Kinderen met indringende ogen lachen op affiches langs de weg naar Limon : " Ellos y ellas son Costa Rica". Dat is de toekomst van het land, maar ook de druk van een snelgroeiende bevolking op het natuurlijk milieu. Rondom is alles overdadig groen, zonet is het busje doorheen het regenwoud van Braulio Carrillo geslingerd, een van de vele natuurparken. Hoge bergen, kloven. Ook dat is Costaricaanse toekomst : natuur die toeristen lokt, zoals de nectar van een bloem kolibries aantrekt. Bij een brug vloeien rivieren samen : helder blauw, de andere moddergeel vol zwavel van de Irazú krater. In een zee van groen golft het vulkaanlandschap langs alle vegetatietypes naar de Caribische kust. Langs de weg groeien koffiestruiken, verderop strekken zich kilometerslang bananenplantages uit. Op de Finca Carmen 1 sorteren arbeiders in paz y armonia de trossen.
...

Kinderen met indringende ogen lachen op affiches langs de weg naar Limon : " Ellos y ellas son Costa Rica". Dat is de toekomst van het land, maar ook de druk van een snelgroeiende bevolking op het natuurlijk milieu. Rondom is alles overdadig groen, zonet is het busje doorheen het regenwoud van Braulio Carrillo geslingerd, een van de vele natuurparken. Hoge bergen, kloven. Ook dat is Costaricaanse toekomst : natuur die toeristen lokt, zoals de nectar van een bloem kolibries aantrekt. Bij een brug vloeien rivieren samen : helder blauw, de andere moddergeel vol zwavel van de Irazú krater. In een zee van groen golft het vulkaanlandschap langs alle vegetatietypes naar de Caribische kust. Langs de weg groeien koffiestruiken, verderop strekken zich kilometerslang bananenplantages uit. Op de Finca Carmen 1 sorteren arbeiders in paz y armonia de trossen. "Het is hard werk. Blanken wilden of konden het niet, Chinezen ook niet. Slaven uit Afrika en Jamaica deden het werk, vandaar de zwarte gemeenschap langs de kust. Het zijn onze basiseconomieën", zegt Seidy Sandi terwijl ze als gids zelf voor de opmars van die andere industrie zorgt : het toerisme, dat met koffie en bananen vecht om de titel van belangrijkste bron van inkomsten. Onderweg m'n eerste ontbijt, het klassieke gallo pinto met rijst en bonen, spiegeleieren, gebakken banaan, palmharten en een sausje dat ik de rest van de reis kwistig zal gebruiken : salsa lizano. In de lucht zweven wel vierhonderd prairiebuizerds. Het is herfst en migratietijd voor vogels uit Noord-Amerika. "Die vogeltrek zegt iets over ons landje." Ze is klein van gestalte, zwarte vlechten, jeansvest, het uiterlijk van een moderne indigena : "Costa Rica is het laatste stuk land dat uit de oceaan is opgerezen. Noord- en Zuid-Amerika waren gescheiden. Door beweging van de aardschollen en vulkanische activiteiten zijn eilanden ontstaan die de landengte van Centraal-Amerika hebben gevormd. Twee miljoen jaar geleden is Costa Rica geboren. Het is een biologische brug tussen twee continenten, met migraties en uitwisseling van soorten. Het resultaat is een enorme biodiversiteit. Daarom die nationale parken die voor ons volk zo belangrijk zijn : zuurstof, grote soortenrijkdom, een attractiepool voor wetenschappers en geïnteresseerde toeristen."Over land is Tortuguero onbereikbaar. Met een bootje varen we door een palmengalerij, over kronkelende wateren met flitsen van reigers en lepelaars, of over een breed kanaal zoals zelfs Venetië er geen heeft. Tortuguero, een moerassig regenwoud in het noordoosten tegen de Nicaraguaanse grens, is het land van de zeeschildpadden : op de oevers van de Caribische Zee leggen green turtles