen nog wel langs, maar alleen om me te groeten, ze blijven niet meer voor de nacht. Ze logeren elders, zijn bourgeois en reizen nu ook met een valies." Hôtel de Nesle is een geval apart. Het is inmiddels gemoderniseerd en de hippe sfeer van toen heeft plaatsgemaakt voor kleur. Veel kleur. Elke kamer heeft zo zijn eigen thema en de muren lijken op levensgrote stripverhalen. "Het helpt om de Amerikanen de geschiedenis van ons land uit te leggen", zegt Renée, terwijl ze me een bos sleutels meegeeft om wat kamers te verkennen. Het is klimmen geblazen want de hoogste liggen op het vijfde en een lift is er niet. Ik ontdek de Egyptische kamer, de Molière met vuurrood baldakijn, la chambre africaine, waar bruin en donkergeel overheersen, of Antinéa, een kamer met een heuse, betegelde hammam. Maar uiteindelijk kies ik voor soberheid, al is dat een relatief begrip in dit hotel. Ik slaap in Mélanie, die door Renées zoon David werd gedecoreerd met Toile de Jouy, een paar oude kasten, een spiegel in een vergulde lijst en wel 25 kleinere lijsten met oude familieportretten, inclusief de traditionele blote baby op een schapenvacht. Het is er naar Parijse normen behoorlijk rustig en slechts één hoog, maar voor een plas of een douche moet ik wel de gang in. In het gastenboek staan enthousiaste commentaren van dokters, architecten, psychologen en schrijvers die zich er niet aan storen dat er geen ontbijt wordt geserveerd. "Ga bij Paul in de rue de Buci", zegt Renée 's morgens, maar uiteindelijk blijkt de barDauphine dichter en authentieker om er te midden van de ontwakende Parijzenaars een croissant met koffie te bestellen. En bij het afscheid geeft de hotelierster nog een laatste gouden raad mee : Les vrais routards ne réservent jamais. Hôtel de Nesle telt 20 kamers die aan 75 euro (douche, toilet op de gang) of 100 euro worden verhuurd, zonder ontbijt. Hôtel de Nesle, 7 rue de Nesle, 75006 Parijs, +33 143 54 6241, www.hoteldenesle.com, contact@hoteldenesle.comTekst en foto's Pierre Darge