In de badplaatsen Kep en Kampot aan de Golf van Thailand kunnen toeristen genieten van fijne zandstranden met kokospalmen en schilderachtige huisjes met alle comfort in een typisch decor van de zuidelijke zeeën." Deze idyllische beschrijving uit een aardrijkskundeboek van begin de jaren zeventig is nu nauwelijks nog van toepassing op de badplaats Kep. Spreekt Kampot, de grote naburige stad waar dagelijks markt wordt gehouden, nog enigszins tot de verbeelding met zijn boulevards en restanten van koloniale architectuur, bij het binnenkomen van Kep is de eerste indruk er toch een van vergane glorie.
...

In de badplaatsen Kep en Kampot aan de Golf van Thailand kunnen toeristen genieten van fijne zandstranden met kokospalmen en schilderachtige huisjes met alle comfort in een typisch decor van de zuidelijke zeeën." Deze idyllische beschrijving uit een aardrijkskundeboek van begin de jaren zeventig is nu nauwelijks nog van toepassing op de badplaats Kep. Spreekt Kampot, de grote naburige stad waar dagelijks markt wordt gehouden, nog enigszins tot de verbeelding met zijn boulevards en restanten van koloniale architectuur, bij het binnenkomen van Kep is de eerste indruk er toch een van vergane glorie. In die toestand troffen Boris Vervoordt en Jef Moons deze badplaats aan toen ze in juli 2002 een motortocht maakten, zoals ze sindsdien altijd doen als ze in Cambodja zijn. Die zomer was het hun eerste rit. "Ik had net een moeilijke periode achter de rug", vertelt Boris Vervoordt. "Negen maanden na de aanslag op de Twin Towers op 11 september heerste er een sombere stemming in Europa." De zoon van de bekende antiquair moest voor zaken in Azië zijn en meestal gaat de tocht dan naar China of Thailand. Nog tijdens zijn studie werd hij al ingewijd in de delicate kunst van het aankopen van oude spullen. Nu draait hij volledig mee in de familiezaak en superviseert een groot deel van de decoratiewerken in het buitenland. Ondanks zijn grote liefde voor Azië was hij nog nooit in Cambodja geweest. Jef Moons vervoegde hem in Bangkok. Daar kochten ze een ticket naar Siem Reap, de stad die opgerezen is naast Angkor Vat en de vele tempels die getuigen van de rijke geschiedenis van de Khmer. "In China was net het eerste geval van SARS opgedoken", gaat Jef verder. "Wat ons toen vooral opviel was de ontembare energie van de Aziaten. Niemand ging bij de pakken zitten, ook al liep het toerisme, de motor van de economie in dit gebied, toen zienderogen terug."Net als elke nieuwsgierige reiziger wisten de twee vrienden bij aankomst nog niet precies wat ze zouden gaan doen. Hun programma zou zich vanzelf wel vullen naarmate ze meer mensen zouden ontmoeten. Hun voortreffelijke gids liet hen niet alleen mooie, minder bekende tempels zien, zoals de Mebon Oriental en de fresco's van de Bayon, maar vertelde hen ook honderduit over zijn land. "Op zeker moment wilden we gewoon een paar dagen op het strand doorbrengen toen een barman in het hotel ons het gebied rond Kep aanraadde en ons vertelde over Nicolas, de Franse eigenaar van het hotel Champey Inn."Vanuit Phnom Penh namen de twee reizigers een taxi, het enige goed geregelde vervoer hier, en reden naar Sihanoukville, de havenstad die tegenwoordig Kompong Som heet. Daar huurden ze allebei een motor en zetten koers naar Kep, dwars door landschappen vol rijstvelden. "De weg was toen niet meer dan een zandpad. Je kunt je haast niet voorstellen dat er in dit land in de jaren vijftig en zestig een degelijk wegennet lag. Op de heuvel met uitzicht op zee stond zelfs een vrij modern koninklijk paleis. Dat wordt nog steeds onderhouden, maar er is al heel lang niemand van de koninklijke familie meer geweest."Een paar honderd meter voor hun hotel stopten ze voor een vervallen gebouw, een schitterend ontwerp uit de jaren vijftig of zestig, dat naar verluidt nog door Le Corbusier werd getekend. "Eigenlijk wordt het toegeschreven aan volgelingen van Le Corbusier", aldus Boris Vervoordt. "De bekendste is Vann Molyvann, een van de boegbeelden van het modernisme in Azië. Ook was hij de vaste architect van koning Norodom Sihanouk, voor wie hij bijvoorbeeld het olympisch stadion ontwierp. Het land verkeerde toen nog in de roes van de herwonnen onafhankelijkheid na de beëindiging van het Franse protectoraat in 1953."Niet ver van de Champey Inn en naast de plaatselijke krabbenmarkt - een rij kraampjes voor lokale klanten en een handvol toeristen - stond een huis van Vann Molyvann te koop. Op de verkleurde muren was nog een zweempje blauw te zien. Het huis stond aan de rand van een rechthoekig perceel met aan één kant de zee. Dat bracht de twee reizigers aan het dromen van een eigen huis in de Golf van Siam. "We zagen er meteen de mogelijkheden van in," legt Jef Moons uit, "en dachten dat we er wel een lodge van zouden kunnen maken. Eén huis was echter niet genoeg. Daarom zijn we toen langsgegaan bij de vicegouverneur, die dichtbij woonde, en hebben onze plannen en onze toekomst in zijn handen gelegd. We vroegen hem om namens ons te onderhandelen over de aankoop van de twee huizen links en rechts van 'onze' blauwe woning."Drie dagen later was de zaak beklonken en kon de koopovereenkomst worden ondertekend en worden bezegeld met een voorschot van slechts 