Zit de sleur in Milaan, zoals de afgelopen weken hier en daar in de schaduw van de catwalks werd geopperd ? Zo erg is het nog niet, maar de Italiaanse modehoofdstad heeft het wel moeilijk met de nieuwe richting van de mode. Milaan is sterk in glamour, seks en grote sier, terwijl de tijdgeest ernst, reserve en eindeloos lange rokken voorschrijft. De overtuigendste collecties van het seizoen, afdeling Milaan, zijn die van Prada, Burberry en Versace. Bij de eerste twee merken is seks nooit een verkoop-argument geweest (bij Burberry verwees ontwerper Christopher Bailey naar de vakantiefoto's van prinses Margaret en Lord Snowdon). Donatella Versace trekt zich van de nieuwe preutsheid weinig of niets aan : zij blijft gewoon zichzelf.
...

Zit de sleur in Milaan, zoals de afgelopen weken hier en daar in de schaduw van de catwalks werd geopperd ? Zo erg is het nog niet, maar de Italiaanse modehoofdstad heeft het wel moeilijk met de nieuwe richting van de mode. Milaan is sterk in glamour, seks en grote sier, terwijl de tijdgeest ernst, reserve en eindeloos lange rokken voorschrijft. De overtuigendste collecties van het seizoen, afdeling Milaan, zijn die van Prada, Burberry en Versace. Bij de eerste twee merken is seks nooit een verkoop-argument geweest (bij Burberry verwees ontwerper Christopher Bailey naar de vakantiefoto's van prinses Margaret en Lord Snowdon). Donatella Versace trekt zich van de nieuwe preutsheid weinig of niets aan : zij blijft gewoon zichzelf. De indrukwekkendste shows van Parijs ? Rochas en Dior. Olivier Theyskens en John Galliano, de respectieve ontwerpers, zullen straks 2006 definiëren. Theyskens brengt een logisch vervolg op zijn wintercollectie, die op dit moment in de winkels ligt : zeer lange rokken, tot onder de kin dichtgeknoopte hemden en jasjes, rijzende pantalons. De sfeer is die van de vorige eeuwwisseling. Beetje Victoriaans, beetje Van de koele meren des doods. Bloedmooi, enigszins reactionair, maar op zijn manier ook helemaal van nu. De show van Dior was minder spectaculair dan we van Galliano gewoon zijn, wat hem in zekere zin nog spectaculairder maakte. Eén kleur domineerde de catwalk : een huidtint tussen roze en beige, af en toe aangevuld met zwart of grote uitlopende vlekken purper of roze (Margiela liet op een gelijkaardige manier verf over zijn kleren vloeien). De meisjes van Dior zijn geen opzichtige seksbommen meer maar subtielere intrigantes. De brave look wordt door talloze huizen voorgeschreven. Zoals Max Mara, dat de look van de komende zomer beschrijft als understated attitude, intellectual allure. Of Ann Demeulemeester, doorgaans redelijk mannelijk, die een opvallend vrouwelijke collectie brengt. Bij Guccikomt voormalig accessoireontwerpster Frida Giannini de fakkel overnemen. Ze heeft het illustere merk als het ware heruitgevonden. Het tijdperk Tom Ford is daarmee definitief voorbij. De haut de gamme-stoeipoezen in zijden kimono zijn afgevoerd (net zoals bij Dior) en vervangen door Giannini's evenbeelden. Daar kunt u zich wellicht niets bij voorstellen, en dat is precies het punt. Bij het Franse zwaargewicht Givenchy heeft Riccardo Tisci sinds kort de artistieke leiding. Hij kreeg zijn vuurdoop al tijdens de couturecollecties, maar presenteert nu voor het eerst prêt-à-porter. De meningen gaan van briljant tot afschuwelijk (volgens The New York Times zijn Tisci's excessen van talent en enthousiasme dodelijk) en dat is altijd een goed teken. En dan is er nog stalgenoot Celine, dat met Ivana Omazic een ontwerpster uit Kroatië binnenhaalde (als opvolgster van Roberto Menichetti). Ze blonk uit met