en leatherbacks hun eieren. "Eindelijk beschermd", zegt de gids in het bezoekerscentrum. "Ze hebben altijd moeten knokken voor hun overleving, maar de laatste decennia waren dramatisch : olie, visnetten, vervuiling. Vernietiging van hun habitat. En roof van de eieren door de mens. Terwijl het mysterieuze dieren zijn. In oude culturen draagt een schildpad de aarde op haar rug. Ze zijn meer dan honderd miljoen jaar oud : als groep hebben ze langer geleefd dan gelijk welk dier. Een beschermingsproject is opgestart door bioloog Archie Carr dat wij vandaag verderzetten met de Carribean Conservation Corporation. Sinds Tortuguero een nationaal park is, zijn de broedgebieden gevrijwaard. Vroeger aten de mensen de dieren om te overleven, nu hebben ook de dorpelingen geleerd dat een levende schildpad meer waard is dan het vlees van een dode. Van de zeshonderd bewoners werkt het gros in het toerisme of voor de bescherming van de schildpadden." Parkwachter Antonio is een van hen. Na valavond zijn we op weg. Een zwarte strook strand van meer dan 22 mijl met sporen in het zand, het moeizame pad tussen oceaan en de kuil waarin de tortugas hun eieren droppen. "Tussen juli en eind oktober leggen tot dertigduizend groene schildpadden eieren, om dan weer uit te zwermen naar Florida, Cuba en Venezuela. Ze hebben natuurlijke vijanden zoals gieren, katachtigen en neusberen, maar ook wij moeten voorzichtig zijn. We mogen ze niet storen. Als een dier aan land kruipt, maken we ons klein : buk je, stoor ze niet want ze zijn erg gevoelig. Bij het minste onraad keren ze terug en dumpen ze de eieren in zee. Merkwaardig is dat wijfjes pas na 25 tot dertig jaar naar deze stranden terugkeren om eieren te leggen. Dat betekent dat ze bij het uitkomen uit de schaal deze plaats in hun geheugen moeten opslaan. We weten niet hoe ze dat kunnen. Eens ze eieren leggen, gaan ze in een soort trance en kan je ze vrij dicht benaderen. Maar blijf stil, geen kunstlicht of foto's." In het spoor van Antonio loop ik door het duister, hij inspecteert kuilen en is op zÆn hoede voor een vage schim. Maar ik zie alleen een fonkelende sterrenhemel, het seizoen loopt ten einde en we vinden niets. Ontgoocheld ga ik naar bed. Ik heb ze niet gezien, die oude dames die de wijsheid van de zee beschermen.Andere gasten van de lodge vertellen uitbundig over de schildpad die ze rond middernacht hebben ontdekt, een kolos van bijna één meter, die meer dan honderd eieren heeft gelegd. Ontstemd zit ik in de boot die een tocht over de kanalen maakt : dit is toch een van de beste gebieden om schildpadden waar te nemen. Maar al vlug heb ik oog voor andere dingen. Hoewel, het is het oor dat eerst ontwaakt : de vreemde stilte van het woud, zacht golvend water, geritsel in het groen, het huilen van de brulapen, de plotse schreeuw van een vogel. Zo begint het altijd, het festijn van een ochtend dieren en vogels zoeken. Dansende mangrovezwaluwen, de eerste toekan, een halsbandarassari met roodgele borst. Hoge bomen spiegelen zich langs de waterkant, een wildernis van planten, cecropia's met vijfvingerige bladeren. Montezuma's oropendola's vliegen voorbij, een tijgerroerdomp staat op een stronk, op een tak zit met gespreide vleugels een slangenhalsvogel, onbeweeglijk en sierlijk. Een schuwe fuutkoet verbetert m'n humeur, terwijl slingerapen hangend aan hun grijpstaart naar fruit zoeken. " Chocuaco", fluistert Seidy. Geruisloos varen we onder overhangende boomtakken door. Het is muisstil. Eindelijk, op een paar meter boven me roesten twee zeldzame