1000 dollar, snel gewisseld op de markt van Kampot. Tussen de bedrijven door had de Franse hotelhouder hun een advocaat aanbevolen om hen te vertegenwoordigen en tevens de naam van Françoise Lavielle gegeven, een bevriende Franse architecte uit Phnom Penh. Want net als van de tientallen huizen uit diezelfde periode in Kep was er ook van de drie woningen slechts een skelet van beton en wat bakstenen over. De communistische Rode Khmer hadden ook hier huisgehouden en alles vernietigd dat ook maar vagelijk aan het Westen deed denken en afweek van de etnische zuiverheid die dit beruchte regime nastreefde. Boris en Jef verdeelden de taken. Boris nam de verbouwing voor zijn rekening, Jef het technische deel, van de inrichting van het zwembad tot de installatie van een generator wegens het ontbreken van elektriciteit in de regio. De renovatie - inclusief de bouw van een nieuw huis - nam ruim twee jaar in beslag. Al die tijd was er voortdurend meer dan tachtig man in de weer. "Alles wordt hier met de hand gedaan. Het enige elektrische gereedschap dat ik heb gezien was een kleine cirkelzaag", herinnert Jef zich. "Neem nu de badkamers. Al het granito daar is volledig met de hand gepolijst. Op de vloer moesten overal vier lagen kalk worden gegoten, en met de hand geschuurd. Bovendien kwamen we voor een paar verrassingen te staan, zoals bij elke verbouwing. Zo kwamen we er al snel achter dat het blauwe huis zo op de kale grond was neergezet. Dat betekende dat er stap voor stap funderingen moesten worden aangebracht."Volledig in de ban van hun grootse avontuur losten de twee jonge eigenaars elkaar af op de bouwwerf. Boris Vervoordt is in die periode maar liefst 27 keer het land in- en uitgereisd. "Op donderdagavond vertrok ik uit België. Aan het einde van de volgende dag kwam ik in Kep aan en werkte ik de hele zaterdag lang. 's Zondags gingen we boodschappen doen in Phnom Penh en 's maandags tekende ik weer present op kantoor..." Soms ging de reis ook naar Bangkok, de winkelstad bij uitstek. "Daar konden we terecht voor het aardewerk, maar ook voor alle elektrische apparatuur. In Cambodja kun je dat nog nergens vinden. De twee lange tafels bijvoorbeeld, die in de strohut en die aan het water, komen uit één boom en zijn helemaal met de hand gezaagd."Tijdens de verbouwing moest ook al aan de meubilering en inrichting van de veertien kamers van de lodge worden gedacht. Alles wat uit de streek komt, kreeg voorrang. In Phnom Penh konden ze her en der nog meubels uit de tijd van de huizen op de kop tikken. Ook echt antiek, voornamelijk terracotta en brons, was nog wel te vinden. Een dertiende-eeuwse bronzen kom op een van je eigen tafels blijft een indrukwekkende en roerende aanblik. Voor de slaapkamers viel de keuze op echte boerenbedden zoals die ook nu nog voorkomen bij Khmergezinnen op het platteland. Ze bestaan uit dikke brede gelakte planken die op schragen rusten. Om het tere gestel van de westerlingen echter niet al te zwaar op de proef te stellen zijn de bladermatten vervangen door matrassen... Knai Bang Chatt staat er nu echt. De lodge kan in zijn geheel, per huis of per 'eenheid' van één of meerdere kamers worden gehuurd. "In de Khmertaal," legt Boris uit, "staat Knai Bang Chatt voor de regenboog die een perfecte cirkel vormt. In het regenseizoen, zo tussen de middag als het een beetje heiig is en de zon op zijn hoogst staat, kun je hem wel eens zien. De eerste keer dat wij de Knai Bang Chatt zagen was tijdens ons eerste bezoek aan Angkor Vat. De tweede keer was een paar dagen later, toen we met de motor in Kep aankwamen. De voorzienigheid had ons geen beter teken kunnen geven..."Knai Bang Chatt is precies geworden waar de eigenaren van droomden : een haven van rust waar iedereen zijn eigen gang kan gaan, zich kan terugtrekken of juist het gezelschap van anderen kan opzoeken. "Het mooiste is," aldus Boris, "dat we hier op een van de weinige plekken van Kep zitten die rechtstreeks in verbinding staan met de zee. De meeste andere huizen worden er door een weg van afgescheiden of staan op de heuvel."Minstens even fraai is de luxe waarmee Knai Bang Chatt zijn gasten omringt. Veertien man personeel staat het hele jaar klaar om alles tot in de puntjes te verzorgen. Het eten is verrukkelijk. Savut zorgt voor de boodschappen en rijdt 's ochtends in alle vroegte op de bromfiets naar de markt van Kampot. Kokkin Shanti, die in Phnom Penh is aangenomen vanwege haar voortreffelijke kookkunst, bereidt de maaltijden. Haar gevarieerde menu's zijn vooral geinspireerd op de Cambodjaanse keuken, die in veel opzichten sterke overeenkomsten vertoont met die van Thailand. Voor Boris Vervoordt betekent elke onderdompeling in deze wereld weer een teug frisse lucht, een aangename opkikker. "Mijn ouders hebben mij en mijn broer al heel snel meegenomen op hun reizen. Azië was één van hun geliefde bestemmingen. Zo kan ik me herinneren dat ik op m'n achtste op het eiland Koh Samui in Thailand was. We sliepen in kleine hutten op het strand. Ik heb me toen voorgenomen om ooit een huis te kopen in zo'n omgeving. Het is alsof ik in een vroeger leven als eens in Zuidoost-Azië heb gewoond. Ik voel me hier thuis."Meer informatie : www.knaibangchatt.comTekst en foto's Jean-Pierre Gabriel