Iets ten westen van Los Angeles ligt een groene heuvelachtige streek. Lang geleden droeg de vallei de Spaanse naam Conejo Valley, vanwege de overvloed aan konijnen. Na 1965 werd het gebied omgedoopt, Thousand Oaks verwijst naar de grote hoeveelheid eiken, die zijn tenminste standvastiger dan de konijnen. Maar het had net zo goed Eichler City kunnen zijn, als hommage aan Joseph Eichler, de projectontwikkelaar die in de jaren vijftig en zestig een revolutie teweegbracht en hier tientallen woningen bouwde. Veel Eichler-huizen hebben de jaren overleefd. Toen werden ze verkocht tegen een dikke negenduizend dollar, vandaag gaan ze het veertigvoudige.
...

Iets ten westen van Los Angeles ligt een groene heuvelachtige streek. Lang geleden droeg de vallei de Spaanse naam Conejo Valley, vanwege de overvloed aan konijnen. Na 1965 werd het gebied omgedoopt, Thousand Oaks verwijst naar de grote hoeveelheid eiken, die zijn tenminste standvastiger dan de konijnen. Maar het had net zo goed Eichler City kunnen zijn, als hommage aan Joseph Eichler, de projectontwikkelaar die in de jaren vijftig en zestig een revolutie teweegbracht en hier tientallen woningen bouwde. Veel Eichler-huizen hebben de jaren overleefd. Toen werden ze verkocht tegen een dikke negenduizend dollar, vandaag gaan ze het veertigvoudige. Deze woningen zijn hot, een gewild object voor liefhebbers van jaren-vijftigarchitectuur. Marty Johnson had het geluk er een te bemachtigen. Het toeval, of preciezer : haar dochter Nina, hielp een handje. En daarmee vond ze het perfecte decor voor haar uitgebreide collectie meubelen uit de jaren vijftig. "Ik heb jarenlang in New York gewoond en gewerkt als prop stylist en set designer in de filmbusiness. Onze loft in Soho was ingericht met meubelen die ik uit mijn academietijd had overgehouden. Elk jaar na de examens struinde ik met Brock, mijn vorige man, alle containers af. Studenten die van de campus vertrokken, lieten vaak perfecte meubelen achter. Allemaal spullen uit de jaren vijftig die ze van thuis hadden meegenomen. We bezochten ook de tweedehandsmarkten op de hoek van 26th street en hebben zo onze verzameling aardig uitgebreid." De voorliefde voor fifties en sixties heeft ze van haar moeder geërfd. Die was behoorlijk vooruitstrevend en richtte het huis in New Hampshire in met modern meubilair en Marimekko-prints. Marty : "Het is de enige stijlperiode waar ik echt van hou en ik ben die ook aardig trouw gebleven, op een korte uitschuiver na : de punk in de jaren tachtig. De midcenturylook van de jaren vijftig heeft een zekere eenvoud en is pretentieloos. Door het gebruik van warme houtsoorten is het bovendien heel toegankelijk. Ik vind het 'eerlijke' vormgeving. Vooral de meubelen van George Nelson, Paul McCobb en Hans Wegner, maar ook in de ontwerpen van Ray en Charles Eames is dat goed zichtbaar. Die karakteristieke uitstraling, daar zoek ik naar." Zo'n karakteristieke verzameling verdient een gepaste omgeving. Marty : "Eichler-woningen zijn in Amerika echt een begrip. Hij ontwikkelde moderne, betaalbare woningen voor de suburbs. In de omgeving van LA heeft hij er zeker vijfhonderd gebouwd, een kwart daarvan in Thousand Oaks." Als gevolg van de babyboom en de economische vooruitgang in de States bleef er in de stadscentra te weinig ruimte voor de Amerikaanse burgers, met name voor de middenklasse. Daarom stimuleerde de overheid de verhuizing naar de suburbs. De Housing Act van 1949, een programma voor architectuur en sociale woningbouw, zette een ware volksverhuizing naar de buitengebieden in. Een geslaagde woning in een leefbare omgeving, dat werd een prioriteit voor het Amerikaanse gezin. De architecten moesten het bewijs leveren dat in het naoorlogse Amerika voor een laag bedrag gezinshuizen voor de middenklasse gebouwd en ingericht konden worden. Veel ontwerpen werden aangedragen en tussen 1945 en 1966 ook daadwerkelijk uitgevoerd. De decennia na de Housing Act waren een lange zoektocht om 'het goede leven' tot bij de burger te brengen. De ontwikkelaars beoogden de ideale, maar betaalbare combinatie van moderne materialen, design, ambachtswerk, allerlei kunstvormen en bouwtechnieken. Dat was ook de drijfveer van Eichler, die voornamelijk in de omgeving van San Francisco en Los Angeles projecten had lopen. Hij werkte in die periode vaak samen met architecten als RobertAnshen, William Stephen Allen, Frederick Emmons en Quincy Jones. Die laatste twee zijn de ontwerpers van Marty's huis. Alle Eichler-woningen hadden eenzelfde, bijna identieke plattegrond en indeling : stuk voor stuk hadden ze een verdieping met daarbovenop een hellend dak. Opmerkelijk waren de post and beam-construction, de centrale open binnentuin en de open, transparante indelingen van ruimten. De keuken werd het centrum, met daarnaast een apart eetgedeelte en een multipurposed room. Verder werden zoveel mogelijk kasten en functioneel meubilair ingebouwd en weggewerkt. Met als resultaat een toonbeeld van modern indoor-outdoor living. En door de houtskeletbouw konden ze ook snel gebouwd worden. "Na mijn scheiding met Brock wilde ik naar Los Angeles verhuizen, via via wist ik waar Eichler-woningen te vinden waren", vertelt Marty. "Eric Johnson, mijn nieuwe man, en ik zijn vaak op huizenjacht geweest in Thousand Oaks, maar als er een te koop kwam, was de vraagprijs ver boven ons budget. We dachten er al aan elders te beginnen speuren, maar mijn dochter drong er die bewuste dag op aan om gewoon in de buurt rond te rijden. Kriskras door de straten." "Zo draaiden we toevallig op het allergelukkigste moment Fordhanm Avenue in. Daar zagen we een makelaar een Te Koop-bord uit zijn auto halen. Wij stopten abrupt en sprongen uit de auto. Het bord bleek voor een Eichler-woning bestemd. Dat stond al twee jaar te koop, maar de verkopers hadden er geen ruchtbaarheid aan gegeven. Wij deden ter plekke een bod. Door hun onwetendheid over de waarde van een Eichler kregen we het voor een schappelijke prijs." n Marc HeldensNina kan levenslang haar aandeel in de Eichler-vondst in de verf zetten.