safarihemden en lange kasjmieren cardigans, maar kon toch niet echt overtuigen. Christian Lacroix gaat : de van nature overdadige Fransman tekende zijn laatste, opvallend ingehouden collectie voor Pucci. Dat Florentijnse huis is eigendom van LVMH (net zoals Givenchy en Celine) en die luxegroep trok onlangs zijn handen terug van de eigen lijn van Lacroix. De samenwerking met de ontwerper is nu dus helemaal stopgezet. Matthew Williamson neemt over (Lacroix blijft geobsedeerd door opulente kleurencombinaties). De meeste ontwerpers blijven op hun plek. Karl Lagerfeldblijft per seizoen minstens drie collecties tekenen. Zijn werk voor Fendi krijgt veel bijval. Giorgio Armani vindt eigenlijk niets nieuws meer uit, maar hoeft dat ? 's Mans avondjurken zijn nu ook overrompelend populair in China, en ook elders blijft zijn ster fel fonkelen. 2. Transformatie of dualisme ? Martin Margiela maakte verschillende decennia geleden ophef met zijn vestimentair deconstructivisme (dit seizoen liet hij glimmende mannequins op karretjes over sporen trekken ; op hetzelfde moment stond onze Thalys wegens staking bewegingloos in het Zuidstation). Thans heet datzelfde idee de ene keer transformatie, de andere keer (bij Prada) dualisme. Miuccia Prada laat losse fragmenten van kledingstukken samensmelten tot een nieuw geheel. De ontwerpster heeft daarmee niets nieuws uitgevonden, maar haar aanpak is voldoende persoonlijk. A.F. Vandevorst interpreteren met succes het sprookje van het lelijke eendje (veel zwart) dat een ranke zwaan wordt (hier en daar een suggestie van goud). Viktor & Rolf zetten hun wereld op zijn kop : eerst applaus, dan een korte verschijning van Viktor & Rolf, daarna de finale, en ten slotte de collectie. Die is gedeeltelijk getransformeerd : hier en daar is van een jasje een rok gemaakt, of omgekeerd. Maar de meeste stukken- vloeiende soireejaponnen in crème en beige zijn gewoon loeiend commercieel - en ook die ene omgedraaide handtas worden vast een mercantiel succes. Ook Dries Van Noten doet in zekere zin aan transformatie, of is het zapping ? Hij knipt en plakt invloeden uit de vier windstreken tot een eigen, onmiddellijk herkenbare stijl. Zijn veelgeprezen zomercollectie, begeleid door een eindeloze remix van Every Breath You Take van The Police, verraadt onder meer Japanse aspecten en een zekere invloed van Whistler. De mode heeft een aantal vaste ingre-diënten, of noem het verplichte nummers : de trench (dit seizoen opnieuw alomtegenwoordig), la petite robe noire, het pak voor dames en de rok voor mannen, en punk. De geest van The Sex Pistols hing in de lucht bij Junya Watanabe en Comme des Garçons. Piekenkapsels en plasticfoliemake-up bij de eerste, gecombineerd met leren jekkers, broeken in Schotse ruit, en jurken gemaakt van panty's of iets wat daar op leek. Bij Comme was de Union Jack omnipresent. Ontwerpster Rei Kawakubo noemde haar collectie Lost Empire, een verwijzing naar Groot-Brittannië, net als de muziek : Händels Hallelujah. Jun Takahashi van Undercover bouwde een hele collectie uit T-shirts, bedrukt met de namen van fictieve bands. Bernhard Willhelm herinterpreteert acid house, een bastaardkind van de punk, en zet een vrolijke, opvallend draagvriendelijke collectie neer. De wereldgeschiedenis blijft een onuitputtelijke bron van inspiratie. Dat is logisch, want men kan moeilijk leren uit een toekomst die er nog staat aan te komen (de beste ontwerpers anticiperen op de toekomst). Alberta Ferretti zoekt het in de art nouveau van de jaren twintig. Karl Lagerfeld, voor Chanel, mengt elementen uit de staalarchitectuur van het Grand Palais