schuitbekreigers. Geen schildpad gezien, maar toch een geslaagde dag. Rechte straten van de hoofdstad, elektriciteitsleidingen en reclameborden, roekeloos verkeer : er is niet veel dat me in het drukke San José houdt. Het Goudmuseum of het Teatro Nacional, met gevel en pronkzaal, marmeren beelden en historische taferelen vol fouten, een even kitscherig als mooi restant van een verleden van rijke koffieboeren en grootgrondbezitters die groot geworden zijn in het zog van de United Fruit Company.Op een terras bestel ik een koffie. " Cafesito", corrigeert de barman. Als het maar een verkleinwoord is, want Costaricanen koesteren de vrolijke gewoonte om alles te verkleinen. Klein van gestalte noemen ze zichzelf ticos, een afkorting van hermaniticos, 'kleine broer' zoals Costaricanen zichzelf en hun medeburgers noemen. Tico voor de mannen, tica voor de vrouwen, het is geen scheldnaam maar de vriendelijkste geuzennaam ter wereld. Ze zijn onafhankelijk sinds 1821. Sinds 1948 is het land grondwettelijk zonder leger. Het makkelijk verbreide beeld is dat al dat geld nu naar opvoeding en gezondheidszorg vloeit. Tussen het arme Nicaragua en het land dat nu eindelijk eigenaar is van het Panama-kanaal is Costa Rica een welvarend, democratisch en vredig land. Alleen begon de geschiedenis niet met de uitroep van Colombus : " Que costa rica" (Wat een rijke kust), want zijn ontdekking op 18 september 1502, die nu gevierd wordt als de Dia de las Culturas, was de aanzet tot de vernietiging van de pre-Columbiaanse culturen. Als ik ergens in het woud van Carara een potscherf opraap, tussen de geluiden van manakins en tangara's, en weet dat in die zompige bodem meer dan duizend jaar oude graftombes onder rottende bladeren liggen, is dat een wonderlijke gewaarwording. Vandaag zijn de indigenas - indio is allang een scheldnaam - met minder dan tienduizend zielen, die in afgelegen reservaten in de bergen van Talamanca overleven. Er rest weinig of niets : geen pre-Columbiaanse ruïnes, geen koloniale gebouwen. De troef, dat is al duidelijk de eerste dag, is de rijke natuur die haar veelzijdigheid dankt aan gunstige factoren. Een landbrug tussen twee continenten maar ook tussen twee wateren, de Stille Oceaan en de Caribische Zee, met daartussen cordilleras, bergketens met dode en actieve vulkanen. Een tropisch klimaat met veel regen, zeestromingen en winden, een veelheid aan vegetatietypes en temperaturen op verschillende hoogten. Droog bos, mangroves, regenwoud, bergbos, nevelwoud en paramo. Het resultaat is dat op een kleine oppervlakte van 51.000 vierkante kilometer vijf procent van alle levende organismen leeft : 850 vogelsoorten, 350 reptielen en amfibieën, 120 kikkers, tienduizenden insecten, mieren, kevers en vlinders, 250 zoogdieren waaronder honderd vleermuizen, 1200 orchideeën, bomen en planten in een oneindige variëteit. Costa Rica is een explosie van leven. De granieten kerk van de oude hoofdstad Cartago is een ruïne. Zes keer is ze vernield door een aardbeving, één keer minder is ze heropgebouwd. Daarna hebben de mensen haar zo gelaten en er een parkje in geïntegreerd.Een kronkelweg trekt de mist in, boven op de kraterwand is het zicht nul : op een hoogte van 3432 meter verdwijnt de Irazú in het niets. Gidsen zeggen dat je moet wachten op een windstoot die hemel en krater even openscheurt, maar het mag niet baten. Natte wolken en ondoordringbare mist doen me afdruipen, maar niet zonder dat ik twee nieuwe vogeltjes heb ontdekt : roetlijster en vulkaan- junco. In Costa Rica is geen enkele tocht