Wanneer Van Damme in 1973 overlijdt, nemen broer en zus Moeyaert het bedrijf over. Maar het runnen van twee bedrijven valt hen zwaar en al snel wordt uitgekeken naar de hulp van de volgende generatie. René Collys, de zoon van Léontine, is op dat moment de enige mogelijke opvolger. Hij ruilt zijn ingenieursstudies voor een universitair economisch diploma en onmiddellijk na zijn legerdienst stapt hij in 1980 in het familiebedrijf, als general manager van San Martino. Het team telt slechts vijf mensen en er wordt grotendeels een beroep gedaan op externe krachten: Martin Vanmassenhove tekent de collecties, de heer Mortreu behartigt de commerciële belangen en bepaalt het imago. De synergie werpt haar vruchten af en in 1998 wordt een tw...

Wanneer Van Damme in 1973 overlijdt, nemen broer en zus Moeyaert het bedrijf over. Maar het runnen van twee bedrijven valt hen zwaar en al snel wordt uitgekeken naar de hulp van de volgende generatie. René Collys, de zoon van Léontine, is op dat moment de enige mogelijke opvolger. Hij ruilt zijn ingenieursstudies voor een universitair economisch diploma en onmiddellijk na zijn legerdienst stapt hij in 1980 in het familiebedrijf, als general manager van San Martino. Het team telt slechts vijf mensen en er wordt grotendeels een beroep gedaan op externe krachten: Martin Vanmassenhove tekent de collecties, de heer Mortreu behartigt de commerciële belangen en bepaalt het imago. De synergie werpt haar vruchten af en in 1998 wordt een tweede merk boven de doopvont gehouden: Giovane, mode voor een jongere doelgroep. René: De achilleshiel is zonder twijfel de opvolgingskwestie. Meestal is er in de eerste fase expansie en groei, maar dan is het aan de tweede generatie om het succes te bestendigen. Dat is niet altijd evident. In een holding of beursgenoteerd bedrijf worden de risico's meer gespreid. Het kader bestaat er vaak uit meerdere directieleden die elkaar aanvullen, hier rust alle verantwoordelijkheid op mijn schouders. Léontine: Maar in zulke directies discussiëren ze vaak nog voor er iets gezegd is. Iedereen vecht voor zichzelf. Als familie spreken wij dezelfde taal, we hebben hetzelfde doel voor ogen. Er is geen logge hiërarchie waardoor we flexibel zijn, sneller kunnen reageren. René: Ja, en eigenlijk zijn we één grote familie. Wij hebben werknemers in dienst die hier al dertig jaar werken. De klanten waarderen die continuïteit. Ze worden niet om de haverklap geconfronteerd met een nieuw gezicht. De keerzijde is wel dat je je als eigenaar bijzonder verantwoordelijk voelt voor je personeel. Als het familiebedrijf niet had bestaan, was ik misschien nooit in de modewereld actief geweest. Pas op, je hoort me niet klagen. Ik ben erg dankbaar dat ik kan voortbouwen op het verleden. Het is haast onmogelijk om in deze tijden van nul iets op te bouwen, de concurrentie is bikkelhard. San Martino is opgericht in een tijdperk dat nog alles mogelijk was en heeft met de tijd een trouwe clientèle voor zich gewonnen. Léontine: We proberen altijd voor iedereen goed te doen. Het lukt niet altijd, maar we proberen het toch. René: Ja, we hebben veel gemeenschappelijk. Men zegt vaak dat ik op mijn vader lijk, maar qua karakter lijk ik vooral op mijn moeder. Léontine: San Martino is de poort naar de toekomst. Als productiebedrijf staan wij met Comoba veel meer onder druk van de concurrentie uit de lagelonenlanden. Onlangs is de zoon van mijn broer in het bedrijf gestapt. Hij is net 24 - een generatie jonger dan René, die 46 is - en op zijn schouders rust een zware verantwoordelijkheid. Ik ben 78, maar kan voorlopig nog niet met pensioen. Het zal nog even duren vooraleer de continuïteit ook daar verzekerd is. René: Voor alle duidelijkheid: Comoba en San Martino zijn onafhankelijk. Ik kan alleen maar over San Martino spreken en voor mij ligt de uitdaging vooral in een bestendiging. We verdelen nu in een driehonderd multimerkenwinkels en willen dat zo houden. Wat de opvolging betreft: mijn twee kinderen zijn nog te jong voor plannen in die richting. Mijn dochter van zeventien is zoals elk jong meisje erg modebewust, maar dat maakt van haar nog geen manager. Als ooit blijkt dat haar interesse elders ligt, zal ik daar niet om treuren. Léontine: We zijn blijven vechten, ook in moeilijke tijden. René: Zeker. De Nederlanders zijn steeds meer Belgisch modebewust. Vroeger kochten ze vooral aan op de CPD-beurs in Düsseldorf, maar de Duitse mode is gestagneerd. Ze gaat niet meer mee met de tijd, is veel minder hip. Een alternatief zou Frankrijk kunnen zijn, maar de Fransen hebben een heel andere cultuur. Wij zitten op een kruispunt van culturen. We hebben ook een aantal spraakmakende ambassadeurs: Dries Van Noten, Ann Demeulemeester. Het is alleen te hopen dat de Antwerpse Modeacademie een nieuwe generatie voortbrengt.