in Parijs met rock-'n-roll : toen Coco Chanel destijds de teugels van haar huis opnieuw in handen nam, was James Dean het belangrijkste tieneridool. Lagerfeld is op een Amerikaanse trip : hij verkocht zijn eigen lijn, Lagerfeld Gallery, aan Tommy Hilfiger, kocht een appartement in New York en showt volgend seizoen ter plekke. Louis Vuitton, dat tijdens de fashionweek een immens vlaggenschip opende aan de Champs-Elysées, haalt misschien een nieuw record met het grootste aantal celebrities in de zaal : Uma Thurman, Marilyn Manson, Natacha Régnier, Emilie Duquenne, en vooral Pharell Williams, ook verantwoordelijk voor de soundtrack. Men vergat bijna naar de kleren te kijken. Marc Jacobs blijft de grootste stijlmenger van zijn generatie. Op het eerste gezicht leken zijn nieuwe handtassen op vintage plastic holdalls van Adidas, en sommige jassen leken uit de archieven van historische ontwerpers te zijn geplukt. Dolce e Gabbana vieren de twintigste verjaardag van hun merk. Hun show wordt voorafgegaan door een nostalgisch zwart-witfilmpje met hun greatest hits. Achter het filmdoek in de oude bioscoop is een bucolisch tafereel opgebouwd, hooibalen, geit en boerenzoon inbegrepen. De modellen, in volumineuze jurken in wit, rood, zwart en hier en daar met klaproosprint, zijn klaar voor het oogstfeest. Jean Paul Gaultier, die vaak in de geschiedenis naar inspiratie zoekt, gebruikt voor zijn show in Parijs ook hooibalen. Zijn collectie voor Hermès is geïnspireerd door Griekse klederdracht. De zomermode van 2005 zal wel een bucolisch kantje hebben. Maar we zien Donatella Versace niet onmiddellijk de boer opgaan. Haar show in Milaan was niet alleen de meest dynamische van de Italiaanse modeweek, maar in zekere zin ook de meest integere : de dame vindt het niet nodig zichzelf voortdurend heruit te vinden. Bovendien lijkt Versace het enige grote huis dat voeling heeft met de hiphopcultuur, en in het verlengde daarvan met de jeugd. Aan preutsheid of reserve heeft Versace geen boodschap. Is de tijd van kleine, onafhankelijke ontwerpers voorbij ? Veronique Branquinho en Bruno Pieters hebben hun talent voldoende bewezen, en ze blijven overtuigen. Branquinho met plissé-rokken waarvan de plooien in verschillende richtingen wijzen ; Pieters met een ijle, breekbare en bijdetijdse tiende collectie. Maar men kan zich afvragen of ze aan het hoofd van een groot, bemiddeld huis niet veel meer zouden kunnen betekenen. Voor nog jongere ontwerpers lijkt doorbreken helemaal een onmogelijke opgave. Niemand durft nog risico's te nemen. Christian Wijnants, een van de meest getalenteerde Belgische ontwerpers, kon zich dit seizoen geen defilé veroorloven. Cathy Pill, die haar met glas-in-looddessins bedrukte jurken op paspoppen presenteerde, kreeg met haar eerste collectie al meteen aandacht van Le Monde en The International Herald Tribune. Ook Sandrina Fasoli, een andere studente van La Cambre, debuteerde sterk. Ze is een laureate van het modefestival van Hyères en ontwierp al een lijn voor de Franse winkelketen 1.2.3. Benieuwd hoe de carrières van de nieuwe Belgische lichting zullen evolueren. Bolshoi, Vlezig roze, Voile, Ongedefinieerde vlekken, Schoenen met ronde tippen, LANGE JURKEN, Winterkleuren, GOUD, PLISSé, futurismeDe illustrator en fashion director van het weekblad The New Yorker ontwierp de prints voor een reeks slimme accessoires voor Tod's. Deze excentrieke Britse ontwerpster met vlammend rode haren liet twee dozijn antieke maar verbluffend actuele jurken tentoonstellen in de galerie van 10 Corso Como, de hipste winkel van Milaan.Door Jesse Brouns / Foto's Reporters