vergeefs. Van de Poás, de andere vulkaan bij de hoofdstad, zeggen ze dat hij met een krater van 1500 meter de grootste mond ter wereld heeft. Maar ook nu verstoren regen en dikke nevels het zicht. Weerom een paar vogels, voor de rest zie ik in het winkeltje op postkaarten hoe impressionant de krater en het groene meer zijn. Toch geen derde keer ? De Arenal ligt verborgen in een wolkenmeer. Overal vogels, twee soorten toekans met hun klagende roep. Rond een bloemenstruik zoemen tientallen kolibries. Ik houd m'n oog afwisselend scherp op de razendsnelle vogeltjes maar ook op de kegel van de vulkaan die nu helemaal vrij is. Terwijl ik vertwijfeld probeer de picaflores of bloempikkers te identificeren, gebeurt het : gerommel, een doffe plof, een galm van een uiteenspattende gasbel, ik kijk omhoog en krijg op een presenteerblaadje mijn eerste eruptie cadeau. Een grijze wolk van lava en as spuwt de hemel in, wolken groeien en zwellen, het is het beeld van een atoombom, een kuch van moeder aarde die zichzelf opblaast, groter en hoger wordt en dan zachtjes uitsterft in een rookpluim die zich als een sluier door de blauwe lucht slingert, terwijl onzichtbaar vanop deze afstand gruis en lavabrokken van de steile hellingen rollen, ongevaarlijk voor de verbaasde kijklustige, of ben ik een ramptoerist ? Het is een zwakke afspiegeling van de uitbarsting in 1968, maar ook een aanwijzing dat de vorming van de Centraal-Amerikaanse landengte nog niet is afgesloten. Nog altijd zoemen de kolibries rond, ik sta daar verbaasd en tevreden, tot een huilende Howler monkey me uit m'n betovering verlost. Geen Irazú, de krater van de Poás potdicht, maar deze uitbarsting maakt alles goed. Met Inge en Xavier Decock speel ik een partijtje biljart, terwijl de branding van de Pacific sterft op het strand. Palmen, luxueuze kamers, tropische weelde, een ontspannen sfeer. Samen baten de jonge West-Vlamingen het stijlvolle Tango Mar uit, een hotel langs het strand van het schierieland Nicoya, een perfecte rustplaats tussen de vele ontdekkingen door. Vroeg gaan slapen, vroeg opstaan : ook dat is een uiting van pura vida, wonderlijk leven, de gevleugelde woorden waarmee Costaricanen antwoorden als je hen vraagt hoe het met hen gaat. Bovendien is pura vida zowat de beknoptste filosofie voor dit land : intense beleving van het straatleven, de rijkdom van de natuur, geluiden en kleuren, de pracht van landschappen, de verwondering over dieren en vogels, een gevarieerde keuken en stijlvolle verblijven. Krijsen van papegaaien : een geluid dat zo anders is dan het getreur van kooivogels, want wat hun roep ook mag zijn - paarvorming of communicatie -, er zit ook altijd die bijklank van een vrije vlucht in. Daarom kijk ik graag naar parkieten, amazones en ara's, allemaal prinsen van de tropen, letterlijk vogelvrij. Ochtend dus, op het terras van de kamer heb ik uitzicht over de baai van Quepos, het regenwoud is vlakbij. Hotel Parador, nog een adres voor stijlvolle luxe, ligt hoog boven het bladerdak en kijkt uit over de kustlijn. Daar zitten ze : een drieteenluiaard in een cecropia, in een andere boom een coatimundi of neusbeer, vogels in alle kleuren, van de roodkruinspecht tot de purpermaskertangara. Gisteravond in de schemering luisterde ik naar een duet van twee lachvalken : het was alsof ze grappen vertelden en onze mensensoort in zijn vrolijke momenten imiteerden. En plots een troep doodshoofdaapjes, een absolute zeldzaamheid : hun leefgebied is beperkt tot de nationale parken van Manuel Antonio en Corcovado. Mono titi, zeggen ze hier : nauwelijks dertig centimeter groot, oranjekleurig met bleke snoetjes alsof ze weten dat ze op de rode lijst van uitstervende dieren staan. Een reis van nationaal park naar nationaal park. Zoals Tortuguero is Corcovado onbereikbaar over land. Legenden spreken over verboden land, het schiereiland Osa dat enkel bij gunstige weersomstandigheden met een stevige boot bereikbaar is. De riviermonding, de branding van de onstuimige oceaan, wilde golven en opspattend water : we moeten er doorheen, een kustlijn van eindeloos regenwoud. Corcovado is het einde van Costa Rica, de meest afgelegen plek. Een geschenk van de goden, ongerepte natuur vol geheimen. Het is zoals elders : wat bij ons spaarzaam in potten staat, groeit in overvloed. De verwondering is veelzijdig : geluiden of dreigende stilte, licht of donker, insecten en muggen, zingende vogels die onzichtbaar zeer nabij zijn, de stank van wilde varkens waarvan je een glimp opvangt als ze in groep voorbijtrekken, planten en overweldigende bomen, torenhoog of bezaaid met bromelia's en epyfieten, een slapende boa ineengekronkeld op een tak, mierenlegers die in gedisciplineerde rijen bladeren naar hun nest zeulen, een rottende bodem waar af en toe gefilterd zonlicht op neerdwarrelt, de magie van een woud waar een koppel briluilen zit te slapen, matapalos of boomwurgers die zich rond stammen kronkelen, fladderende schoonheden die in het Spaans mariposa heten, een fluorescerende Blue Morph of de uilvlinder, reuzenvarens en gifkikkers, vochtige temperaturen, klauwende boomkruipers, modderpoelen en lianen en mossen als spookgordijnen, een wereld even onheilspellend als bekoorlijk, dreigend en mysterieus. "Baldazo", zegt Monica. Dat is lokaal woordgebruik voor hevige regen. Het is een van de meer dan duizend costariqueñismos die door de Real Academia zijn aanvaard als algemeen beschaafd Spaans. Baldazo : zware regenval. Bliksems in de nacht. Vochtige ochtend, dampen, de hemel klaart langzaam op. Op stap met Monica en Didier, ondanks hun Europees klinkende namen volbloed ticos, door een groene zee van heliconias, orchideeën, onbekende planten, aronskelken, gembers en boomreuzen. Een wandelende palm met lange wortels die zich beetje bij beetje verplaatsen, één meter op tien jaar, in een eindeloos gevecht voor licht en zon. En vogels natuurlijk, toch weer ongelooflijk mooie vogels. Manakins voorop : blue-crowned, zoÆn klein zwart vogeltje met een diepblauwe kruin, huppelend en dansend. Je moet ze zien om hun schoonheid te begrijpen. Of de red-capped manakin, het is pure estetiek : zwart lijfje met gele sokken en een vuurrood kopje - Belgische tricolore. Ook alle apensoorten van Costa Rica krijg ik in de kijker : brul- en slingeraap, de kapucijnaap en nog eens het doodshoofdaapje. Vier soorten, dat is me zelfs in Afrika nooit gelukt. Het ochtendvogelen zit er bijna op. We maken ons op om terug te keren voor het ontbijt als plots de gastvrouw van de lodge komt aanlopen en zegt dat we ons naar het strand moeten haasten. "Baula, baula ! Tortuga !" Daar zijn we net op tijd om dertig leatherbacks te zien uitkruipen, schildpadjes met lederen schild die uitgroeien tot 's werelds grootste zeeschildpadden. Zwart en een beetje grijs in het zwarte zand. De ontgoocheling over Tortuguero is in een wip verdwenen. Tot mijn verbazing rennen de diertjes niet in hels tempo naar zee om te ontsnappen aan potentiële rovers. Ze nemen alle tijd en kijken versuft naar de grote zandvlakte die hen van het water scheidt. We zijn alleen, een paar mensen op respectabele afstand van de pasgeboren schildpadden. Geen gieren, krabben of neusberen. Langzaam slenteren ze naar zee en laten een minuscuul spoor achter, ribbels van hun voorpoten waarmee ze zich richting groot avontuur bewegen. Even ben ik alleen met een van de dieren : ik een reus, hij of zij een kwetsbaar dier dat in m'n handpalm zou passen, een dier dat in luttele seconden het strand in zich opneemt om hier misschien ooit, over dertig jaar, eieren te leggen, op een strand dat gebukt ligt onder dreigende regenwolken en door ruige golven wordt overspoeld. Nog een paar meter, daar ligt de oceaan, de afstand tussen ons wordt groter, de kleine lederschildpad in dit weidse landschap, in een kosmische harmonie zoals Blaise Pascal ze heeft geroemd en ik ben ontroerd, tot een golf dermochyles coriacea overspoelt en meesleurt naar de geheimen van de zee. En nu het stevig ontbijt, uiteraard met rijst en bonen. TE ZIEN- Bijna een kwart van het land is natuurgebied, opgesplitst in parques nacionales en reservas biologicas, die alle ecosystemen omvatten en makkelijk bereikbaar zijn. Elk met een specifieke vegetatie, neerslag en klimaatzone is het dieren- en vogelleven rijk en afwisselend. Een greep uit de belangrijkste natuurgebieden: Tortuguero (regenwoud en strand met schildpadden), Braulio Carrillo (bergachtig regenwoud), Monteverde (nevelwoud, voor de quetzal, een van de mooiste en meest mythische vogels ter wereld), Carara (rond vijf uur in de vooravond trekken ara's over de brug van Tarcoles), Manuel Antonio (het kleinste maar drukste park), Corcovado (meest afgelegen regenwoud), Chirripo (hoogste berg) en La Amistad (grootste park, samen met Panama). - Ook de vulkanen zijn een troef: Arenal, die geregeld uitbarst, de parken van Irazú, Poás en Rincon de la Vieja. - Monumento Nacional Guayabo, met restanten van de Huetares-cultuur. - San José met winkelstraten, parken en markten, Teatro Nacional, Museo de Oro. - Inbioparque bij San José, een introductie tot de natuur van Costa Rica. PRAKTISCH- Het droge seizoen loopt van eind november tot eind april: de beste reistijd, maar het ook het drukst. De wintermaanden zijn regenmaanden, maar in de praktijk is dat vaak niet meer dan een fikse regenbui in de late namiddag. Ze zijn minder druk, maar sommige bestemmigen zijn ontoegankelijk of gesloten. - Geen visum, wel een reispas die nog zes maanden geldig is na aankomst.HOTELSOvernachtingsmogelijkheden zijn gevarieerd: van eenvoudige verblijven tot luxueuze lodges en hotels. Zowel rond San José als nabij de natuurparken liggen de hotels in groene omgevingen: het modernistische Xandari in een tuin tussen kunst en koffieplantages, Laguna Lodge tussen de wateren van Tortuguero, Montaña de Fuego met zicht op de Arenal, Monteverde Cloud Forest Lodge te midden de nevelwouden en Villa Lapas langs een rivier in het woud van Carara. Uniek en extreem afgelegen ligt Casa Corcovado in een regenwoud aan zee. Twee hotels aan de Stille Oceaan zijn luxueuze buitenbeentjes: Tango Mar baadt in een ongedwongen sfeer, Hotel Parador is stijlvolle elegantie in een historisch decor. INFO- Iberia ( Tel. 02-720 21 06) vliegt dagelijks vanuit Zaventem via Madrid en Miami naar San José. - Cosmic Travel biedt in samenwerking met het lokale Camino Travel zowel georganiseerde rondreizen, fly and drive-formules als individuele reizen op maat. Voor inlichtingen: Tel. 053-64 53 33. Brochures bij de reisagent. - Ambassade van Costa Rica: Louisalaan 489/23, 1050 Brussel, Tel. 02-640 55 41.Tekst en foto's Mark Gielen